Strafrecht overig
Gewoonte maken van het vervaardigen van -, verwerven van -, bezit van -en toegang verschaffen via een…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10407 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10407
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 228036-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10407
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gewoonte maken van het vervaardigen van -, verwerven van -, bezit van -en toegang verschaffen via een geautomatiseerd werk tot kinderporno (oude en nieuwe wetgeving), aanranding minderjarige, grooming minderjarige, vrijspraak verkrachting minderjarige, 3 jaar gevangenisstraf met aftrek voorarrest, tbs met dwangverpleging, maatregel ex artikel 38v Sr (contactverbod benadeelde partijen), maatregel ex artikel 38z Sr, deels toegewezen vorderingen benadeelde partijen.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-228036-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 oktober 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1983,
ingeschreven op het adres [adres] ,
preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats 2] ,
raadsman mr. A.Ch. Osté, advocaat te Dongen.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Feit 1: tussen 3 februari 2024 tot en met 25 augustus 2025 kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft en daar een gewoonte van heeft gemaakt.
Feit 2: in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 30 september 2024 [slachtoffer 1] , een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, heeft verkracht.
Feit 3: in de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 februari 2025 [slachtoffer 2] , een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, heeft aangerand.
Feit 4: in de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 november 2024 [slachtoffer 1] , een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden en handelingen heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting (grooming).
Feit 5: tussen l januari 2025 tot en met 12 maart 2025 kinderporno heeft vervaardigd en daar een gewoonte van heeft gemaakt.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de feiten 1 en 5 wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de bevindingen van de politie en de bekennende verklaring van verdachte.
De officier van justitie vordert vrijspraak voor feit 2 (verkrachting [slachtoffer 1] ), omdat er onvoldoende wettig bewijs is voor het seksueel binnendringen.
Feit 4 (grooming [slachtoffer 1] ) acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangifte namens [slachtoffer 1] en de berichten van verdachte aan [slachtoffer 1] .
Feit 3 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen gelet op de beschrijving van de beelden in het dossier en de verklaring van verdachte (op pagina 64 van het proces-verbaal). De officier van justitie verzoekt verdachte partieel vrij te spreken voor het bestanddeel penetreren nu uit het dossier niet blijkt dat hier sprake van is geweest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 2. De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Ten aanzien van de overige feiten kan de rechtbank tot een bewezenverklaring komen gelet op de inhoud van het dossier, met uitzondering van het bestanddeel penetreren bij feit 3. De verdediging verzoekt verdachte hiervan partieel vrij te spreken.
Het oordeel van de rechtbank
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feiten 1 en 5
Ten aanzien van het ten laste gelegde feit heeft verdachte een bekennende verklaring
afgelegd en ter zake daarvan is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal worden volstaan met een
opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van
Strafrecht (hierna: Sr). De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 13 oktober 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 10 februari 2026, pagina's 323 – 353 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 24 juli 2025, pagina’s 313 – 317 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 3 september 2025, pagina’s 267 – 271 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 21 juli 2025, pagina’s 295 – 309 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
Feit 2
De rechtbank stelt vast dat in de periode gelegen tussen 1 augustus 2024 en 30 september 2024 in [plaats 3] een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer 1] . Het initiatief voor de ontmoeting lag bij verdachte. Verdachte en [slachtoffer 1] hadden in de periode gelegen voor hun ontmoeting regelmatig over en weer contact met elkaar via WhatsApp, Snapchat, TikTok en Discord. Tijdens sommige van deze gesprekken met [slachtoffer 1] toonde verdachte zijn geslachtsdeel en/of masturbeerde hij. Verdachte had, naar eigen zeggen, (seksuele) gevoelens voor [slachtoffer 1] . Na de ontmoeting reageerde [slachtoffer 1] niet meer op berichten die verdachte aan hem stuurde.
[slachtoffer 1] heeft voor het eerst bij de politie verklaard dat hij en verdachte hebben gegeten bij de [horecagelegenheid] en dat zij daarna verder zijn gelopen. Op enig moment moest hij verdachte naar een bosje volgen. Daar moest [slachtoffer 1] aan de piemel van verdachte zuigen. Verdachte heeft dit ook bij [slachtoffer 1] gedaan. Verdachte heeft daarnaast geprobeerd om [slachtoffer 1] anaal te penetreren.
