Strafrecht overig

Verlenging gemaximeerde tbs dwang met 1 jaar.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
26 oktober 2026
Zaaknummer
02-065483-23
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:10399
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging gemaximeerde tbs dwang met 1 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-065483-23; 02-278972-22

Beslissing van de meervoudige kamer van 27 oktober 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,

verblijvende in Forensisch Psychiatrische Kliniek [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling) te [locatie] ,

hierna: betrokkene

raadsman mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.

1 Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 26 september 2023 is betrokkene schuldig bevonden aan

belaging van haar twee dochters. Betrokkene is ontslagen van alle rechtsvervolging en heeft

een gemaximeerde terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege opgelegd gekregen.

De rechtbank constateert dat het hier niet gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. Daarom is sprake van een gemaximeerde tbs,

waarvan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar niet te boven gaat.

De tbs is op 16 oktober 2023 aangevangen.

Bij beslissing van deze rechtbank van 9 oktober 2025 is de tbs laatstelijk verlengd met een termijn van één jaar.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 3 september 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met één jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S van der Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens zijn betrokkene, haar raadsman en deskundigen [deskundige 1] , reclasseringswerker, en [deskundige 2] , verpleegkundig specialist bij de tbs-instelling, gehoord.

3 Adviezen

3.1.

Advies instelling

Bij betrokkene is sprake van een ernstige en voortdurende waanstoornis. De zeer beperkte mate van ziektebesef vormt de belangrijke risicofactor die in het verleden ten grondslag lag aan de neiging tot stoppen met antipsychotische medicatie en het mijden van hulpverlening. Een maand voorafgaand aan haar huidige opname, was betrokkene opnieuw gestopt met antipsychotische medicatie. Ook komen er, een maand na opname bij [tbs-instelling] , signalen vanuit het zorg- en veiligheidshuis van meldingen van (pre)delictgedrag. Na toedienen van dwangmedicatie in juni 2024 is het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene geleidelijk naar de achtergrond verdwenen en ontstond er in augustus 2024 weer bereidheid tot vrijwillig medicatiegebruik (momenteel in depotvorm). Dit laatste ging gepaard met een voortdurende discussie met de psychiater over het type antipsychoticum en de dosering daarvan. Gegeven het geboden risicomanagement functioneert betrokkene het afgelopen jaar stabiel op de afdeling. Ze presenteert zich doorgaans op rustige en beleefde wijze en volgt ondanks de nog aanwezige waanproblematiek de haar geboden dagstructuur. Betrokkene is goed in contact met de begeleiding. Ze reageert soms defensief wanneer ze door begeleiding wordt aangesproken op haar gedrag (dwingend gedrag of reflecterend op gedragingen uit het verleden) of als zij van mening verschilt over de dagrapportages, maar blijft daarbij wel in contact. Verder heeft betrokkene het afgelopen jaar haar begeleide verlofstappen probleemloos doorlopen en is er een machtiging transmuraal verlof met behoud van begeleide vrijheden verleend. Hoewel betrokkene naar vermogen meewerkt aan haar behandeling, blijft zij stellig vasthouden aan haar overtuiging geen waanstoornis te hebben, slachtoffer te zijn van haar manipulatieve ex-man en blijft zij haar stalkgedrag bagatelliseren.

Bij het wegvallen van toezicht en zorg wordt verwacht dat betrokkene haar medicatie, al dan niet op langere termijn, staakt en dat zij hierna ontregelt en onvoldoende weerstand tegen haar wanen kan bieden. Hierdoor zou op langere termijn een hoog risico op recidive, overlast gevend gedrag en maatschappelijke teloorgang ontstaan. Langdurig toezicht op inname van anti-psychotische medicatie wordt als noodzakelijk gezien voor een delictvrije toekomst. Aangezien betrokkene nog enkel begeleid verlof heeft gepraktiseerd en tevens afwachtende is op een niveau 2 plaatsing wil de instelling aankomend jaar benutten om de benodigde stappen in haar behandeling en resocialisatie op veilige en verantwoorde wijze te zetten. De instelling adviseert derhalve de (gemaximeerde) tbs maatregel te verlengen met één jaar.

