Bestuursrecht overig

Intrekking van een Eurovergunning (communautaire vergunning) voor beroepsgoederenvervoer over de weg…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
30 oktober 2026
Zaaknummer
25/468
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:514
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Intrekking van een Eurovergunning (communautaire vergunning) voor beroepsgoederenvervoer over de weg. Appellante heeft niet aangetoond dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht voor het aantal vergunningbewijzen waarover zij de beschikking heeft. Intrekking van de vergunning is niet onevenredig.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/468

uitspraak van de meervoudige kamer van 3 november 2026 in de zaak tussen

A9 Transport & Logistics B.V., te Lijnden

(gemachtigde: mr. K. Vierhout)

en

de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO)

(gemachtigden: mr. R.J. Maassen, W.S. Tse en N. Brinkhorst)

Procesverloop in beroep

A9 Transport heeft tegen het besluit van 15 mei 2025 (bestreden besluit) beroep ingesteld.

De NIWO heeft een verweerschrift ingediend.

Het College heeft beide partijen schriftelijk vragen gesteld.

Beide partijen hebben hierop aanvullende stukken ingediend.

De zitting was op 17 september 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen en daarnaast ook [naam] voor A9 Transport.

Inleiding

1.1

Met het besluit van 30 september 2022 (vergunningbesluit) heeft de NIWO aan A9 Transport een Eurovergunning (communautaire vergunning) verleend voor beroepsgoederenvervoer over de weg. Aan de vergunning is een geldigheidsduur verbonden tot 30 september 2027. Aan A9 Transport zijn vijf vergunningsbewijzen verstrekt.

In de communautaire vergunning is onder het kopje “Jaarlijks onderzoek kredietwaardigheid” vermeld dat uit de overgelegde financiële gegevens is gebleken dat de solvabiliteitsratio van A9 Transport lager is dan 20% en/of het beschikbaar risicodragend vermogen is aangevuld met een achtergestelde lening. Daarom is A9 Transport aangemerkt als een zogeheten risicobedrijf, wat inhoudt dat zij jaarlijks moet aantonen dat (nog) aan de eis van kredietwaardigheid wordt voldaan. A9 Transport heeft geen bezwaar gemaakt tegen het vergunningbesluit, zodat dit besluit in rechte onaantastbaar is.

1.2

Op 20 juli 2023, 31 oktober 2023 en 3 januari 2024 heeft de NIWO A9 Transport verzocht stukken over te leggen om aan te tonen dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht. De NIWO heeft A9 Transport hiervoor aanvankelijk tot uiterlijk 1 oktober 2023 de tijd gegeven. De NIWO heeft deze termijn uiteindelijk verlengd tot uiterlijk 15 januari 2024.

1.3

Op 31 januari 2024 heeft de NIWO aan A9 Transport meegedeeld dat zij van plan is haar communautaire vergunning in te trekken. De reden daarvoor is dat A9 Transport binnen de gestelde termijn geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van Verordening (EG) Nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen (Verordening 1071/2009). De NIWO heeft A9 Transport in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te brengen. Op 13 februari 2024 heeft zij van deze mogelijkheid gebruikgemaakt en de NIWO verzocht haar minstens zes maanden uitstel te verlenen voor het aanleveren van de gevraagde stukken.

1.4

De NIWO heeft op 22 februari 2024 A9 Transport nogmaals verzocht de gevraagde stukken aan te leveren en A9 Transport daarbij een hersteltermijn tot 1 september 2024 gegeven voor het verstrekken van de definitieve jaarrekening.

1.5

Omdat de NIWO binnen de gestelde hersteltermijn geen stukken van A9 Transport had ontvangen, heeft de NIWO A9 Transport op 12 september 2024 verzocht uiterlijk 1 oktober 2024 de gevraagde stukken aan te leveren. A9 Transport heeft op 7 oktober 2024 stukken aangeleverd.

1.6

Met het besluit van 9 oktober 2024 (intrekkingsbesluit) heeft de NIWO de communautaire vergunning van A9 Transport ingetrokken, omdat A9 Transport volgens haar niet meer voldoet aan de eis van financiële draagkracht. A9 Transport heeft bezwaar gemaakt tegen het intrekkingsbesluit.

