Verbintenissenrecht
Gedaagde heeft, na conclusie van antwoord, bij e-mailbericht laten weten dat hij de vordering erkent.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 januari 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:585 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 31 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2024-585
Zaakgegevens
Op 31 januari 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 31 januari 2024
- Datum publicatie
- 2 februari 2024
- Zaaknummer
- 10684186 CV EXPL 23-2583 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:585
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedaagde heeft, na conclusie van antwoord, bij e-mailbericht laten weten dat hij de vordering erkent.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10684186 \ CV EXPL 23-2583
Vonnis van 31 januari 2024
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 4 oktober 2023 waarin een mondelinge behandeling is gelast, alsmede de in dat vonnis genoemde stukken.
[gedaagde] heeft bij email van 25 november 2023 medegedeeld dat hij zijn verweer tegen de vordering niet langer handhaafde en dat hij de vordering van [eiser] zou gaan betalen. [eiser] heeft er bij email van 30 november 2023 mee ingestemd dat de voor 13 maart 2024 geplande mondelinge behandeling niet door zal gaan. De kantonrechter heeft bepaald dat vonnis zou worden gewezen op de stukken.
2 Het geschil en de beoordeling
[eiser] vordert - samengevat - bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de somma van € 4.733,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.121,53, gerekend vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, zomede met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
Na aanvankelijk verweer te hebben gevoerd, heeft [gedaagde] bij email van 25 november 2023 medegedeeld dat hij de vordering van [eiser] aanvankelijk verkeerd had begrepen, dat hij zijn verweer intrekt en dat hij het verschuldigde aan [eiser] zal gaan betalen. Nu [gedaagde] derhalve niet langer verweer voert tegen de vordering van [eiser] en de kantonrechter die vordering ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal die vordering worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW, waartegen [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten (en nakosten) worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt begroot:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
107,84 |
|
|
- griffierecht |
€ |
487,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
264,00 |
(1,00 punten × € 264,00) |
|
- nakosten |
€ |
132,00 |
(maximumtarief) |
|
Totaal |
€ |
990,84 |
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag € 4.733,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.121,53, gerekend vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis begroot op € 990,84. Wordt het vonnis betekend, dan dient [gedaagde] ook de kosten van betekening te voldoen,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024.