Ter zitting heeft de deskundige [deskundige 2] daaraan nog het volgende toegevoegd. Tot op heden blijft er discussie met betrokkene over de medicatiehoeveelheid. Betrokkene verblijft inmiddels sinds 25 augustus 2026 op afdeling [afdeling] , met beveiligingsniveau 2. De kliniek werkt toe naar onbegeleide verloven, waaronder eventueel verblijf in het weekend in haar eigen woning. Ook om te toetsen hoe betrokkene omgaat met extra vrijheden. Daarbij heeft uitstroom middels proefverlof de voorkeur. Anders dan bij proefverlof met voorwaarden, is in geval van voorwaardelijke beëindiging van de tbs nog slechts sprake van een vrijwillig kader. De kliniek verwacht dat betrokkene op langere termijn medicatie-ontrouw zal zijn en bij voorwaardelijke beëindiging van de tbs heeft de kliniek onvoldoende handvatten om in te grijpen en de uitstroom veilig en verantwoord te laten verlopen.

3.2.

Advies reclassering

Betrokkene is gediagnosticeerd met een waanstoornis, problematiek die in het algemeen moeilijk te bewerken is. De risico’s op herhaling worden groot geacht, vanwege de blijvende aanwezigheid van de waanstoornis en het vrijwel afwezige ziektebesef. Daarbij liggen de uitdagingen en risico’s voor betrokkenes behandeling met name in het bewerken van haar waansysteem middels psychologische behandeling en medicatie. Sinds juni is er een machtiging transmuraal verlof toegekend. Met dit verlof kan worden onderzocht welke stappen betrokkene binnen de beschikbare tijd van de gemaximeerde tbs nog kan maken binnen de behandeling. Hierbij wordt een interne doorstroom naar de FPA van [tbs-instelling] , middels uitstroom via proefverlof, vooralsnog als de meest passende vervolgstap gezien. Uitstroom via proefverlof heeft de voorkeur boven een voorwaardelijke beëindiging omdat opschaling (terugkeer) naar de kliniek in geval van ontregeling beter te organiseren is. Bovendien kunnen de stappen richting resocialisatie in dat geval onder de verantwoording van de kliniek worden gezet. Het psychische toestandsbeeld van betrokkene is in grote mate verbeterd, echter de waanstoornis en het gemis aan contact met haar dochters blijven aanwezig. De reclassering schat het huidige recidiverisico hoog in. De reclassering adviseert vanwege het hoge recidiverisico, het zo goed als afwezig zijnde ziektebesef en de nog slechts beperkt geboekte vooruitgang in de behandeling van betrokkene negatief ten aanzien van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Ter zitting heeft de deskundige [deskundige 1] daaraan nog het volgende toegevoegd. Bij proefverlof blijft de kliniek verantwoordelijk voor betrokkene. Dit geeft de grootste stabiliteit om stappen voorwaarts te zetten. Om de mogelijkheden voor betrokkene te kunnen onderzoeken die de beste kans van slagen hebben, heeft de meest intensieve samenwerking met de kliniek de voorkeur; dat is binnen een proefverlof met voorwaarden. In geval van ontregeling of schending van de voorwaarden kan betrokkene meteen terug naar de kliniek. Bij een voorwaardelijke beëindiging kan dit niet en dient een rechterlijke toetsing te volgen. Hoewel de voorwaarde van een kortdurende klinische opname kan worden opgenomen bij een voorwaardelijke beëindiging, wordt deze als te weinig toereikend gezien omdat in de praktijk plaatsing op een dergelijke plek erg lastig is door oplopende wachttijden. Het aantal beschikbare plaatsen is beperkt, zeker waar het de plaatsing van vrouwen betreft. Ook wordt een voorwaardelijke beëindiging als minder passend gezien omdat er bij betrokkene weinig inzicht is in haar eigen problematiek en de vraag is of zij haar medicatie zal blijven innemen. Indien er geen verplicht kader is, ziet de reclassering risico’s op ontregeling.

