Verbintenissenrecht
Incassovordering wordt toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 oktober 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:6672 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2025-6672
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2025
- Datum publicatie
- 6 oktober 2025
- Zaaknummer
- 11446957 CV EXPL 24-4206
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6672
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Incassovordering wordt toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11446957 \ CV EXPL 24-4206
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
[naam] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 1] ,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[B.V.] , H.O.D.N. [bedrijf 2],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 2] ,
procederend in persoon.
1 Hoe is de procedure verlopen?
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Waar gaat de zaak over?
[partij 1] was tot halverwege 2023 in dienst bij [partij 2] . Nadat zijn dienstverband was geëindigd, heeft hij op basis van een overeenkomst van opdracht kluswerkzaamheden voor [partij 2] uitgevoerd. Voor de werkzaamheden die hij in juni en juli 2023 verrichtte, heeft [partij 1] acht facturen naar [partij 2] gestuurd. In deze procedure vordert [partij 1] betaling van deze facturen ter hoogte van in totaal € 7.770,00. Ook vordert hij betaling van rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [partij 1] wil dat deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. [partij 2] vindt dat hij de facturen niet hoeft te betalen, omdat hij een tegenvordering van € 6.500,00 heeft die hij wil verrekenen. [partij 2] heeft daarom ook een tegenvordering ingesteld tot betaling van € 6.500,00.
De kantonrechter oordeelt dat het beroep van [partij 2] op verrekening niet slaagt. [partij 2] dient de facturen van [partij 1] te voldoen en de vordering van [partij 1] wordt dan ook toegewezen. De tegenvordering van [partij 2] wordt afgewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
3 Wat oordeelt de kantonrechter?
Vanwege de nauwe samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering en reconventie zullen deze samen worden beoordeeld.
Verrekening
Omdat [partij 2] op zichzelf niet betwist dat hij de facturen moet betalen, betekent dit in beginsel dat de kantonrechter hem daartoe veroordeelt, tenzij het beroep op verrekening slaagt. [partij 2] stelt dat [partij 1] onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij daardoor schade heeft geleden. Op grond van de wet is het aan [partij 2] om zijn stellingen te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. [partij 2] is daarin niet geslaagd.
Foto’s op sociale media
Het staat vast dat [partij 1] foto’s heeft gemaakt tijdens een klus voor [partij 2] en dat deze foto’s, voorzien van de naam van een ander bedrijf, vervolgens op sociale media zijn geplaatst. Of [partij 1] deze foto’s heeft geplaatst en of het doel was om klanten van [partij 2] ‘af te pakken’, kan in het midden blijven. [partij 2] heeft namelijk niet gesteld of onderbouwd dat en zo ja, hoeveel, schade hij hierdoor zou hebben geleden. Nergens blijkt uit dat door die foto’s klanten niet voor [partij 2] , maar voor Focus Afbouw en Renovatie (of voor [partij 1] ) hebben gekozen. Bovendien heeft Focus Afbouw en Renovatie de foto’s kort nadat zij hierop is aangesproken door [partij 2] , verwijderd.
Overige verwijten
Volgens [partij 2] heeft [partij 1] bovendien materiaal van hem verduisterd, zijn bus gebruikt en klanten van hem afgepakt. Dat [partij 1] op deze punten onrechtmatig heeft gehandeld, is echter niet vast komen te staan. Voor het gebruik van de bus geldt dat [partij 2] tijdens de zitting heeft verklaard dat hij het goed vond dat [partij 1] zijn bus gebruikte, maar dat hij achteraf, toen hij zich belazerd voelde, dat niet goed meer vond. Dit betekent dat [partij 1] met toestemming van [partij 2] de bus gebruikte en [partij 1] dus niet onrechtmatig heeft gehandeld. Datzelfde geldt voor de adviezen die [partij 2] aan [partij 1] gaf over te hanteren prijzen; de omstandigheid dat [partij 1] opdrachten bij klanten zou hebben gekregen die eerder klant waren bij [partij 2] , is op zichzelf niet onrechtmatig. Tot slot geldt voor het materiaal dat [partij 1] betwist dat hij materialen van [partij 2] heeft verduisterd. [partij 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij alle spullen heeft teruggegeven. Bij die stand van zaken had [partij 2] concreter moeten onderbouwen welk materiaal hij aan [partij 1] had uitgeleend en welk materiaal [partij 1] vervolgens niet heeft teruggegeven, terwijl hij wel om teruggave van die specifieke materialen heeft verzocht.
Nevenvorderingen
[partij 1] vordert daarnaast dat [partij 2] wordt veroordeeld tot het betalen van rente en buitengerechtelijke incassokosten. Hij baseert deze vordering in de eerste plaats op de algemene voorwaarden. [partij 1] heeft deze algemene voorwaarden echter niet overgelegd. Dit betekent dat [partij 1] op dit punt onvoldoende heeft gesteld. De kantonrechter zal deze vordering daarom beoordelen op basis van de wet in plaats van de algemene voorwaarden.
[partij 2] is in verzuim, wat betekent dat hij zijn betalingsverplichting niet op tijd is nagekomen. Omdat het hier om een handelsovereenkomst gaat, moet [partij 2] de wettelijke handelsrente betalen vanaf de respectieve vervaldata totdat de volledige vordering is voldaan.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn ook toewijsbaar, waarbij rekening wordt gehouden met het volgende. [partij 2] is door [partij 1] in gebreke gesteld en verzocht de facturen alsnog te betalen, zoals de wet dat voorschrijft. Het gevorderde bedrag aan incassokosten moet vervolgens worden getoetst aan het Besluit buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit). Het bedrag dat [partij 1] vordert is hoger dan waar dit besluit recht op geeft. Daarom worden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het bedrag dat volgens het besluit is toegestaan, namelijk € 763,50.
Kortom
[partij 2] zal (€ 7.770,00 + € 763,50 =) € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling aan [partij 1] moeten betalen, waartoe hij dan ook wordt veroordeeld. De vordering in conventie wordt in zoverre toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
De proceskosten in conventie
[partij 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 1] worden vastgesteld op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
115,22 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
271,00 |
|
|
- griffierecht |
€ |
248,00 |
|
|
- verletkosten |
€ |
50,00 |
|
|
Totaal |
€ |
684,22 |
De proceskosten in reconventie
[partij 2] heeft in reconventie ongelijk gekregen. Hij zal daarom in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De proceskosten van [partij 1] worden vastgesteld op nul.
4 Wat is de beslissing?
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt [partij 2] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [partij 2] in de proceskosten van € 684,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst de vorderingen van [partij 2] af,
veroordeelt [partij 2] in de proceskosten, aan de zijde van [partij 1] vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.