Verbintenissenrecht
De huurder van een woning dient ervoor te zorgen dat de huur op tijd betaald wordt. Verhuurder heeft huurder…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2121 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2026-2121
Zaakgegevens
Op 11 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 11 maart 2026
- Datum publicatie
- 23 maart 2026
- Zaaknummer
- 11981528 \ CV EXPL 25-3887 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2121
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De huurder van een woning dient ervoor te zorgen dat de huur op tijd betaald wordt. Verhuurder heeft huurder er meerdere malen op gewezen dat de huur niet is betaald. Verhuurder heeft daarna huurder gedagvaard. Huurder heeft daarna de huurachterstand betaald. Huurder dient echter ook de proceskosten van deze procedure te betalen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11981528 \ CV EXPL 25-3887
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
STICHTING ALWEL,
te Roosendaal,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Alwel,
gemachtigde: LAVG B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens akte houdende vermindering van eis
- de conclusie van dupliek
- de akte houdende vermindering van eis.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 Het geschil
Stichting Alwel heeft in haar dagvaarding gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot betaling van huurachterstand (de hoofdsom) en daarnaast [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten. Na vermindering van eis vordert Stichting Alwel slechts nog de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[gedaagde] erkent de vordering met betrekking tot de hoofdsom en heeft deze inmiddels voldaan. [gedaagde] voert verweer tegen een veroordeling in de proceskosten, omdat Stichting Alwel [gedaagde] niet de mogelijkheid heeft geboden om de hoofdsom buitengerechtelijk te betalen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Aangezien [gedaagde] de hoofdsom tijdens deze procedure heeft betaald, gaat het alleen nog om de vraag of [gedaagde] in de proceskosten moet worden veroordeeld. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] deze kosten (inclusief nakosten) moet betalen. Uit de stukken blijkt dat [gedaagde] meerdere malen is herinnerd en aangemaand om de huurachterstand te betalen. [gedaagde] heeft zelf aangevoerd dat hij onbedoeld een huurachterstand van twee maanden heeft laten ontstaan. Als huurder dient [gedaagde] ervoor te zorgen dat de huur op tijd wordt betaald. Dat deed [gedaagde] geruime tijd niet, waardoor hij kennelijk het overzicht van nog te betalen huur uit het oog is verloren. Dit komt voor risico en rekening van [gedaagde]. Stichting Alwel heeft [gedaagde] voldoende gelegenheid geboden om de huurachterstand (tijdig) te betalen om een procedure te voorkomen. Zij heeft [gedaagde] dan ook niet onnodig gedagvaard.
De proceskosten aan de zijde van Stichting Alwel worden tot vandaag vastgesteld op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
146,14 |
|
|
- griffierecht |
€ |
340,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
231,00 |
(1 punt × € 144,00 en 1 punt × € 87,00) |
|
- nakosten |
€ |
72,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
789,14 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 789,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.