Verbintenissenrecht

Betaling van openstaande facturen uit overeenkomst van opdracht met drie verschillende vennootschappen. Ten…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
12165028 CV EXPL 26-1183 (E)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:10027
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betaling van openstaande facturen uit overeenkomst van opdracht met drie verschillende vennootschappen. Ten aanzien van één gedaagde wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze vennootschap niet meer bestaat. Een garantstelling voor deze vordering komt niet vast te staan. De gevorderde betalingen ten aanzien van de twee andere gedaagden worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 12165028 \ CV EXPL 26-1183

Vonnis van 14 oktober 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

RASSERS N.V.,

te Breda,

eisende partij,

hierna te noemen: Rassers,

gemachtigde: mr. K.Y. Tan,

tegen

1 AAKO HOLDING B.V.,

te Breda,
2. TDTD HOLDING B.V.,

te Breda,
3. SOLLENA B.V.,

te Breda,

gedaagde partijen,

hierna afzonderlijk te noemen: Aako, TDTD en Sollena,

hierna samen te noemen: Aako c.s.,

procederend in persoon van [persoon] .

De zaak in het kort

Rassers vordert betaling voor verrichte werkzaamheden in opdracht van gedaagden. Ten aanzien van Sollena wordt Rassers niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze vennootschap niet meer bestaat. Een garantstelling van Aako voor de vordering van Rassers op Sollena komt niet vast te staan. De gevorderde betalingen van de openstaande facturen van Aako en TDTD worden toegewezen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 24 maart 2026 met producties,

  • de conclusie van antwoord met producties,

  • de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

  • de mondelinge behandeling van 22 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Rassers is met Aako, Sollena en TDTD verschillende overeenkomsten van opdracht aangegaan, waarbij Rassers (juridische) werkzaamheden heeft verricht. [persoon] was daarbij namens Aako, Sollena en TDTD het aanspreekpunt. [persoon] is bestuurder van Aako en TDTD. Aako is bestuurder van Solarflex Group B.V. die weer de bestuurder was van Sollena B.V.

2.2.

Op de verschillende overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden 2022 van toepassing. Hierin staat onder meer;

“12 Betaling van een declaratie van Rassers dient, zonder opschorting of verrekening te geschieden binnen 14 dagen na factuurdatum en een voorschotdeclaratie dient onmiddellijk te worden voldaan. Na het verstrijken van die termijn is de cliënt/opdrachtgever zonder aanmaning de in Nederland dan geldende wettelijke rente verschuldigd.

13 Gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten die door Rassers moeten worden gemaakt ter invordering van haar declaraties komen voor rekening van de cliënt/opdrachtgever. Buitengerechtelijke kosten worden aan de opdrachtgever in rekening gebracht tegen een forfaitair bedrag van 15% van het te incasseren bedrag.”.

2.3.

Op 4 november 2024 heeft Rassers het volgende e-mailbericht aan [persoon] gestuurd:

“Zojuist heb ik met de rechtbank gebeld. De mondelinge behandeling zal morgen om 10:00 uur bij de rechtbank Rotterdam (Wilhelminaplein 100-1 25) plaatsvinden. Ik stel voor om morgen om 9:45 uur bij de rechtbank af te spreken. Verder zou ik graag een schriftelijke bevestiging van je ontvangen dat onze declaraties zullen worden voldaan, door jou in privé of via een andere B.V., in het geval Sollena morgen onverhoopt failliet wordt verklaard. Ik zie je reactie graag tegemoet.”.

2.4.

Op 4 november 2024 heeft [persoon] het volgende e-mailbericht aan Rassers gestuurd:

“Beste, Mocht Sollena onverhoopt toch failliet verklaard worden dan zal Aako Holding de facturen voldoen. Mvg, [persoon] ”.

3 Het geschil

3.1.

Rassers vordert - samengevat - veroordeling van Aako c.s. tot betaling van in totaal € 20.136,46, vermeerderd met rente en (proces)kosten. Ook vordert Rassers een verklaring voor recht dat Aako hoofdelijk aansprakelijk is voor de vordering die Rassers heeft op Sollena. Rassers legt aan haar vordering ten grondslag dat Aako c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van de betalingsverplichting uit de overeenkomsten van opdracht.

3.2.

Aako c.s. voert verweer. Aako c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Rassers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Rassers, met veroordeling van Rassers in de kosten van deze procedure. Aako c.s. voert allereerst verweer tegen het samenvoegen van de verschillende vorderingen op verschillende gedaagden. Verder voert Aako c.s. aan dat Sollena niet meer bestaat, zodat Sollena ook geen procespartij kan zijn. Voor hoofdelijke aansprakelijk van Aako voor de vordering die Rassers heeft op Sollena bestaat geen rechtsgrond. Ook voert Aako c.s. verweer tegen de gevorderde rente en kosten, omdat partijen nog in overleg waren over een regeling en korting.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Verschillende gedaagden met verschillende vorderingen

4.1.

