Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2026

Zaakgegevens

Op 30 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
30 september 2026
Datum publicatie
1 oktober 2026
Zaaknummer
11946151 CV EXPL 25-5568 (T)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:9468
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Benoeming deskundige

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11946151 \ CV EXPL 25-5568

Vonnis van 30 september 2026

in de zaak van

1 [persoon 1] ,
2. [persoon 2] ,

te [plaats 1] ,

eisende partijen,

hierna samen (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [partij 1] ,

gemachtigde: mr. L.L. Lebens, Stichting Achmea Rechtsbijstand,

tegen

[persoon 3] , H.O.D.N. [bedrijf],

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [partij 2] ,

gemachtigde: mr. R.A. Jong.

1 De zaak in het kort

In het tussenvonnis van 8 juli 2026 heeft de kantonrechter het voornemen geuit een deskundige te benoemen, vragen voorgesteld en partijen verzocht om in overleg een deskundige voor te stellen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Met dit vonnis wordt een deskundige benoemd, worden de aan de deskundige voor te leggen vragen vastgesteld en het voorschot vastgesteld.

De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 juli 2026 en de daarin genoemde processtukken;

- de aktes uitlaten deskundigenbericht van partijen met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij tussenvonnis van 8 juli 2026 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voornemen een deskundige te benoemen en de voorgestelde vragen. Daarnaast zijn partijen verzocht in overleg een deskundige voor te stellen. Partijen hebben zich daarover bij aktes uitgelaten.

Voornemen benoeming deskundige

2.2.

[partij 1] heeft bij akte aangegeven dat hij geen bezwaar heeft tegen een deskundigenbericht. [partij 2] heeft in zijn akte aangegeven wel bezwaar te maken tegen benoeming van een deskundige omdat een deskundige alleen de huidige, mogelijk door de zonnepaneleninstallatie gewijzigde toestand, vaststelt en niet meer kan vaststellen of afwijkingen bij oplevering van het dak door [partij 2] aanwezig waren. [partij 2] legt foto’s over van (onder meer) de situatie ten tijde van het nazien van het dak in november 2024.

2.3.

De kantonrechter ziet op dit moment geen aanleiding om erop vooruit te lopen dat een deskundige de situatie van het dak na oplevering door [partij 2] niet kan vaststellen. Zo is een discussiepunt tussen partijen of de dakpannen op de juiste afstand met panlatten zijn geplaatst. Dit staat los van de geplaatste zonnepanelen omdat niet gesteld of gebleken is dat panlatten anders zijn komen te liggen. Daarnaast volgt uit de stellingen van partijen niet dat er onder alle aansluitingen (loodslabben) een kabel is aangebracht voor de zonnepanelen. Daarom zal worden overgegaan tot benoeming van een deskundige om te bepalen of sprake is van gebreken aan het door [partij 2] geplaatste dak.

Vragen

2.4.

[partij 1] heeft bij akte aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de in het tussenvonnis van 8 juli 2026 onder 5.13 voorgestelde vragen. [partij 1] stelt voor om als vraag toe te voegen: “Zijn de door TOP Expertise in haar rapportage getrokken conclusies juist? Waarom wel, waarom niet?”. De kantonrechter acht toevoeging van deze vraag niet nodig gezien de al voorgestelde vragen. Daarnaast is in het rapport van Top Expertise geen rekening gehouden met de werkzaamheden die [partij 2] nog in november 2024 heeft verricht aan het dak. Aan het verzoek van [partij 1] tot toevoeging van de voorgestelde vraag wordt daarom voorbij gegaan.

2.5.

[partij 2] heeft bij akte voorgesteld een voorvraag te stellen aan de deskundige, die luidt: “Is de technische toestand van het pannendak op het moment waarop [partij 2] haar werkzaamheden had afgerond, gelet op de daarna aan het dak verrichte werkzaamheden, nog met voldoende mate van betrouwbaarheid te reconstrueren?”. De kantonrechter ziet op grond van hetgeen hiervoor onder 2.3 is overwogen geen aanleiding een voorvraag te stellen. Wel zal vraag 7 die in het tussenvonnis was voorgesteld worden gewijzigd in: “Kunt u bij de beantwoording van de vragen 2 tot en met 6 nog in voldoende mate reconstrueren de toestand van het pannendak op het moment waarop [partij 2] zijn werkzaamheden heeft afgerond? Dit gezien het feit dat bij de installatie van zonnepanelen er bedrading is aangebracht onder de aansluitingen en onder de dakpannen zoals te zien is in het rapport van Top Expertise en de overgelegde foto’s bij akte uitlaten deskundigenbericht van [partij 2] .”

2.6.

[partij 2] stelt in zijn akte onder randnummer 25 (meer subsidiair) een hele opsomming van vragen voor. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Aan partijen is namelijk uitdrukkelijk gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de in het tussenvonnis geformuleerde vragen. Door daar in het geheel niet op in te gaan en eigen vragen te formuleren handelt [partij 2] in strijd met de goede procesorde. De kantonrechter gaat daarom aan de eigen vragen van [partij 2] voorbij. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om vragen nog als volgt te wijzigen.

2.7.