Volgens verdachte heeft er enkel een ontmoeting plaatsgevonden en is er na het eten niks gebeurd. Verdachte ontkent dat er enige seksuele handeling tussen hem en [slachtoffer 1] heeft plaatsgevonden.
De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 1] op hoofdlijnen betrouwbaar. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] op onderdelen gedetailleerd verklaart, zoals dat er seksuele handelingen hebben plaatsvonden in de bosjes achter een standbeeld in de vorm van een druppel; dat verdachte een condoom, kleedje en glijmiddel bij zich had en dat hij op enig moment op verdachte moest ‘stuiteren’. Tegelijkertijd constateert de rechtbank dat wat betreft de beschrijving van de feitelijke (seksuele) handelingen behoedzaam met zijn verklaring moet worden omgegaan. Op verschillende momenten in het verhoor moet de politie op deze onderdelen doorvragen en ook zijn er sturende vragen gesteld, hetgeen raakt aan de authenticiteit van [persoon 1] verklaring op deze onderdelen.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beoordelen is of er ook voldoende steunbewijs aanwezig is die de verklaring van [slachtoffer 1] over het seksueel binnendringen kan bevestigen. Daargelaten dat een ontmoeting tussen verdachte en [slachtoffer 1] moeilijk te plaatsen is zonder enige seksuele intentie vanuit verdachte, is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig (steun)bewijs is voor het seksueel binnendringen van [slachtoffer 1] . Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de ten laste gelegde verkrachting.
Feit 3
Ten aanzien van het ten laste gelegde feit heeft verdachte een bekennende verklaring
afgelegd en ter zake daarvan is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal worden volstaan met een
opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sr. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 13 oktober 2026;
- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] namens [slachtoffer 2] d.d. 25 augustus 2025, pagina's 227 - 231 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 21 juli 2025, pagina’s 295 – 309 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194.
De rechtbank is met de verdediging en de officier van justitie van oordeel dat er op basis van het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het ten laste gelegde penetreren, wat betekent verdachte van dit deel van de tenlastelegging partieel zal worden vrijgesproken.
Feit 4
Ten aanzien van het ten laste gelegde feit heeft verdachte een bekennende verklaring
afgelegd en ter zake daarvan is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal worden volstaan met een
opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sr). De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie (pagina 50 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194) en tijdens de zitting van 13 oktober 2026, inhoudende dat er een ontmoeting heeft plaatsgevonden in [plaats 3] en hij seksuele verlangens had ten opzichte van [slachtoffer 1] ;
- het proces-verbaal van aangifte van [persoon 2] namens [slachtoffer 1] d.d. 8 november 2024, pagina’s 106– 112 (inclusief bijlagen op pagina 113-213) van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 14 juli 2025, pagina’s 272 – 281 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2024, pagina’s 214 – 215 van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRBC24194;
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
Feit 1
op tijdstippen in de periode van 3 februari 2024 tot en met 25 augustus 2025 te [plaats 1] ,
(in de periode van 3 februari 2024 tot en met 30 juni 2024)
afbeeldingen, te weten foto's en video’s en films, en gegevensdragers, te weten mobiele telefoons (Nokia en Samsung) en een laptop (Acer), bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 augustus 2025)
visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft,
te weten afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en films en gegevensdragers, te weten mobiele telefoons (Nokia en/of Samsung) en/of een laptop (Acer), bevattende afbeeldingen waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong door die persoon en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp door die persoon en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of voorwerp wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon
wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier en/of
het geslachtsdeel van een dier wordt aangeraakt door die persoon
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of
in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze
van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt
gemasturbeerd en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf aldus een gewoonte
heeft gemaakt.
Feit 3
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 februari 2025 in Nederland, meermalen, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2] een seksuele handeling heeft verricht, te weten
- die [slachtoffer 2] ertoe heeft bewogen zichzelf tijdens het videobellen af te
trekken.
