Civiel recht overig
Civiel, huurovereenkomst, huurachterstand, ondernemersrisico.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 25 maart 2026
ECLI:NL:OGEAA:2026:189 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 25 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-ogeaa-2026-189
Zaakgegevens
Op 25 maart 2026 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- AUA202202185
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2026:189
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel, huurovereenkomst, huurachterstand, ondernemersrisico.
Uitspraak
Vonnis van 25 maart 2026
Behorend bij AUA202202185 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
1 [Eiseres in oppositie],
2. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SUSHI TIME BY GANICOME,
3. [Eiser in oppositie],
allen te Aruba,
eisers in oppositie, hierna gezamenlijk te noemen Sushi Time c.s. en elk afzonderlijk [eiseres in oppositie], Sushi Time en [eiser in oppositie],
procederend in persoon en procederende in de persoon van haar directeur,
tegen:
de naamloze vennootschap
BRICKEL BAY REAL ESTATE N.V.,
te Aruba,
gedaagde in oppositie, hierna ook te noemen: BBRE
gemachtigde: mr. J.A. Saade.
1 HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Na het tussenvonnis van 26 april 2023 heeft het Gerecht kennisgenomen van de volgende processtukken:
-
akte uitlating na tussenvonnis van BBRE,
-
akte uitlating van Sushi Time c.s.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 DE VERDERE BEOORDELING
Alles wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist geldt als letterlijk herhaald en ingelast. Dat vonnis is gewezen door een rechter die niet meer op Aruba werkt zodat dit eindvonnis door een andere rechter wordt gewezen.
In het tussenvonnis zijn de volgende beslissingen genomen. Aan de vso gaat het Gerecht voorbij. De huurovereenkomst die loopt van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022 is door [eiseres in oppositie] en [eiser in oppositie] in eigen naam gesloten en niet door hen als vertegenwoordigers van Sushi Time. Het Gerecht wil meer informatie over de hoogte van de huurachterstand.
In haar akte heeft BBRE haar vorderingen geherformuleerd. Zij heeft verder uitgelegd dat zij deze primair baseert op de huurovereenkomst omdat aan de voorwaarde in de vso door Sushi Time c.s. niet is voldaan. Na de ontruiming van het gehuurde op 23 december 2021 is het gehuurde pas weer verhuurd vanaf 1 mei 2025. De huurprijs is afhankelijk van de omzet van de huurder die echter nog niet met de exploitatie van zijn onderneming is begonnen zodat er al die tijd geen huurpenningen zijn ontvangen.
Bij akte uitlating reageren Sushi Time c.s. als volgt. De vso is in strijd met de goede zeden en dus nietig. Daarover overweegt het Gerecht dat dit niet relevant is omdat in het tussenvonnis al is beslist dat het Gerecht aan de vso voorbij gaat. Bovendien geldt, zoals BBRE terecht aanvoert, dat de voorwaarde in de vso (tijdige betaling van een lager bedrag aan huur) niet is vervuld en dus vallen partijen terug op de huurovereenkomst. Anders dan Sushi Time c.s. stelt geldt dat het niet verhuren gedurende het jaar 2022 niet voor het (ondernemers)risico van BBRE komt. Sushi Time c.s. is immers op grond van de huurovereenkomst gehouden de huur over die periode te betalen dan wel de schade als gevolg van haar wanprestatie (het niet tijdig en volledig betalen van de huurpenningen) aan BBRE te vergoeden en dat komt in principe ook neer op hetzelfde bedrag; te weten het totaal aan niet betaalde huurpenningen. Door BBRE is een verklaring overgelegd van haar directeur die uitlegt waarom het zo lang duurde tot het pand weer was verhuurd. Dat Sushi Time c.s. zijn relaas ongeloofwaardig vinden overtuigt het Gerecht niet. In de eerste plaats omdat zij dit dus niet inhoudelijk weerspreken. In de tweede plaats omdat verhuurders er in het algemeen bij gebaat zijn om vrijgekomen huurruimtes zo snel mogelijk te verhuren om verliezen te beperken. Het Gerecht oordeelt dan ook dat de huurpenningen over de volledige huurperiode aan BBRE moeten worden betaald c.q. vergoed.
Een en ander betekent dat het verzet niet slaagt. Het verstekvonnis is daarom terecht gewezen. Omdat de geherformuleerde primaire vordering afwijkt van de veroordeling in het verstekvonnis ziet het Gerecht aanleiding om het verstekvonnis te vernietigen zodat in de beslissing hieronder de volledige veroordeling is te lezen.
Als in het ongelijk gestelde partijen worden Sushi Time c.s. in de proceskosten van de verzetprocedure veroordeeld.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
vernietigt het verstekvonnis van 16 maart 2022 en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt Sushi Time c.s. hoofdelijk, zodanig dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan BBRE van:
-
Afl. 124.500,00 aan achterstallige huurpenningen,
-
Afl. 1.791.46 aan openstaande elektriciteitskosten
-
Afl. 25,00 aan administratiekosten,
-
Afl 2.925,00 aan contractuele boeterente over de hoofdsommen,
-
Afl. 14.966,33 aan vervallen wettelijke rente 1 januari ‘22 t/m 30 november ‘25,
-
e. te vermeerderen met de dagrente van Afl. 11,53,
-
Afl. 238,80 aan vervallen wettelijke rente energiekosten per 30 november ’25,
-
g. te vermeerderen met 3% wettelijke rente per dag vanaf 1 december 2025,
te vermeerderen met de dagrente vanaf 1 december 2025,
met veroordeling van Sushi Time c.s., hoofdelijk zoals voormeld, tot betaling van de proceskosten van de verstekprocedure, bestaande uit Afl. 204,15 aan verschotten, Afl. 1.280,00 aan griffierechten en Afl. 2.000,00 aan salaris gemachtigde,
met veroordeling van Sushi Time c.s., hoofdelijk zoals voormeld, in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van BBRE begroot op nihil aan verschotten en op Afl. 4.000,00 aan salaris gemachtigde,
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.