Verbintenissenrecht
Huurovereenkomst woonruimte. Geen antwoord. Bewoner vordert verklaring voor recht dat hij huurder is van de…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 mei 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:3255 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2024-3255
Zaakgegevens
Op 1 mei 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 1 mei 2024
- Datum publicatie
- 20 mei 2024
- Zaaknummer
- 10889827 CV EXPL 24-318 (T)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3255
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huurovereenkomst woonruimte. Geen antwoord. Bewoner vordert verklaring voor recht dat hij huurder is van de woning. In een andere procedure is dezelfde vraag aan de orde. In die zaak is een bewijsopdracht gegeven, zodat deze zaak wordt aangehouden in afwachting van de uitkomst van die procedure om een tegenstrijdige uitspraak te voorkomen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 10889827 CV EXPL 24-318
vonnis d.d. 1 mei 2024
inzake
[eiseres] ,
wonende te [woonadres 1],
eiseres,
gedeeltelijk kosteloos procederend middels een toevoeging onder [nummer],
gemachtigde: mr. drs. I. Heijselaar, advocaat te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonadres 2],
gedaagde,
gemachtigde: mr. L.N.J.B. van Osch, advocaat te Tilburg.
Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]” en “[gedaagde]”.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 oktober 2023 met producties.
2 Het geschil en de beoordeling
[eiseres] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat [eiseres] met ingang van 23 april 2023 huurder is van de woning, staande en gelegen te [woonadres 1], met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, de rente daarover en de nakosten.
Nadat [gedaagde] in rechte is verschenen, is aan hem desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden, maar dat heeft [gedaagde] op de daartoe bepaalde terechtzitting niet gedaan.
Nu de vordering van [eiseres] door [gedaagde] niet is weersproken, is deze in beginsel toewijsbaar. De kantonrechter is er echter ambtshalve mee bekend dat [eiseres] in de zaak onder zaaknummer 10836417 CV EXPL 23-5133 in reconventie dezelfde vordering heeft ingesteld. In die zaak wordt een bewijsopdracht gelast, die onder andere ziet op voornoemde vordering. Om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen, wordt deze zaak aangehouden in afwachting van de uitkomst van de bewijsopdracht in voornoemde zaak.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter:
houdt de zaak aan, zoals overwogen onder 2.3;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.