Feit 4
hij op of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 november 2024 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, [slachtoffer 1]
een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dat hij hem zo mist,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dat hij wel op een seksuele manier van die [slachtoffer 1] houdt,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dat hij dolgraag met die [slachtoffer 1] wil zoenen en aan zijn ... wil likken,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dat die [slachtoffer 1] zijn hart en hele wereld is en dat hij elke dag meer verliefd op hem wordt,
- die [slachtoffer 1] te videobellen terwijl hij, verdachte, zich aan het aftrekken is,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dat een enkele reis naar [plaats 3] ongeveer zevenentwintig euro kost en tussen de 2,5 en 3 uur duurt
althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en (vervolgens) die [slachtoffer 1] te ontmoeten in [plaats 3] .
5
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2025 tot en met 12 maart 2025 te [plaats 1] ,
visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 2] 2015) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 3] 2010) en [slachtoffer 4] (geboren [geboortedag 4] 2014), die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, waren betrokken, heeft vervaardigd,
te weten foto's en video’s of films op een gegevensdrager te weten een mobiele telefoon (Samsung) waarop te zien is dat
die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf aldus een gewoonte
heeft gemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege. Hij wijst daarbij op het hoge herhalingsgevaar en de voor verdachte noodzakelijk geachte behandeling. Daarnaast vordert de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest, en daarnaast een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: gvm).
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een tbs met voorwaarden op te leggen. Mocht de rechtbank hier niet in meegaan, dan verzoekt de verdediging de gevangenisstraf te beperken, zodat verdachte zo spoedig mogelijk met zijn behandeling kan starten.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de
ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan.
De rechtbank houdt verder rekening met de persoon en met de omstandigheden van
verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft gedurende ongeveer anderhalf jaar een gewoonte gemaakt van het bezit van kinderporno. Zelfs na het ingrijpen van de politie (door gegevensdragers in beslag te nemen) is verdachte doorgegaan met het verzamelen ervan.
Op de afbeeldingen met kinderporno zijn vooral vergaande seksuele handelingen door en met (jonge) kinderen te zien. Voor de productie van kinderporno worden (jonge) kinderen seksueel misbruikt. Zij lopen hierdoor niet alleen langdurige psychische schade op, maar kunnen ook nog tot in lengte van dagen achtervolgd worden door de van hen verspreide beelden. Een afbeelding die eenmaal via internet is verspreid, kan daar immers vaak moeilijk van worden verwijderd. Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan voornoemd seksueel misbruik, omdat hij door zijn handelen de vraag naar kinderporno in stand heeft gehouden.
Naast het bezit van kinderporno heeft verdachte in de periode van 1 januari 2025 tot en met 12 maart 2025 ook een gewoonte gemaakt van het zelf vervaardigen ervan. Verdachte heeft (seksueel getint) contact met minderjarige jongens van 9, 10 en 14 jaar oud onderhouden en hen onder meer gevraagd om zichzelf te bevredigen. Verdachte heeft schermopnames gemaakt tijdens het videobellen waarbij de slachtoffers seksuele handelingen bij zichzelf aan het verrichten waren.
Ten aanzien van een destijds 9 jarige jongen, heeft hij zich schuldig gemaakt aan aanranding, door hem tijdens die videobelgesprekken op zijn verzoek te laten masturberen.
Verdachte heeft zich tot slot schuldig gemaakt aan grooming van een destijds 14-jarige jongen. Verdachte heeft een ontmoeting voor seksuele doeleinden voorgesteld door seksueel getinte berichten te sturen en te masturberen tijdens videobelgesprekken met deze jongen.
Verdachte heeft zich op geen enkel moment bekommerd over de gevolgen van zijn handelen en zich enkel laten leiden door zijn eigen seksuele behoeften. Het is echter algemeen bekend dat jeugdige slachtoffers van dergelijke delicten, die nog aan het begin van hun seksuele ontwikkeling staan, daarvan ook in latere fasen in hun leven nadelige, psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dat hiervan sprake is, blijkt ook uit de namens beide slachtoffers voorgelezen slachtofferverklaringen ter zitting. De rechtbank rekent verdachte dit alles zeer aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 8 oktober 2026. Daaruit volgt dat hij in 2007 eerder is veroordeeld voor een zedenfeit (met een minderjarige).