Volgens Aako c.s. kunnen de vorderingen van de verschillende gedaagden niet worden samengevoegd. Rassers heeft toegelicht dat gedaagden allen voormalig cliënt zijn van Rassers en dat hun (indirect) bestuurder de heer [persoon] voor de opdrachten als feitelijk aanspreekpunt fungeerde. De vorderingen vinden hun grondslag in door Rassers verrichte werkzaamheden in opdracht van gedaagden. De kantonrechter stelt voorop dat er geen wettelijk voorschrift bestaat dat subjectieve cumulatie verbiedt. Gelet op de samenhang van de vorderingen en de doelmatigheid om deze vorderingen in één procedure te behandelen is de kantonrechter van oordeel dat deze subjectieve cumulatie van de vorderingen geoorloofd is.

Niet-ontvankelijkheid ten aanzien van Sollena

4.2.

Vast staat dat Sollena niet meer bestaat, omdat de vennootschap is ontbonden. Ter zitting heeft Aako c.s toegelicht dat Sollena is opgeheven middels turboliquidatie. Aangezien een vennootschap die niet bestaat, geen partij kan zijn in een procedure, moet Rassers niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering jegens Sollena.

Vorderingen Aako en TDTD

4.3.

Aako en TDTD hebben niet betwist dat Aako en TDTD nog openstaande facturen hebben bij Rassers. Ter zitting hebben Aako en TDTD aangegeven dat de reden van niet betaling was dat zij hoopten dat Rassers, vanwege de lange relatie en om op een goede manier uit elkaar te gaan, de rekeningen nog zou matigen, maar dat is niet gebeurd. Daarnaast ontslaat deze omstandigheid Aako en TDTD. ook niet van hun betalingsverplichting. De gevorderde betalingen van deze facturen, van € 9.805,05 door Aako en € 3.900,01 door TDTD, worden daarom toegewezen. De hierover gevorderde wettelijke handelsrente vanaf het moment dat de betalingstermijnen van de verschillende facturen zijn verstreken, kan ook worden toegewezen. Dat partijen nog in overleg waren over een mogelijke regeling of korting, zoals Aako en TDTD hebben aangevoerd, staat daaraan niet in de weg.

Garantstelling

4.4.

Rassers stelt zich op het standpunt dat Aako heeft toegezegd dat zij de openstaande facturen van Sollena zal voldoen indien Sollena niet langer tot betaling in staat zou zijn. Dit volgt volgens Rassers uit het e-mailbericht van 4 november 2024 waarin staat: “Mocht Sollena onverhoopt toch failliet verklaard worden dan zal Aako Holding de facturen voldoen”. Om die reden vordert Rassers een verklaring voor recht dat Aako hoofdelijk aansprakelijk is voor de vordering die Rassers heeft op Sollena.

4.5.

Aako heeft een andere uitleg en heeft toegelicht dat deze verklaring is gedaan in het kader van een dreigende faillissementsprocedure tegen Sollena. Deze verklaring was dus onder voorwaarden gegeven en tijdelijk van aard. De voorwaarde is uiteindelijk niet meer vervuld, want het faillissement van Sollena heeft uiteindelijk niet meer plaatsgevonden.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat uit het bericht van Rassers van 4 november 2024 volgt dat zij met het zicht op de dreigende faillissementsprocedure van die volgende dag heeft gevraagd aan [persoon] of hij wil bevestigen dat de facturen van Sollena zullen worden betaald door hem in privé of via een andere B.V. in het geval Sollena die volgende dag onverhoopt failliet zou worden verklaard. De kantonrechter is van oordeel dat uit de bewoordingen van de verklaring van Aako duidelijk volgt dat in geval van faillissement van Sollena, Aako de facturen zou voldoen. Dat deze verklaring breder moet worden gezien, in de zin van dat Aako in alle gevallen van betalingsonmacht (waaronder ontbinding van de vennootschap) de facturen van Sollena zou voldoen, heeft Rassers naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Bovendien geldt dat een liquidatie van een vennootschap een ander juridisch kader heeft, waarbij ook op een andere wijze wordt omgegaan met de schulden dan in het geval van een faillissement. Gelet op deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de verklaring voor recht dat Aako hoofdelijk aansprakelijk is voor de vordering op Sollena moet worden afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.7.

Rassers vordert Aako en TDTD te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Overeenkomstig artikel 13 van de Algemene voorwaarden 2022 zijn zij buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd tegen een forfaitair bedrag van 15% van het te incasseren bedrag. De kantonrechter wijst een bedrag van € 1.470,76 toe ten aanzien van Aako en een bedrag van € 585,00 ten aanzien van TDTD. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding van 24 maart 2026.

Proceskosten

4.8.

Aako en TDTD zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rassers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

134,81

- griffierecht

€

1.504,00

- salaris gemachtigde

€

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.646,81

4.9.

De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken ten aanzien van Aako en TDTD. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart Rassers niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens Sollena,

5.2.

veroordeelt Aako om aan Rassers te betalen een bedrag van € 9.805,05 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf de datum van verzuim tot aan de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt TDTD om aan Rassers te betalen een bedrag van € 3.900,01, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf de datum van verzuim tot aan de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Aako om aan Rassers te betalen een bedrag van € 1.470,76 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 24 maart 2026,

5.5.

veroordeelt TDTD om aan Rassers te betalen een bedrag van € 585,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 24 maart 2026,

5.6.

veroordeelt Aako en TDTD hoofdelijk in de proceskosten van € 2.646,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Aako en TDTD niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is bij vervroeging gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.