Socialezekerheidsrecht

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is met de gewijzigde beslissing op bezwaar tegemoetgekomen aan de…

Centrale Raad van Beroep, 7 mei 2025

Zaakgegevens

Op 7 mei 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
7 mei 2025
Datum publicatie
8 mei 2025
Zaaknummer
23/1503 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:701
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is met de gewijzigde beslissing op bezwaar tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant.

Uitspraak

23/1503 WIA

Datum uitspraak: 7 mei 2025

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 april 2023, 22/2139 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Akdeniz, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft op 9 september 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 7 februari 2025 heeft mr. Akdeniz namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft daarop gereageerd.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft daarbij de kosten van bezwaar vergoed.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) in beroep en € 907,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, met een waarde per punt van € 907,-) in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand. In totaal bedragen de te vergoeden kosten voor het Uwv € 2.721,-.

Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een totaalbedrag van € 2.721,-;

- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025.

(getekend) E. Dijt

(getekend) S. Pouw