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de rapportage van het psychologisch onderzoek van 1 februari 2026, opgesteld door klinisch psycholoog [persoon 4] . Hieruit volgt, kort samengevat, dat bij verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, een pedofiele stoornis, en een matige stoornis in cannabisgebruik en dat deze stoornissen aanwezig waren in de periode van de ten laste gelegde feiten. De psycholoog adviseert om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Verder wordt het recidiverisico als matig/hoog ingeschat, gezien het slechts zeer geringe ziekte-inzicht van verdachte en het feit dat hij zijn psychiatrische stoornissen eerder als geuzennamen opvoert dan dat hij daar motivatie aan ontleent om zich in psychiatrische zin wezenlijk te laten behandelen. De beperkte beschermende factoren zullen daarbij het recidiverisico niet verminderen. Hiervoor is een forensisch psychiatrische behandeling noodzakelijk. Deze behandeling zal naar inschatting van de psycholoog zeker niet eenvoudig zijn en het veranderen van de seksuele voorkeur van betrokkene dient daarbij niet het ultieme doel te zijn, maar een (veel) betere wijze van omgang met zijn pedofiele stoornis, i.e. zijn wijze van coping daarmee behoort zeker wél tot de mogelijkheden.
Dit advies wordt onderschreven door psychiater [persoon 3] in het door haar op 13 februari 2026 uitgebrachte rapport.
De rechtbank neemt deze bevindingen van de deskundigen over.
Gelet op de adviezen van de deskundigen ziet de rechtbank aanleiding om het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
De deskundigen adviseren om de geadviseerde hulpverlening te laten plaatsvinden in het kader van een tbs met voorwaarden en na afloop van deze termijn een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (gvm) op te leggen.
De rechtbank heeft ook kennis genomen van het rapport van de reclassering van 3 april 2026. Hierin wordt negatief geadviseerd ten aanzien van een tbs met voorwaarden. Hoewel verdachte aangeeft overal aan mee te werken, schat de reclassering het risico op onttrekking aan de voorwaarden als hoog in. Daarnaast stelt de reclassering een hoog risico op recidive vast. Het is noodzakelijk dat verdachte geen contact meer heeft met minderjarigen en dat hij digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik vermijdt. Verdachte is echter geenszins van plan om contacten met minderjarigen te vermijden. De reclassering ziet te weinig mogelijkheden om de recidiverisico's te reduceren binnen het ambulante karakter van een tbs met voorwaarden.
Straf en maatregelen
Terbeschikkingstelling (tbs)
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte ter beschikking moet worden gesteld.
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan het opleggen van die maatregel. Bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Het bewezenverklaarde gewoonte maken van het vervaardigen, verwerven en het bezit van kinderporno van de feiten 1 en 5 en de bewezenverklaarde aanranding van feit 3 behoren tot de misdrijven omschreven in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2 Sr. Daarnaast eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel en van de dwangverpleging.
Deze laatste conclusie baseert de rechtbank op de bevindingen van de deskundigen en het reclasseringsadvies.
De rechtbank heeft zich de vraag gesteld of de problematiek van verdachte en het daarmee gepaard gaande recidiverisico in voldoende mate kan worden aangepakt en teruggedrongen door een tbs met voorwaarden, zoals verzocht door de verdediging. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend, gelet op het advies van de deskundigen en het rapport van de reclassering en de nadere toelichting op dit laatste rapport op de zitting. Daaruit blijkt dat het voor verdachte moeilijk is om zich te houden aan eventueel gestelde voorwaarden. Verdachte heeft ter zitting ook erkend dat hij niet wil stoppen met gamen en ook niet met het hebben van contact met minderjarigen. Verdachte heeft aangeboden om zijn telefoon wekelijks te laten controleren op het bezit van kinderporno. Verdachte geeft aan deze stok achter de deur nodig te hebben. Dit is, zoals aangegeven door de reclassering, echter niet haalbaar binnen een tbs met voorwaarden. Om risico’s te verkleinen is een dwangkader nodig. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van tbs met dwangverpleging noodzakelijk is.
