Verbintenissenrecht
Geen repliek genomen zodat eisende partij haar stellingen onvoldoende heeft gehandhaafd. Vordering wordt…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:1749 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2025-1749
Zaakgegevens
Op 19 maart 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2025
- Datum publicatie
- 27 maart 2025
- Zaaknummer
- 11371882 CV EXPL 24-3646 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1749
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen repliek genomen zodat eisende partij haar stellingen onvoldoende heeft gehandhaafd. Vordering wordt daarom afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11371882 \ CV EXPL 24-3646
Vonnis van 19 maart 2025
in de zaak van
CCV GROUP B.V., O.A. H.O.D.N. "CCV NEDERLAND" EN "CCV HOLLAND",
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: CCV,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde] , VOORHEEN H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft CCV geen conclusie van repliek genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
2 Het geschil
CCV vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 284,42, vermeerderd met rente en kosten.
CCV legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] bij CCV een doorlopend servicecontract heeft afgesloten voor het onderhoud en de reparatie van diens mobiele pinautomaat. [gedaagde] is in gebreke gebleven met de betaling van het door hem verschuldigde bedrag aan servicekosten over het jaar 2023, ter hoogte van € 244,42. Aangezien [gedaagde] door de tekortkoming in de nakoming van zijn betalingsverplichting in verzuim is geraakt, vordert CCV de wettelijke handelsrente. Daarnaast vordert CCV de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3 De beoordeling
Aan de orde is de vraag of [gedaagde] gehouden is de factuur en bijkomende kosten te betalen. Daartoe wordt het volgende overwogen.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij zijn [bedrijf] te [plaats 2] , per 1 oktober 2022 heeft verkocht aan een derde. In de overeenkomst met de nieuwe eigenaren is opgenomen dat ook de overeenkomst met CCV werd overgenomen, zodat de nieuwe eigenaren verantwoordelijk zijn voor de kosten. Overigens is het de nieuwe eigenaren niet gelukt de pinautomaat over te zetten naar hun naam en rekeningnummer, omdat de software hiervoor te verouderd was en CCV op korte termijn geen service meer kon verlenen. De nieuwe eigenaren hebben het contract met CCV daarom opgezegd.
CCV is in de gelegenheid gesteld te reageren op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] . Zij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. CCV heeft haar stellingen daardoor onvoldoende gehandhaafd. De vordering zal om die reden worden afgewezen.
CCV is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. Nu [gedaagde] op een zitting is verschenen, wordt ambtshalve een bedrag van € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten toegekend.