Civiel recht overig
Civiel, verkeersongeval, betalingsregeling, onrechtmatige handelen, schade, betalingsverplichting, garantstelling.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 25 maart 2026
ECLI:NL:OGEAA:2026:191 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 25 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-ogeaa-2026-191
Zaakgegevens
Op 25 maart 2026 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- AUA202501721
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2026:191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel, verkeersongeval, betalingsregeling, onrechtmatige handelen, schade, betalingsverplichting, garantstelling.
Uitspraak
Vonnis van 25 maart 2026
Behorend bij A.R. AUA202501721 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser],
te Aruba
eiser,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J.J.C. Odor,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. P.M.K. Smit.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het inleidend verzoek, met producties, van 6 juni 2025;
- de conclusie van antwoord, met een productie, van 22 oktober 2025;
- de rolbeschikking van 12 november 2025 waarbij een comparitie van partijen is bepaald.
De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Namens [eiser] is verschenen zijn gemachtigde mr. Odor voornoemd en namens [gedaagde] is verschenen zijn gemachtigde, mr. Smit voornoemd. De gemachtigden hebben het woord gevoerd en vragen van het Gerecht beantwoord.
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.
2 DE FEITEN
Eiser] is eigenaar van de bar Monaco Club te Aruba. In deze club werkte mevrouw [betrokkene] (hierna te noemen: [betrokkene]) als animeerdame. Aan [betrokkene] is op 17 april 2024 bij Voorlopige Toelating tot Aruba (hierna: VTA) toestemming verleend om naar Aruba te reizen. Op het DIMAS formulier Voorlopige Toelating tot Aruba staat onder “Guarantor Information” vermeld: “47149.3 – Monaco Club”.
Op 8 juni 2024 heeft in de vroege ochtend een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij de auto waarin [gedaagde] en nog een inzittende zaten frontaal is gebotst tegen de auto waarin (onder meer) [betrokkene] zich bevond. Alle inzittenden van de auto’s zijn in zorgwekkende toestand naar het ziekenhuis gebracht.
Betrokkene] heeft als gevolg van het ongeval ernstig letsel bekomen waarvoor zij in het ziekenhuis is behandeld. [Eiser] heeft zich garant gesteld voor de kosten van het ziekenhuis van in totaal Afl. 88.390,08. Tevens is [eiser] een betalingsregeling aangegaan voor de aflossing van deze schuld aan het ziekenhuis.
Bij brief van 19 september 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] als volgt aan [gedaagde] geschreven:
“Op 8 juni 2024 omstreeks 02:07 hebt u (…) een verkeersongeval veroorzaakt (…). Hierbij verloor u de macht over het stuur en botste frontaal tegen auto-11944 (…) komende uit de tegengestelde richting.
Als veroorzaker van het ongeval heeft u grote letselschade veroorzaakt aan het slachtoffer (…) [betrokkene].
De kosten worden als volgt gespecificeerd:
a. Medische schade (letselschade) Afl. 88.390,08
b. Reiskosten (inclusief verzekering) Afl. 1.000,-
c. Smartengeld Afl. 23.000,-
d. Gederfde inkomsten Afl. 7.500,-
e. 18% aan incassokosten Afl. 21.589,21
f. Administratiekosten Afl. 50,-
g. Koerierkosten Afl. 50,-
h. 7% aan BBO/BAZV/BAVP Afl. 9.909,92
i. 3% wettelijke rente Afl. PM
-------------------------------
Totaal Afl. 151.480,21
Middels deze verzoek en sommeer ik u (…) namens cliënte om voormeld totaalbedrag ad. Afl. 151.480,21 uiterlijk binnen 14 dagen te mijne name en kantore en ten behoeve van cliënte te voldoen. Na genoemde datum wordt de vordering met 3% wettelijke rente per maand verhoogd en zullen rechtsmaatregelen volgen. (…).”
Gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.
3 DE VORDERING
Eiser] vordert dat [gedaagde], uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan hem de veroorzaakte schade van Afl. 88.390,08 te betalen.
Eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] het verkeersongeval heeft veroorzaakt en daarom onrechtmatig heeft gehandeld. De gevorderde schade is volgens [eiser] het rechtstreekse gevolg van dit onrechtmatige handelen.
Gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling (uitvoerbaar bij voorraad) van [eiser] in de kosten van het geding. Tevens heeft [gedaagde] verzocht hem toe te staan kosteloos te procederen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.
4 DE BEOORDELING
Vast staat dat op 8 juni 2024 een verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan [betrokkene] letsel heeft bekomen en schade heeft geleden. Tevens staat vast dat [eiser] zich voor de betaling van de rekening van het ziekenhuis garant heeft gesteld, maar dat hij, zoals tijdens de mondelinge behandeling namens hem is verklaard, tot op heden niets heeft betaald.
Volgens [eiser] is het ongeval door [gedaagde] veroorzaakt, omdat hij de auto bestuurde en dronken achter het stuur zat. Uit het door [eiser] (als productie 2 bij inleidend verzoek) overgelegde mutatierapport blijkt echter dat zowel [gedaagde] als de andere inzittende van de auto door het ongeval uit de auto zijn geslingerd en dat daarom niet kon worden vastgesteld wie op het moment van het ongeval de bestuurder was. Dat [gedaagde] het ongeval heeft veroorzaakt kan dus niet zonder meer worden gezegd.
Maar als ervan wordt uitgegaan dat [gedaagde] de bestuurder was en het ongeval heeft veroorzaakt, dan geldt het volgende.
Dat en op welke wijze [gedaagde] door het veroorzaken van het ongeval jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld, heeft [eiser] niet toegelicht en valt ook niet zonder meer in te zien. Dat van onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens [eiser] sprake is, kan dan ook niet worden gezegd. Daarnaast geldt dat de betalingsverplichting van [eiser] vanwege zijn garantstelling jegens het ziekenhuis geen schade is die als gevolg van het ongeval (en daarmee het onrechtmatig handelen van [gedaagde]) wordt geleden. Ditzelfde geldt indien en voor zover [eiser] op grond van de VTA (waarbij “Monaco Club” en niet [eiser] als borg/garantsteller staat vermeld) voor deze kosten aansprakelijk zou zijn.
Het voorgaande brengt mee dat de stellingen van [eiser] niet kunnen slagen. Het gevorderde wordt daarom afgewezen.
Eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde] gevallen. Deze kosten worden tot op heden begroot op Afl. 3.000,- (twee punten x tarief 6) aan gemachtigdensalaris. De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, zal [gedaagde] verlof worden verleend kosteloos te procederen.
5 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
staat [gedaagde] toe kosteloos te procederen;
wijst het gevorderde af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 3.000,- aan gemachtigdensalaris;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.