Vastgesteld wordt dat de onder 3 en 5 bewezenverklaarde feiten ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De verdachte heeft minderjarige slachtoffers bewogen om tijdens videobelcontacten seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten. Dit zijn onder deze omstandigheden onmiskenbaar gedragingen die hebben geleid tot een schending van de onaantastbaarheid van het lichaam van deze slachtoffers. De totale duur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
Gevangenisstraf
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat naast de tbs met dwangverpleging het opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur noodzakelijk is.
Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met de hierboven genoemde verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Het oriëntatiepunt van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS) voor het gewoonte maken van het verwerven en bezit van kinderporno en zich de toegang daartoe verschaffen is twee jaar gevangenisstraf voor iemand die een eerste keer voor dat feit wordt veroordeeld. Verdachte is hier echter vrijwel direct na de eerste doorzoeking ook weer mee verder gegaan. Dat weegt voor de rechtbank strafverzwarend mee. Het oriëntatiepunt van het LOVS voor het een gewoonte maken van het vervaardigen van kinderporno is vier jaar gevangenisstraf. Voor de bewezenverklaarde overtreding van de artikelen 249 Sr (feit 3) en artikel 251 Sr (feit 4) bestaan geen oriëntatiepunten van het LOVS.
Alles afwegend acht de rechtbank het passend en geboden om naast de tbs met dwangverpleging een gevangenisstraf van 3 jaar op te leggen, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
Vrijheidsbeperkende maatregel (maatregel 38v Sr)
Gelet op het hoge recidiverisico acht de rechtbank een contactverbod ten behoeve van de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , zoals namens hen is verzocht, gewenst. Nu de rechtbank geen voorwaardelijk strafdeel zal opleggen, ziet de rechtbank aanleiding om conform het verzoek van beide aangevers het contactverbod als een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v Sv voor de duur van vijf jaar opleggen, waarbij voor elke overtreding één week vervangende hechtenis wordt toegepast, met een maximum van zes maanden.
Deze maatregelen worden dadelijk uitvoerbaar verklaard, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] door contact met hen te zoeken. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte heeft verklaard dat hij gevoelens voor hen had en - na de inbeslagname van zijn telefoon en laptop door de politie - is doorgegaan met het zoeken van contact met [slachtoffer 2] . Ook heeft verdachte verklaard contact te willen blijven onderhouden met minderjarigen.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (maatregel 38z Sr)
De deskundigen hebben de oplegging van een gvm geadviseerd om ook na afloop van de tbs-maatregel langdurig toezicht en begeleiding te garanderen. De officier van justitie heeft dat ook gevorderd.
De rechtbank is van oordeel dat het van groot belang is dat recidive wordt voorkomen. Oplegging van een gvm kan hier een bijdrage aan leveren.
De rechtbank overweegt dat ondanks dat een behandeling in het kader van een tbs-maatregel succesvol kan worden doorlopen, het op basis van de gestelde stoornissen van belang is dat tegen het einde van de tbs-maatregel opnieuw wordt bekeken wat er op dat moment nodig is in het kader van risicomanagement. De gestelde problematiek van de verdachte maakt immers dat ook na een behandeling nog altijd sprake zal kunnen zijn van de vastgestelde stoornissen.
Deze maatregel houdt dan ook in dat de verdachte zich na de tbs-maatregel aan vrijheidsbeperkende en gedragsbeïnvloedende maatregelen moet houden. De verdachte zal daarbij onder langdurig toezicht staan van de reclassering, zodat het risico op herhaling wordt geminimaliseerd. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan, aangezien de tbs-maatregel wordt gelast en de oplegging van de maatregel naar het oordeel van de rechtbank in het belang is van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van die maatregel en het eventuele bepalen van specifieke voorwaarden zal in de laatste fase van de executie van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden plaatsvinden. Een risicotaxatie van het dan aanwezige recidivegevaar dient in het kader van die beoordeling plaats te vinden.
