Alle nieuws

Arnhem · 30 oktober 2026

Vrachtwagenchauffeur veroordeeld voor veroorzaken dodelijk verkeersongeval in Duiven

Beeld: Rechtspraak

De rechtbank veroordeelt een 40-jarige vrachtwagenchauffeur uit Utrecht tot een taakstraf van 240 uur en een (gedeeltelijk voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid. De man is schuldig aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij een 81-jarige fietser ten val kwam. De fietser overleed de volgende dag aan zijn verwondingen.

De chauffeur reed op 4 juni 2025 met zijn vachtwagen in Duiven op de Dijkgraaf richting het T-kruispunt met de Nieuwgraaf. Op dat moment reed een fietser op het aan de overzijde gelegen fietspad. De man stak met 20 kilometer per uur het kruispunt over in de richting van de inrit van een bedrijventerrein zonder voorrang aan de fietser te verlenen. De vrachtwagen botste tegen de achterkant van de fiets. Hierdoor kwam de fietser ten val en liep hij een hersentrauma op. Hij overleed de volgende dag in het ziekenhuis.

Tijdens de rechtszaak verklaarde de chauffeur dat hij de fietser niet heeft gezien. Hij zag het fietspad, de verkeersborden en de haaientanden en keek links en rechts. Daarna is hij zonder te stoppen of zijn snelheid te vertragen de kruising overgestoken. Hij remde pas op het moment dat hij de fietser voor zijn cabine zag, maar kon niet meer op tijd reageren. De echtgenote van het slachtoffer legde tijdens de zitting een indringende verklaring af. De man toonde begrip voor haar verdriet en bood zijn excuses aan.

Schuldig aan verkeersongeluk

De rechtbank vindt bewezen dat de man schuld heeft aan het verkeersongeval, waardoor de fietser kwam te overlijden. Volgens de rechtbank mag van een beroepschauffeur een grotere mate van zorgvuldigheid worden verlangd. De rechtbank veroordeelt hem tot een taakstraf van 240 uur. Daarbij legt de rechtbank een rijontzegging op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Voor de voorwaardelijke rijontzegging geldt een proeftijd van 2 jaar.

Geen vergoeding schokschade

De nabestaande diende een schadevordering voor de vergoeding van schokschade in. De rechtbank begrijpt dat de gebeurtenissen voor de nabestaande schokkend zijn geweest. Voor de beoordeling van de vergoeding is echter nader onderzoek noodzakelijk. Dat is in het kader van de strafzaak niet mogelijk. De rechtbank verklaart de nabestaande niet-ontvankelijk in de vordering.  Zij kan haar vordering nog wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Bron: rechtspraak.nl