147 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Uitstel van termijn voor het nemen van akte na tussenarrest en verval van recht die…
Hoge Raad|16 maart 2018|ECLI:NL:HR:2018:364
verval van het recht om de desbetreffende proceshandeling te verrichten (art. 133 lid 4 Rv). 3.4.2 Ten tijde van het door [eiser] c.s. verzochte uitstel voor het nemen van een antwoord-akte
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6336
weken, te rekenen van de dag waarop het arrest is uitgesproken (art. 295 lid 4 Rv.). Het beroep in cassatie is derhalve te laat ingesteld. De Hoge Raad zal de zaak naar
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Herstelbeschikking. In HR 8 juli 2011, LJN BQ7311 borgersbrief ten onrechte buiten beschouwing…
Hoge Raad|25 november 2011|ECLI:NL:HR:2011:BU5778
zijn van het griffierecht een beroep op toepassing van het bepaalde in art. 282a lid 4 Rv. Hetgeen daartoe wordt aangevoerd noopt evenwel niet tot geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0136
toepassing zal zijn, het arbitrale beding, in afwijking van de algemene bepalingen van boek 4 Rv., tussen hen slechts gaat gelden indien de werknemer een uitdrukkelijk daarop gerichte verklaring jegens de werkgever
- Civiel recht overigCassatieGriffierecht. Niet-tijdige betaling griffierecht; ontvankelijkheid cassatieberoep; ‘hardheidsclausule’; art…
Hoge Raad|26 oktober 2012|ECLI:NL:HR:2012:BY1360
brief tot strekking heeft een beroep te doen op de hardheidsclausule van art. 282a lid 4 Rv, faalt dit beroep. De aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om een beroep op de hardheidsclausule
- Civiel recht overigCassatieVerbeurte van dwangsom, art. 611a Rv. Art. 1 lid 3 en 4 Beneluxovereenkomst houdende Eenvormige Wet…
Hoge Raad|21 december 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX9020Aangehaald in 5 uitspraken
eerdergenoemde Eenvormige Wet, welke bepalingen in Nederland als art. 611a lid 3 en 4 Rv zijn gecodificeerd, geoordeeld dat moet worden onderscheiden tussen de termijn die de rechter kan toekennen voor uitvoering
- Civiel recht overigCassatieAppelprocesrecht. Verval van recht memorie van grieven te nemen? Uitleg overgangsbepalingen art. 10.1 en 10.2…
Hoge Raad|13 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:596
verval van het recht om de desbetreffende proceshandeling te verrichten (art. 133 lid 4 Rv). (HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:364) 3.4.2 Ten tijde van het aanbrengen
- Strafrecht overigCassatieJaarrekening rechtspersonen. Vordering procureur-generaal ex art. 999 lid 2 Rv (oud). Geldigheid dagvaarding…
Hoge Raad|5 september 1990|ECLI:NL:HR:1990:AB9154
artikel 407 lid 4 in verbinding met artikel 5 Rv. Nu met artikel 407 lid 4 Rv geen uitzondering kan zijn bedoeld op de algemeen geldende, in artikel 5 Rv neergelegde verplichting
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2558
Plaatsvervangend Procureur-Generaal en naar het hiervoor onder 1 overwogene. 3.2 Ingevolge art. 157b lid 4 Rv. is tegen het vonnis, houdende onbevoegdverklaring, waarbij wordt verwezen naar een rechter van gelijke rang
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Griffierecht in hoger beroep, na anticipatie door geïntimeerde, door appellant te laat betaald…
Hoge Raad|2 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2760
onjuist is, maakt dat niet anders. Aan het door de wetgever met art. 127a lid 4 Rv beoogde doel zou voorts te zeer afbreuk worden gedaan als beroep wel zou openstaan tegen
- OndernemingsrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht
Hoge Raad|18 april 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF2161Aangehaald in 14 uitspraken
18 april 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/045HR (OK 104) AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. RODAMCO NORTH AMERICA N.V. in liquidatie ("RNA"), gevestigd te Rotterdam, 2. [verzoeker 2], wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika, 3. [verzoeker 3], wonende te [woonplaats], Verenigde…
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA9131
verweerster] op 18 september 1997 gedagvaard en daarbij op de voet van art. 477a lid 4 Rv. de onder 1 vermelde vordering ingesteld, strekkende tot nakoming van haar
- Europees civiel rechtCassatieAanbestedingsrecht. Europees recht. Onduidelijkheid moment waarop dwangsom op naleving gebod wordt verbeurd.
