Socialezekerheidsrecht
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Appellant is overleden en niet…
Centrale Raad van Beroep, 3 september 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1191 · Centrale Raad van Beroep · 3 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-1191
Zaakgegevens
Op 3 september 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Zaaknummer
- 24/1988 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:1191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Appellant is overleden en niet gebleken is van erfgenamen of belanghebbenden na oproep in de Staatscourant.
Uitspraak
24/1988 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2024, 23/516 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
Wijlen [appellant] , laatstelijk woonachtig te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 3 september 2026
SAMENVATTING
Appellant is overleden. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft op 19 november 2025 van het Uwv het bericht ontvangen dat appellant op [datum] 2025 is overleden.
Belanghebbenden om het geding van appellant over te nemen hebben zich niet gemeld.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
Op 28 april 2026 heeft de griffier van de Raad in de Staatscourant meegedeeld dat de behandeling van het geding tussen de erven van appellant en het Uwv zal plaatsvinden ter zitting van 13 augustus 2026.
Ter zitting van 13 augustus 2026 zijn geen belanghebbenden voor appellant verschenen. Het Uwv heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door R.D. van den Heuvel.
OVERWEGINGEN
1. Appellant is op [datum] 2025 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
2. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep van de Raad in de Staatscourant is niet door belanghebbenden verzocht om als partij aan het geding te mogen deelnemen.
3. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) F.M. Gerritsen