1.7

De NIWO heeft op 7 februari 2025 aan A9 Transport meegedeeld dat zal worden gewacht met het nemen van een besluit op het bezwaar totdat zij de overwaarde van de wagens in het jaarverslag van 2024 heeft opgenomen. A9 Transport heeft op 8 mei 2025 de jaarrekening 2024 aangeleverd, waarin de overwaarde van het wagenpark niet is opgenomen. Op 15 mei 2025 heeft A9 Transport taxatiestukken ingezonden.

1.8

De NIWO heeft vervolgens het bestreden besluit genomen. Volgens de NIWO heeft A9 Transport niet aangetoond dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht voor het aantal vergunningbewijzen waarover zij de beschikking heeft. A9 Transport heeft vijf vergunningbewijzen. Zij dient daarvoor een risicodragend vermogen van € 29.000,- aan te tonen. Volgens de NIWO blijkt uit de door A9 Transport overgelegde stukken dat zij een beschikbaar risicodragend vermogen heeft van € 55.529,- negatief (eigen vermogen + overwaarde bedrijfsmiddelen).

Wettelijk kader

2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling van het beroep

Kwalificatie als risicobedrijf

3.1

A9 Transport heeft aangevoerd dat zij bij het vergunningbesluit ten onrechte is aangemerkt als risicobedrijf en daarom ten onrechte is verplicht jaarlijks aan te tonen dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht. Zij is op grond van artikel 10, eerste lid, van de Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO (Beleidsregel) als risicobedrijf aangemerkt, maar die bepaling is volgens haar in strijd met artikel 12, eerste lid, van Verordening 1071/2009.

3.2

In artikel 10, eerste lid, van de Beleidsregel heeft de NIWO criteria opgenomen aan de hand waarvan hij een onderneming die beschikt over een communautaire vergunning beschouwt als risicobedrijf, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van Verordening 1071/2009.

3.3

Het intrekkingsbesluit en het bestreden besluit gaan over de vraag of A9 Transport aan de eis van financiële draagkracht, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van Verordening 1071/2009, voldoet.

3.4

Artikel 10, eerste lid, van de Beleidsregel ligt, anders dan bij het vergunningbesluit, niet ten grondslag aan het intrekkingsbesluit. Een mogelijke toetsing, op welke wijze dan ook, van die laatstgenoemde bepaling - en daarmee ook beantwoording van de vraag of A9 Transport in het vergunningbesluit terecht is aangemerkt als risicobedrijf - is in dit geval dan ook niet aan de orde.

3.5

De beroepsgrond kan dus niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden.

Evenredigheid intrekking

4.1

A9 Transport betoogt verder dat de intrekking van de communautaire vergunning in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onevenredig en niet proportioneel is. De intrekking zal tot ernstige en onomkeerbare gevolgen leiden. Zonder de communautaire vergunning is zij niet meer in staat haar bedrijfsactiviteiten uit te voeren. Dit leidt onvermijdelijk tot een faillissement. Tegelijkertijd was volgens A9 Transport sprake van een reële verwachting dat zij binnen afzienbare tijd zou voldoen aan de eis van financiële draagkracht. Tegen deze achtergrond heeft A9 Transport met een gemotiveerd verzoek een beroep gedaan op de in artikel 9, vijfde lid, van de Beleidsregel opgenomen hersteltermijn van zes maanden. Hoewel de NIWO A9 Transport deze hersteltermijn heeft geboden, leidt een starre toepassing van de termijn, zonder een reële beoordeling van het herstelperspectief en zonder acht te slaan op de specifieke omstandigheden van A9 Transport, tot een onevenredige uitkomst die in strijd is met het doel en de strekking van de Beleidsregel. Bovendien ondermijnt de intrekking van de communautaire vergunning de achterliggende gedachte van de financiële draagkracht, te weten het beschermen van schuldeisers. De intrekking leidt volgens A9 Transport onvermijdelijk tot het onbetaald blijven van schulden. Gelet op de bijzondere omstandigheden zou het dan ook opportuun zijn geweest haar een langere hersteltermijn te gunnen.