7 De vorderingen van de benadeelde partijen
[slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] van de feiten 2 en 4 vordert een schadevergoeding van
€ 7.500,- aan immateriële schade.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte is vrijgesproken van feit 2. Wel bewezen kan worden verklaard dat verdachte feit 4 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte ten aanzien van dat feit onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
Immateriële schade
Namens de benadeelde partij is aangevoerd dat hij nadelige (psychische) gevolgen heeft
ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
De aard en de ernst van de normschending door verdachte brengen naar het oordeel van de rechtbank mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank - voor feit 4 - de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding tot een bedrag van € 2.500,- billijk. Deze zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 1 juli 2024.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
[slachtoffer 2]
De benadeelde partij [slachtoffer 2] van feit 3 vordert een schadevergoeding van € 10.013,80 waarvan € 13,80 aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte feit 3 heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
Materiële schade
De benadeelde partij heeft reiskosten naar het politiebureau voor de afname van het studioverhoor opgevoerd als materiële schade. In dat kader overweegt de rechtbank dat reiskosten naar het politiebureau (voor het studioverhoor) niet kunnen worden gekwalificeerd als kosten die zijn gemaakt ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dat deel van de vordering.
Immateriële schade
Namens de benadeelde partij is aangevoerd dat hij nadelige (psychische) gevolgen heeft
ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
De aard en de ernst van de normschending door verdachte brengen naar het oordeel van de rechtbank mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding billijk. Deze zal worden toegewezen.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 1 juli 2024.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] (ouders [slachtoffer 2] )
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] vorderen een schadevergoeding van € 390,- aan materiële schade.
Deze schade betreft de kosten voor een telefoon die bij [slachtoffer 2] in gebruik was en in beslag is genomen door de politie voor verder onderzoek.
De rechtbank stelt vast dat de telefoon waarop de gevorderde materiële schade betrekking heeft, inmiddels aan de benadeelde partij is teruggegeven. Niet is gebleken dat de telefoon beschadigd is geraakt of dat de benadeelde partij anderszins vermogensschade heeft geleden als gevolg van het tijdelijk ontbreken van de telefoon. Nu de gestelde schade niet is komen vast te staan, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
8 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 38z, 57, 240b, 249, 251, 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9 Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de
leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is
betrokken, verwerven, in bezit hebben, zich de toegang daartoe verschaffen terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
en
een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken/schijnbaar is betrokken, verwerven/in bezit hebben/zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt;
feit 3: aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren;
feit 4: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren een ontmoeting voorstellen voor seksuele doeleinden en enige handeling ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting;
feit 5: een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken/schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Maatregel terbeschikkingstelling
- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;
Vrijheidsbeperkende maatregel
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 5] 2010 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon/bepaalde personen;
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
- legt aan verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;
Benadeelde partijen
[slachtoffer 1] , t.a.v. feit 4
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , € 2.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 25 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[slachtoffer 2] , t.a.v. feit 3
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 10.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 75 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , t.a.v. feit 3
- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
- bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. R. de Jong, voorzitter,
en mr. A.L. Hoekstra en mr. R. Combee, rechters,
in tegenwoordigheid van Rozendaal, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 oktober 2026.
mr. Hoekstra en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Feit 1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari
2024 tot en met 25 augustus 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 3 februari 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b
Wetboek van Strafrecht)
meermalen, althans eenmaal,
een of meer afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of films, en/of
- gegevensdragers te weten een of meerdere mobiele telefoon(s) (Nokia
en/of Samsung) en/of een laptop (Acer), bevattende afbeeldingen - van
een seksuele gedraging, waarbij iemand althans [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 2]
2015) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 3] 2010) en/of [slachtoffer 4]
(geboren [geboortedag 4] 2014), die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken
heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van
een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een
communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 augustus 2025 artikel 252
Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met
onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon althans [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 2] 2015) en/of [slachtoffer 3]
(geboren [geboortedag 3] 2010) ) en/of [slachtoffer 4] (geboren [geboortedag 4]
2014), die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had
bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft
verschaft
te weten een of meer afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of
films, en/of gegevensdragers te weten een of meerdere mobiele
telefoon(s) (Nokia en/of Samsung) en/of een laptop (Acer), bevattende
afbeeldingen
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een
penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of voorwerp, en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met
een penis en/of mond/tong door die persoon, en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met
een vinger/hand en/of voorwerp, door die persoon
(afbeeldingen 01, 04, 05, 09, 13, 15, 17 in de toonmap) en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een
penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of voorwerp
wordt/worden aangeraakt, en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander
kind/persoon met een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand
wordt/worden aangeraakt door die persoon, en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen
borsten met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeeldingen 02, 10, 21 in de toonmap) en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier, en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon
wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier, en/of
het geslachtsdeel van een dier wordt aangeraakt door die persoon
(afbeelding 06 in de toonmap)
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in
een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd
past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van
zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze
van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films
nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon
in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 03, 07, 11, 12, 14, 16, 19, 20, 22 in de toonmap)
en/of dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt
gemasturbeerd
en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma
wordt gespoten
en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve)
penis wordt gehouden
(afbeelding 18 in de toonmap)
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf aldus een gewoonte
heeft gemaakt;
(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 Wetboek van
Strafrecht)
MEDEDELINGEN: De officier van justitie deelt mede dat een toonmap is
samengesteld die, ter voorkoming van strafbare feiten en verdere
verspreiding, niet in het dossier is gevoegd en ook niet in afschrift zal
worden verstrekt. De officier van justitie zal deze toonmap als stuk van
overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben en aan de rechtbank
overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in genoemd
materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.