Als vraag 1 is gesteld welke type dakpannen geplaatst zijn, maar omdat er door [partij 1] nooit bezwaar is gemaakt tegen het type dakpannen zal dat niet aan de deskundige worden gevraagd. Daarmee komt vraag 1 te luiden: “Wat is de afstand van de panlatten met het type dakpannen dat geplaatst is volgens de geldende normen en/of richtlijnen? Zijn de panlatten volgens die normen en/of richtlijnen aangebracht op de juiste pannenmaat?

2.8.

Wegens de geplaatste zonnepanelen na de oplevering van het dak door [partij 2] komt vraag 8 te luiden: “Mocht u gebreken constateren aan het dak wilt u dan begroten wat de kosten van herstel zijn? Kunt u aangegeven in welke mate de gebreken en kosten veroorzaakt zijn door de werkzaamheden van [partij 2] en/of in welke mate de gebreken en kosten veroorzaakt zijn door de geplaatste zonnepaneleninstallatie? Kunt u onderbouwen hoe u tot dat oordeel over de mate van veroorzaking bent gekomen?”

2.9.

Daarmee komen de vragen te luiden zoals in de beslissing is vermeld.


Persoon deskundige

2.10.

[partij 1] stelt voor om als deskundige te benoemen de heer ing. [deskundige 1] van de Raad voor Arbitrage in bouwgeschillen. Die begroot het voorschot op de kosten op een bedrag van € 15.742,10 inclusief btw (productie 46 akte van [partij 2] ). [partij 1] geeft aan geen zwaarwegende bezwaren te hebben tegen benoeming van de door [partij 2] voorgestelde deskundige.

2.11.

[partij 2] stelt voor om als deskundige de heer ir. [deskundige 2] , werkzaam bij ZNEB Expertise BV te [plaats 3] , te benoemen. Die begroot de kosten van het voorschot op een bedrag van € 6.741,52 inclusief btw (productie 7 akte van [partij 1] ). [partij 2] maakt bezwaar tegen de door [partij 1] voorgestelde deskundige wegens de disproportionele kosten van die deskundige.

2.12.

Omdat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over benoeming van een deskundige en partijen hebben gereageerd op elkaars voorstel van de te benoemen deskundige, zal de kantonrechter daarover een beslissing nemen. Gezien de hoogte van het door de Raad voor Arbitrage verzochte voorschot in verhouding tot het belang van de zaak, zal de kantonrechter de heer [deskundige 2] van ZNEB Expertise BV benoemen als deskundige.

Voorschot

2.13.

De kantonrechter zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 6.741,52 (inclusief btw). In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald.

2.14.

De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.15.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

2.16.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

  1. Wat is de afstand van de panlatten met het type dakpannen dat geplaatst is volgens de geldende normen en richtlijnen? Zijn de panlatten volgens die normen en/of richtlijnen aangebracht op de juiste pannenmaat?

  2. Verplicht het Bouwbesluit het verankeren van alle dakpannen op het dak? Zo ja, zijn alle dakpannen gehaakt? Zo nee, zijn er voldoende dakpannen gehaakt?

  3. Zijn de aansluitingen en overlappingen zoals vermeld in het eerste rapport van Top Expertise juist uitgevoerd zoals van een redelijk bekwaam dakdekker verwacht mag worden?

  4. Is de ruiterbalk afgezaagd ter hoogte van de schoorsteen? Kan het zijn dat dakpannen daardoor zijn gaan verschuiven? Liggen de dakpannen volgens u goed?

  5. Wat is de staat van het lood op het dak dat [partij 2] niet heeft vervangen? Had van een redelijk handelend dakdekker verwacht mogen worden dat hij ook het aanwezige lood zou vervangen?

  6. Is de dampdoorlatende folie juist aangebracht?

  7. Kunt u bij de beantwoording van de vragen 2 tot en met 6 nog in voldoende mate reconstrueren de toestand van het pannendak op het moment waarop [partij 2] zijn werkzaamheden heeft afgerond? Dit gezien het feit dat bij de installatie van zonnepanelen er bedrading is aangebracht onder de aansluitingen en onder de dakpannen zoals te zien is in het rapport van Top Expertise en de overgelegde foto’s bij akte uitlaten deskundigenbericht van [partij 2] ?

  8. Mocht u gebreken constateren aan het dak wil u dan begroten wat de kosten van herstel zijn? Kunt u aangegeven in welke mate gebreken en kosten veroorzaakt zijn door de werkzaamheden van [partij 2] en/of in welke mate gebreken en kosten veroorzaakt zijn door de geplaatste zonnepaneleninstallatie? Kunt u onderbouwen hoe u tot dat oordeel over de mate van veroorzaking bent gekomen?”

  9. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

3.2.

benoemt tot deskundige:

de heer ir. [deskundige 2] , werkzaam bij ZNEB Expertise BV,

[adres]
[adres] ,

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

het voorschot

3.4.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 6.741,52 inclusief btw (inclusief btw),

3.5.

bepaalt dat [partij 1] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.6.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.7.

bepaalt dat [partij 1] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,

3.8.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.9.

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.10.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

3.11.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,

3.12.

wijst de deskundige erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.13.

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.14.

bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 27 januari 2027 voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen,

3.15.

draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken,

3.16.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.17.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.