4.2

Volgens de NIWO is geen sprake van een onevenredige en disproportionele beslissing. A9 Transport heeft volgens de NIWO ruim voldoende tijd gekregen om aan te tonen dat zij aan de eis van financiële draagkracht voldeed en is daarin niet geslaagd.

4.3

Naar het oordeel van het College is de intrekking van de communautaire vergunning door de NIWO niet onevenredig. Hij neemt hierbij het volgende in aanmerking.

4.4

Het College volgt A9 Transport niet in haar standpunt dat de NIWO haar te weinig tijd heeft gegeven om aan de hand van stukken aan te tonen dat zij voldeed aan de eis van financiële draagkracht. Als (uit een verrichte controle) blijkt dat gedurende de looptijd niet aan de eisen van artikel 3 van Verordening 1071/2009 wordt voldaan moet de onderneming, gelet op artikel 13, eerste lid, aanhef en onder c, van Verordening 1071/2009, een hersteltermijn van maximaal zes maanden worden geboden om aan de hand van stukken aan te tonen dat opnieuw permanent aan die eisen wordt voldaan. Zoals hiervoor in 1.2 tot en met 1.4 is weergegeven, heeft de NIWO A9 Transport, na een eerste verzoek op 20 juli 2023, voor het aanleveren van stukken uiteindelijk een termijn gegeven tot 1 oktober 2024. Gelet hierop heeft NIWO A9 Transport ruim voldoende tijd gegeven om aan de op haar rustende bewijslast te voldoen. Er bestond voor de NIWO, gelet op wat A9 Transport aan stukken had aangeleverd en de aard daarvan, geen aanleiding haar daarvoor voorafgaand aan het nemen van het intrekkingsbesluit nog meer tijd te gunnen. Uit de tot dan toe aangeleverde stukken kon namelijk niet worden opgemaakt dat A9 Transport (op korte termijn) alsnog opnieuw permanent aan de eis van financiële draagkracht zou gaan voldoen. Daarbij komt dat de NIWO aan A9 Transport nog eens de gelegenheid heeft gegeven de vereiste stukken aan te leveren voordat het bestreden besluit werd genomen. Ook dit bleef zonder resultaat.

4.5

Niet in geschil is dat A9 Transport op het moment dat de NIWO het intrekkingsbesluit nam en ook op het moment dat hij het bestreden besluit nam niet voldeed aan de eis van financiële draagkracht. Haar risicodragend vermogen was toen € 55.529,- negatief, terwijl een risicodragend vermogen van € 29.000,- nodig was, gelet op het aantal vergunningbewijzen van (toen nog) vijf waarover zij de beschikking had.

4.6

Als (na het bieden van een hersteltermijn voor het aanleveren van bewijsstukken) blijkt dat niet aan de eisen van artikel 3 (in dit geval die van financiële draagkracht) wordt voldaan, volgt uit artikel 13, derde lid, van Verordening 1071/2009, artikel 3.2, vierde lid, van de Wet wegvervoer goederen en artikel 9, negende lid, van de Beleidsregel dat de communautaire vergunning wordt ingetrokken door de daartoe bevoegde instantie, in dit geval de NIWO. Bij het intrekken van een communautaire vergunning op de grond dat niet is voldaan aan de eis van financiële draagkracht gaat het om een gebonden bevoegdheid. Er is geen ruimte voor een belangenafweging. Aan een toets aan het (geschreven) evenredigheidsbeginsel dat is opgenomen in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb komt het College daarom niet toe.

4.7

Een toets aan het ongeschreven evenredigheidsbeginsel is alleen mogelijk aan de hand van de criteria zoals die zijn uiteengezet in de uitspraak van het College van 23 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:190). Strijd met dat beginsel is uitsluitend aan de orde als sprake is van bijzondere omstandigheden die het besluit zozeer onevenwichtig maken dat van intrekking van de communautaire vergunning had behoren te worden afgezien. Daarvan is naar het oordeel van het College geen sprake.

4.8

Het betoog slaagt niet.