( art 252 Wetboek van Strafrecht, art 254 lid 1 ahf/ond c Wetboek van
Strafrecht)
Feit 2
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 30
september 2024 te [plaats 3] , althans in Nederland,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1]
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden
uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] , en/of
- het in zijn mond nemen van de penis van die [slachtoffer 1] ;
( art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
Feit 3
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 februari 2025
te [plaats 1] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal met een
kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2] een of meer
seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- die [slachtoffer 2] ertoe heeft bewogen zichzelf tijdens het videobellen af te
trekken, althans zichzelf te betasten en/of
- die [slachtoffer 2] ertoe heeft bewogen zichzelf tijdens het videobellen te
penetreren;
( art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
Feit 4
hij op of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 november
2024 te [plaats 1] , althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van
zestien jaren, [slachtoffer 1]
een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden
en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die
ontmoeting, door
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dathij hem zo mist ,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dathij wel op een seksuele manier van die [slachtoffer 1] houdt,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dathij dolgraag met die [slachtoffer 1] wil zoenen en aan zijn ... wil likken,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft datdie [slachtoffer 1] zijn hart en hele wereld is en dat hij elke dag meer verliefd ophem wordt,
- die [slachtoffer 1] te videobellen terwijl hij, verdachte, zich aan het aftrekkenis,
- berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen waarin hij, verdachte, aangeeft dateen enkele reis naar [plaats 3] ongeveer zevenentwintig euro kost entussen de 2,5 en 3 uur duurt
althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] te ontmoeten in [plaats 3] ;
( art 251 lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht)
Feit 5
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari
2025 tot en met 12 maart 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met
onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon althans [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 2] 2015) en/of [slachtoffer 3]
(geboren [geboortedag 3] 2010) ) en/of [slachtoffer 4] (geboren [geboortedag 4]
2014), die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had
bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd
te weten een of meer afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of
films, en/of gegevensdragers te weten een of meerdere mobiele
telefoon(s) (Nokia en/of Samsung) en/of een laptop (Acer), bevattende
afbeeldingen
waarop te zien is dat:
het eigen lichaam oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een
vinger/hand en/of voorwerp, door die persoon
(afbeeldingen 01, 04, 05, 09, 13, 15, 17 in de toonmap) en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen met een
vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeeldingen 02, 10, 21 in de toonmap) en/of
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in
een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd
past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van
zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze
van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films
nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon
in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 03, 07, 11, 12, 14, 16, 19, 20, 22 in de toonmap)
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf aldus een gewoonte
heeft gemaakt;
MEDEDELINGEN: De officier van justitie deelt mede dat een toonmap is
samengesteld die, ter voorkoming van strafbare feiten en verdere
verspreiding, niet in het dossier is gevoegd en ook niet in afschrift zal
worden verstrekt. De officier van justitie zal deze toonmap als stuk van
overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben en aan de rechtbank
overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in genoemd
materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.
( art 252 Wetboek van Strafrecht, art 254 lid 1 ahf/ond c Wetboek van
Strafrecht)