Verbintenissenrecht
Effectenlease. Benoeming handtekeningdeskundige.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 april 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:6695 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 16 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2025-6695
Zaakgegevens
Op 16 april 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 16 april 2025
- Datum publicatie
- 7 oktober 2025
- Zaaknummer
- 11067750 EL EXPL 24-1 (T2)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6695
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Effectenlease. Benoeming handtekeningdeskundige.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11067750 EL EXPL 24-1
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces).
Partijen worden hierna Dexia en [gedaagde] genoemd.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 19 februari 2025 met de daarin genoemde stukken;
b. de akte van Dexia van 19 maart 2025.
2 De verdere beoordeling
In voornoemd tussenvonnis is Dexia in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wijze waarop zij bewijs wil leveren van haar stelling dat de handtekening op de overeenkomst van [naam] is.
Bij akte heeft Dexia aangegeven bewijs te willen leveren door het laten verrichten van een onderzoek door een handtekeningdeskundige. Gezien het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding een deskundige te benoemen aan welke deskundige de volgende vraag zal worden voorgelegd:
- is de handtekening op de [overeenkomst] onder “Handtekening echtgeno(o)t(e)” van [naam] , de echtgenote van [gedaagde] ?
De kantonrechter is voornemens als deskundige te benoemen: [deskundige] , eigenaresse van het [bedrijf] te [plaats 2] .
Dexia is in de onderhavige zaak de eisende partij en de partij die een beroep doet op de handtekening. Zij dient dan ook het voorschot op de kosten van het onderzoek en het honorarium van de deskundige voor haar rekening te nemen. De deskundige heeft te kennen gegeven dat de kosten van het onderzoek door haar worden begroot op € 4.295,50 inclusief btw (tegen een uurloon van € 150,00 exclusief btw).
De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar na te melden rolzitting opdat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige, de aan deze voor te leggen vraag en de omvang van het te storten voorschot.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
De kantonrechter:
beveelt dat een onderzoek door een deskundige zal worden ingesteld en formuleert voorlopig het volgende vraagpunt:
- is de handtekening op de [overeenkomst] onder “Handtekening echtgeno(o)t(e)” van [naam] , de echtgenote van [gedaagde] ?
stelt voor om tot deskundige te benoemen: [deskundige] , eigenaresse van het [bedrijf] te Amsterdam;
deelt mee dat het voorschot voor de deskundige, dat door Dexia dient te worden voldaan, wordt begroot op € 4.295,50 inclusief btw (tegen een uurloon van € 150,00 exclusief btw);
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 30 april 2025 om 09.00 uur voor akte na tussenvonnis, waarbij beide partijen zich kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige, de aan deze voor te leggen vraag en de omvang van het te storten voorschot;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.