Slotsom

5 Het College zal het beroep ongegrond verklaren.

6 De NIWO hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, mr. B. Bastein en mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.

w.g. M. van Duuren De griffier is verhinderd deze uitspraak mede

te ondertekenen

Bijlage

Verordening (EG) Nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen

Artikel 3

1. Ondernemingen die het beroep van wegvervoerondememer uitoefenen moeten:

a. a) […];

b) […];

c) voldoende financiële draagkracht bezitten, en

d) […].

Artikel 7

1. Om te voldoen aan artikel 3, lid 1, onder c), moet een onderneming op permanente basis in staat zijn haar financiële verplichtingen in het lopende boekjaar na te komen. De onderneming toont […] aan dat zij voor elk jaar beschikt over een kapitaal en reserves van in totaal ten minste:

a. a) 9 000 EUR voor het eerste motorvoertuig dat wordt gebruikt;

b) 5 000 EUR voor elk extra motorvoertuig of samenstel van voertuigen dat wordt gebruikt, met een toelaatbare maximummassa van meer dan 3,5 ton, en […].

[…]

Artikel 10

1. Elke lidstaat wijst één of meer bevoegde instanties aan om te zorgen voor de juiste uitvoering van deze verordening. Deze instanties zijn bevoegd om:

a. a) […];

b) vergunningen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer te verlenen, en deze vergunningen te schorsen of in te trekken; […].

[…].

d) de nodige controles uit te voeren om na te gaan of een onderneming aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten voldoet.

Artikel 12

1. De bevoegde instanties controleren regelmatig of de ondernemingen waaraan zij een vergunning hebben verleend voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer, nog steeds aan de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde vereisten voldoen. Daartoe voeren de lidstaten controles uit, met inbegrip van, in voorkomend geval, inspecties ter plaatse bij de betrokken onderneming, waarbij men zich richt op ondernemingen die geclassificeerd zijn als ondernemingen met een verhoogd risico. Ten behoeve daarvan breiden de lidstaten het risicoclassificatiesysteem dat door hen werd ingesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 en van Richtlijn 2002/15/EG betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35), uit tot alle in artikel 6 van de onderhavige verordening bedoelde inbreuken.

[…].

Artikel 13

1. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat een onderneming het risico loopt niet langer te voldoen aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten, stelt zij de betrokken onderneming daarvan in kennis. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat niet meer wordt voldaan aan één of meer van de vereisten, kan zij de onderneming een van de volgende termijnen verlenen waarbinnen de situatie moet worden geregulariseerd:

[…]

c) een termijn van maximaal zes maanden waarin de onderneming, indien niet was voldaan aan het vereiste inzake financiële draagkracht, moet aantonen dat zij opnieuw permanent aan dat vereiste voldoet.

[…]

3. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat een onderneming niet meer aan één of meer van de voorwaarden van artikel 3 voldoet, schorst zij binnen de in lid 1 van onderhavig artikel bedoelde termijn de vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer of trekt zij de vergunning in.

Wet wegvervoer goederen

Artikel 3.2

[…]

4. De NIWO gaat over tot intrekking of schorsing van de communautaire vergunning of van een bestuurdersattest volgens de daarvoor geldende procedure van de beroepsverordening voor het wegvervoer indien de vervoerder niet meer voldoet aan de vereisten voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer van die verordening.

[…].

Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO

Artikel 9

[…]

5. Indien gedurende de looptijd van de communautaire vergunning wordt vastgesteld dat de onderneming niet meer aan één of meer vergunningeisen voldoet, kan op verzoek van de onderneming een hersteltermijn van maximaal zes maanden worden verleend om opnieuw aan alle vergunning eisen te voldoen.

[…]

9. De vergunning wordt ingetrokken indien, na een eventueel verleende hersteltermijn, uit onderzoek blijkt dat niet aan alle vergunningeisen wordt voldaan.

[…].

Artikel 10

1. Een onderneming die beschikt over een communautaire vergunning wordt beschouwd als risicobedrijf, als bedoeld in artikel 12 van de beroepsverordening voor het wegvervoer, in elk geval indien sprake is van:

a. een solvabiliteitsratio lager dan 20%; of

b. een achtergestelde lening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze beleidsregel, die gebruikt wordt om aan de eis van financiële draagkracht te voldoen.

[…].