Strafrecht overig
Verlenging tbs dwang met 2 jaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10400 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10400
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 02-173747-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10400
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging tbs dwang met 2 jaar.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-173747-22
Beslissing van de meervoudige kamer van 27 oktober 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
verblijvende in [tbs-instelling] (hierna: tbs-instelling) te [adres] ,
hierna: betrokkene
raadsman mr. W.N. Ramnun, advocaat te Breda.
1 Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 8 september 2023 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast en is zijn verpleging van overheidswege bevolen. De tbs is gelast ter zake van een groot aantal misdrijven tegen de zeden, waaronder het seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefzoon en andere minderjarigen. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan diverse andere strafbare feiten waarbij minderjarigen betrokken waren. Dit betrof onder meer het contact leggen en chatten met minderjarige jongens en hen vervolgens seksueel getinte afbeeldingen sturen. De rechtbank constateert dat het hier mede gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 27 oktober 2024.
2 Procesverloop
De rechtbank heeft op 3 september 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S. van der Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens zijn betrokkene, zijn raadsman en deskundige [gz-psycholoog] , gz-psycholoog bij de tbs-instelling, gehoord.
3 Adviezen
Advies instelling
Uit het rapport van de tbs-instelling van 13 augustus 2026 volgt dat bij betrokkene sprake is van een pedofiele stoornis van het exclusieve type en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische- en vermijdende trekken. Ook is er sprake van (overwegend) zwakbegaafdheid. Betrokkene zal naar verwachting blijvend afhankelijk zijn van professionele begeleiding en structuur. Deze zorgbehoefte lijkt voort te komen uit de combinatie van zwakbegaafdheid, seksuele problematiek, persoonlijkheidskenmerken en de daarmee samenhangende recidiverisico's.
De behandeling van betrokkene is relatief recent gestart en heeft met name in het teken gestaan van het verkrijgen van een beter beeld van betrokkene, zijn seksuele problematiek en de factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van het delictgedrag. Betrokkene stelt zich daarbij begeleidbaar op, houdt zich aan afspraken, neemt deel aan de behandeling en is bereid over het delictgedrag in gesprek te gaan. De behandeling van betrokkene zal zich de komende periode richten op verdere verdieping in de delictdynamiek en de seksuele problematiek, het versterken van zelfreflectie en het ontwikkelen van vaardigheden die bijdragen aan het voorkomen van recidive. Daarnaast zal aandacht uitgaan naar persoonlijkheidskenmerken die samenhangen met vermijding, sociaal wenselijke aanpassing en moeite met het herkennen en bespreken van emoties en spanning. Hiertoe zal onder meer groepsschematherapie worden ingezet. Daarnaast zal verder worden onderzocht welke mate van ondersteuning betrokkene op langere termijn nodig heeft. Wanneer de behandeling daartoe voldoende aanknopingspunten biedt, kan worden bezien of het verantwoord is de eerste stappen richting een verloftraject te zetten. Aangezien betrokkene zich nog in een vroege fase van de behandeling bevindt en nog geen toetsing buiten de beveiligde behandelcontext heeft plaatsgevonden, bestaat nog beperkt zicht op het functioneren van betrokkene wanneer externe structuur en toezicht geleidelijk afnemen. Betrokkene stelt zich coöperatief op en is gemotiveerd om aan de behandeling deel te nemen. Echter, de delictgerelateerde risicofactoren zijn nog onvoldoende behandeld om het recidiverisico in voldoende mate te reduceren en verdere stappen richting resocialisatie mogelijk te maken.
Gezien de aard van de problematiek, het nog beperkte inzicht in de delictdynamiek, het hoge
recidiverisico buiten een (forensische) begeleide setting en de vroege fase van de behandeling acht de instelling voortzetting van behandeling binnen het huidige tbs-kader noodzakelijk. De tbs-instelling adviseert dan ook de tbs met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar.
Ter zitting heeft de deskundige [gz-psycholoog] daaraan nog het volgende toegevoegd. De instelling is op dit moment bezig met de aanvraag voor begeleid verlof. Hierdoor kan worden getoetst hoe betrokkene omgaat met meer vrijheden. Ook is dit van belang voor eventuele verdere overplaatsingen en/of doorplaatsingen.
4 Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
5 Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
De vervolgvraag is met welke termijn de tbs moet worden verlengd. De officier van justitie heeft verzocht om verlenging met twee jaar, waartegen de verdediging zich niet heeft verzet. Gezien het gegeven advies, de relatief recente start van de tbs, de persoonlijke omstandigheden van betrokkene en de door de deskundige gegeven toelichting over de benodigde behandelduur, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.
6 Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met 2 (twee) jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. V.M. Schotanus, rechters, in tegenwoordigheid van C.A. Lequin, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 oktober 2026.
De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.