Socialezekerheidsrecht
Afwijzing wrakingsverzoek. Misbruik: een volgend verzoek van verzoekster om wraking van de behandelend…
Centrale Raad van Beroep, 19 december 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:2729 · Centrale Raad van Beroep · 19 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-2729
Zaakgegevens
Op 19 december 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2022
- Datum publicatie
- 20 december 2022
- Zaaknummer
- 21 / 1308 WIA-W
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:2729
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing wrakingsverzoek. Misbruik: een volgend verzoek van verzoekster om wraking van de behandelend rechter in (...) hoger beroepen wordt niet in behandeling genomen.
Uitspraak
21/1308 WIA-W, 21/4549 ZW-W
Datum beslissing: 19 december 2022
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank NoordNederland van 10 maart 2021, 21/1699, en 23 november 2021, 20/577.
Het onderzoek ter zitting in deze gedingen heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2022 door het lid van de enkelvoudige kamer S.B. Smit-Colenbrander (behandelend rechter).
Aan het eind van de behandeling ter zitting heeft verzoekster een verzoek om wraking tegen de behandelend rechter ingediend.
De behandelend rechter heeft op het wrakingsverzoek gereageerd en meegedeeld niet in de wraking te berusten.
Verzoekster heeft een reactie ingezonden.
Verzoekster en de behandelend rechter zijn uitgenodigd om te worden gehoord ter zitting van de Raad op 19 december 2022. Verzoekster en de behandelend rechter hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Verzoekster heeft naar voren gebracht dat zij niet wil dat de behandelend rechter haar zaak behandelt omdat het dossier medische gegevens bevat waarvan de rechter geen kennis mag nemen. Verzoekster wil in overleg met de president van de Raad bepalen welke rechter haar zaak beoordeelt. Zij heeft aangevoerd dat het verzoek om wraking van de behandelend rechter te maken heeft met ‘de persoonlijke relatiesfeer’.
Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter die de zaak behandelt. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter moet verder het uitgangspunt zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende daarover bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141).
In wat verzoekster naar voren heeft gebracht heeft de Raad, mede bezien in het licht van het proces-verbaal van de zitting, geen enkel aanknopingspunt kunnen vinden dat erop wijst dat de behandelend rechter vooringenomenheid jegens verzoekster koestert, of dat een daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Van een ‘persoonlijke relatie’ tussen verzoekster en de behandelend rechter is in het geheel geen sprake.
Wat is overwogen onder 3.1 en 3.2 betekent dat het verzoek om wraking moet worden afgewezen.
4. Verzoekster heeft eerder wrakingsverzoeken ingediend. Uit de beslissingen op die verzoeken kon het voor verzoekster redelijkerwijs duidelijk zijn aan de hand van welke maatstaf een verzoek om wraking wordt beoordeeld. Mede gelet daarop en gezien de in het voorliggende verzoek aangevoerde wrakingsgrond, stelt de Raad vast dat verzoekster misbruik maakt van de mogelijkheid wrakingsverzoeken in te dienen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:18, vierde lid, van de Awb zal worden bepaald dat een volgend verzoek van verzoekster om wraking van de behandelend rechter in deze hoger beroepen niet in behandeling wordt genomen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
wijst het verzoek om wraking van de behandelend rechter af;
-
bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van de behandelend rechter in deze zaken niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door B.J. van de Griend als voorzitter en J.J.T. van den Corput en. L.M. Tobé als leden, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2022.