Civiel recht overig
Schuldvordering. [Eisers] vordert dat [gedaagden] veroordeelt om aan [eisers] tegen behoorlijke kwijting te…
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 8 februari 2023
ECLI:NL:OGEAA:2023:250 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 8 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-ogeaa-2023-250
Zaakgegevens
Op 8 februari 2023 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 8 februari 2023
- Datum publicatie
- 23 oktober 2023
- Zaaknummer
- AUA202201083
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2023:250
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Schuldvordering. [Eisers] vordert dat [gedaagden] veroordeelt om aan [eisers] tegen behoorlijke kwijting te betalen Afl. 10.615,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 19 mei 2019 en met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Uitspraak
Vonnis van 8 februari 2023
Behorend bij A.R. AUA202201083
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de stichting
[Naam stichting],
te Aruba,
eisers, hierna ook te noemen: [EISERS],
gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,
tegen:
1 [gedaagde 1],
en
2 [gedaagde 2],
beiden wonende in Aruba, te [adres],
gedaagden,
hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagden],
procederende in persoon.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure tot 21 september 2022 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2022. [EISERS] is verschenen bij mr. A.E. Barrios occuperende voor haar gemachtigde, die werd vergezeld door de heer [werknemer [EISERS]] (werkzaam op de debiteurenafdeling van [EISERS]). [gedaagden] en zijn in persoon verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2 HET GESCHIL
EISERS] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. [gedaagden] veroordeelt om aan [EISERS] tegen behoorlijke kwijting te betalen
Afl. 10.615,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 19 mei 2019 en met
Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
b. [gedaagden] veroordeelt in de proceskosten.
gedaagden] heeft verweer gevoerd.
3 DE VERDERE BEOORDELING
Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
Ter zitting heeft [EISERS] erkend dat [gedaagden] na de indiening van het verzoekschrift Afl. 275,-- van het aan [EISERS] in hoofdsom verschuldigde bedrag hebben betaald. [gedaagden] stellen dat zij meer dan voormeld bedrag hebben betaald na de indiening van het verzoekschrift, maar die door [EISERS] betwiste stelling hebben zij niet met betaalbewijs kunnen onderbouwen. Die stelling komt daarom, en ook omdat [gedaagden] overigens geen bewijslevering hebben aangeboden, niet vast te staan.
Vorenstaande brengt onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis met zich dat vast komt te staan dat [gedaagden] (10.615,-- minus 275,-- =) Afl. 10.340,-- opeisbaar verschuldigd zijn aan [EISERS]. De vordering van [EISERS] in hoofdsom zal in zoverre worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 19 mei 2019 tot aan de algehele voldoening.
De vordering van [EISERS] ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat [EISERS] dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding en instructie van deze zaak, waarvoor ingevolge artikel 63a Rv alleen de regels ter zake van proceskosten van toepassing zijn.
gedaagden] zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [EISERS], tot aan deze uitspraak begroot op (220,05, + 220,05, + 208,65,+ 208,65 +750,- =) Afl. 1.607,40 aan verschotten (griffiegeld en kosten van oproeping en wederoproeping) en Afl. 2.000,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 4 ad Afl. 1.000,-- per punt).
4 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagden] om aan [EISERS] te betalen Afl. 10.340,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 19 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
-veroordeelt [gedaagden] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [EISERS], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.607,40 aan verschotten en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders door [EISERS] verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 februari 2023 in aanwezigheid van de griffier.