Verbintenissenrecht

Betaling huurachterstand.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
27 augustus 2025
Datum publicatie
1 september 2025
Zaaknummer
11725567 \ CV EXPL 25-2649 (E)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:5872
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betaling huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11725567 \ CV EXPL 25-2649

Vonnis van 27 augustus 2025, bij vervroeging

in de zaak van

STICHTING WONENBREBURG,

te Tilburg,

eisende partij,

hierna te noemen: WonenBreburg,

gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 juni 2025

- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

WonenBreburg verhuurt haar woning aan [adres] in [plaats] aan [gedaagde] . De tussen partijen overeengekomen huurprijs is op dit moment € 599,01 per maand.

2.2.

[gedaagde] heeft de huur niet altijd betaald. Daardoor is een achterstand ontstaan. Om de achterstand in te lopen, hebben partijen meerdere keren een betalingsregeling getroffen. [gedaagde] is ook deze regelingen niet, of in ieder geval niet altijd op tijd nagekomen. In verband daarmee is WonenBreburg deze procedure gestart. Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft [gedaagde] nog diverse bedragen betaald, waarmee de betalingsachterstand aanzienlijk is verlaagd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft WonenBreburg aangegeven dat zij op dit moment alleen nog betaling vordert van het op dat moment nog openstaande bedrag aan huurachterstand van € 1.363,61 en de proceskosten. Haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning heeft zij op zitting ingetrokken.

2.3.

WonenBreburg heeft een overzicht overgelegd ter onderbouwing van de actuele huurachterstand van € 1.363,61. [gedaagde] heeft erkend dat dit bedrag juist is. Daarom wijst de kantonrechter de vordering tot betaling van dit bedrag van € 1.363,61 toe,

2.4.

Hoewel de wet geen grond biedt om bij vonnis dwingend een betalingsregeling op te leggen, heeft WonenBreburg tijdens de mondelinge behandeling toegezegd om met [gedaagde] voor de betaling van het toegewezen bedrag wel een betalingsregeling te treffen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat WonenBreburg zich aan deze toezegging zal houden.

2.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

146,14

- griffierecht

€

514,00

- salaris gemachtigde

€

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

€

102,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.170,14

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan WonenBreburg te betalen een bedrag van € 1.363,61,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.170,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken, bij vervroeging, op 27 augustus 2025.