Hoge Raad|28 mei 2021|ECLI:NL:HR:2021:792
dictum bepaald, en ook niet op de voet van art. 611a lid 4 Rv bepaald dat NS Stations pas na verloop van een zekere termijn een dwangsom zal verbeuren. Daarmee
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Wet griffierechten burgerlijke zaken; art. 282a, 427b Rv. Niet-ontvankelijkheid in verband met niet…
Hoge Raad|9 december 2011|ECLI:NL:HR:2011:BU7291
gedaan op het buiten toepassing laten van laatstgenoemde bepalingen op de in art. 282a lid 4 Rv. genoemde grond (de 'hardheidsclausule'). Betoogd wordt dat, indien de moeder niet-ontvankelijk wordt verklaard
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Art. 31 Rv. Herstelvonnis. Dictum in eindvonnis strijdig met bindende eindbeslissing in…
Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1805
daarvan op de voet van art. 31 Rv staat geen voorziening open (art. 31 lid 4 Rv). Om toch te kunnen worden ontvangen in het hoger beroep volstaat dat een doorbrekingsgrond wordt
- Civiel recht overigCassatie1. Onderneming in de zin van art. 1 Handelsnaamwet. 2. Vraag of onder ‘het publiek’, waarbij verwarring is te…
Hoge Raad|24 december 1976|ECLI:NL:HR:1976:AC5861
verbinden op de voet van een zelfstandig verzoek als bedoeld in artikel 429-h lid 4 Rv., in haar verweerschrift op te nemen. Ad grief III: Volgens Tandem is het terrein waarop
- OndernemingsrechtCassatieOndernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere…
Hoge Raad|1 oktober 2021|ECLI:NL:HR:2021:1407Aangehaald in 5 uitspraken
Fortbet heeft op 2 november 2018 het verstekarrest overeenkomstig het bepaalde in art. 54 lid 4 Rv bij exploot, gericht aan de gezamenlijke andere aandeelhouders in Fortuna, doen betekenen aan het parket
- Civiel recht overigCassatieContractenrecht. Franchiseovereenkomst supermarkt. Ontbinding, omvang schadevergoeding. Berekening gederfde…
Hoge Raad|15 september 2017|ECLI:NL:HR:2017:2372
bepaling dat tegen de verbetering of weigering daarvan geen voorziening openstaat (art. 31 lid 4 Rv). Het hof merkt voor zover nodig nog op dat thans nog niet kan worden beoordeeld
- Civiel recht overigCassatie25 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C04/063HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de besloten…
Hoge Raad|25 juni 2004|ECLI:NL:HR:2004:AP0955
hierna de EG-betekeningsverordening) en met inachtneming van art. 56 lid 2 tot en met 4 Rv. Ingevolge deze bepalingen dient een deurwaarder die is aangewezen als verzendende instantie als bedoeld
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Verschoningsrechtincident. Beslissing gegeven door meervoudige kamer hof…
Hoge Raad|31 januari 2025|ECLI:NL:HR:2025:162Aangehaald in 5 uitspraken
meervoudige kamer te verzoeken, aldus het onderdeel. 4.1.2 Op grond van art. 15 lid 4 Rv dan wel art. 16 lid 5 Rv kan de meervoudige kamer van de rechtbank respectievelijk
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.