4 Standpunt van partijen

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met één jaar te verlengen gebleven, gelet op de schriftelijke adviezen en de toelichting ter zitting door de deskundigen. Aan de wettelijke criteria daarvoor is voldaan. Een voorwaardelijke beëindiging komt te vroeg voor betrokkene. Zowel het proefverlof als de voorwaardelijke beëindiging zijn al in dit stadium onderzocht vanwege de gemaximeerde tbs die volgend jaar tot een einde komt en niet omdat de behandeling van betrokkene als zodanig zou zijn afgerond. Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege biedt onvoldoende basis om het recidivegevaar te ondervangen, gezien het stadium van de behandeling en de nog prille vrijheden van betrokkene. Subsidiair, indien de rechtbank wel tot een voorwaardelijke beëindiging komt, vordert de officier van justitie het locatieverbod te beperken omdat zij een verbod voor drie steden te ruim vindt.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om verlenging van de tbs met één jaar en een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Binnen dit kader kan de behandeling en begeleiding geleidelijk worden afgeschaald en het geeft meer flexibiliteit. Zo kunnen de reclassering en de kliniek afspraken maken over het verlof, zonder dat dergelijk verlof zowel door de interne als de externe commissie, het Adviescollege Verloftoetsing tbs, moet worden getoetst. Er is sprake van psychiatrische stabiliteit en betrokkene neemt haar medicatie. Bovendien is begeleiding en toezicht, waaronder op haar medicatie, mogelijk binnen een voorwaardelijke beëindiging. Een mogelijk eenvoudiger terugplaatsing in geval van ontregeling zou niet dusdanig zwaar mogen wegen, dat proefverlof enkel om deze reden de voorkeur heeft boven een voorwaardelijke beëindiging. Betrokkene heeft de laatste jaren laten zien dat zij constructief is in de samenwerking en stabiel functioneert.

5 Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de reclassering wordt nog steeds voldaan aan deze wettelijke criteria.

Aan betrokkene is een gemaximeerde tbs opgelegd. Binnen de gestelde tijd is het van belang om een gedegen en zorgvuldig verloop van de behandeling en resocialisatie van betrokkene te bewerkstelligen. De instelling en de reclassering achten hiervoor een kader noodzakelijk waarbij de instelling verantwoordelijk blijft. Een voorwaardelijke beëindiging met een vrijwillig kader wordt, met name op de langere termijn, als minder passend gezien. Hoewel er sprake is van een overwegend positief verloop van de afgelopen periode, is bij betrokkene nog altijd sprake van een waanstoornis. Ook ontbreekt ziektebesef en is er beperkt inzicht in de consequenties van haar gedrag. Vanwege dit ontbrekende ziektebesef heeft betrokkene in het verleden meermaals de inname van antipsychotische medicatie gestaakt. Ook nu nog worden door betrokkene regelmatig twijfels geuit over de dosering, het interval en de mogelijkheid van orale inname van de medicatie. Betrokkene wordt nog niet (voldoende) medicatietrouw geacht, waardoor vrijwillige inname een hoger risico op psychotische destabilisatie oplevert en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke teloorgang en overlast, resulterend in recidivegevaar voor hernieuwde belaging van de dochters van betrokkene. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet aan de orde is. Daarbij heeft de rechtbank ook in belangrijke mate meegewogen dat een veilige en verantwoorde resocialisatie van betrokkene mogelijk is via proefverlof.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene wordt verlengd met één jaar.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. V.M. Schotanus, rechters, in tegenwoordigheid van C.A. Lequin, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 oktober 2026.

De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.