Verbintenissenrecht
Betwisting overeenkomst. Onvoldoende onderbouwd. Geen conclusie van repliek. Afwijzing vordering.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 februari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:612 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 5 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2025-612
Zaakgegevens
Op 5 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 5 februari 2025
- Datum publicatie
- 7 februari 2025
- Zaaknummer
- 11337088 CV EXPL 24-3565 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:612
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Betwisting overeenkomst. Onvoldoende onderbouwd. Geen conclusie van repliek. Afwijzing vordering.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11337088 \ CV EXPL 24-3565
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats 2],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso te Eindhoven,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om het volgende. [eiseres] vordert betaling van facturen op grond van een gestelde overeenkomst tussen partijen. [gedaagde] betwist het bestaan van die overeenkomst.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de op 1 oktober 2024 ingediende conclusie van antwoord en het extract audiëntieblad van de rolzitting van 9 oktober 2024, waaruit de aanvullende reactie van [gedaagde] blijkt;
- de brief van de gemachtigde van eisende partij van 4 november 2024.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 Het geschil en de beoordeling
[eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 316,93, vermeerderd met rente en kosten.
[eiseres] legt aan haar vordering -samengevat- ten grondslag dat [gedaagde] op of omstreeks 16 augustus 2022 via de [website] goederen heeft besteld, waarna de betreffende goederen aan haar zijn geleverd. Naast de aan [gedaagde] toegezonden facturen en sommatie legt [eiseres] bij dagvaarding een voorbeeld van het bestelproces over.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord gemotiveerd weersproken dat zij bij het bedrijf [eiseres] goederen heeft besteld. [gedaagde] vermoedt dat er sprake is van identiteitsfraude. Om die reden heeft zij bij de politie aangifte gedaan.
[eiseres] heeft bij conclusie van repliek gesteld dat er geen aanvullende bewijsstukken voor handen zijn. [eiseres] zal zich gelet op het door [gedaagde] gevoerde verweer aan het oordeel van de kantonrechter refereren.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af, omdat op grond van de bij dagvaarding overgelegde stukken niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] via de webshop van [eiseres] goederen heeft gekocht.
Nu de vordering van [eiseres] zal worden afgewezen, is een (ambtshalve) toetsing van de (pre)contractuele informatieverplichtingen van [eiseres] niet meer aan de orde.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
|
- verletkosten |
€ |
50,00 |
|
Totaal |
€ |
50,00 |
4 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.