Strafrecht overig
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:264 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2026-264
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 400.00058/26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2026:264
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft het eerste schot gelost, in de lucht, en daarmee letterlijk het startschot gegeven voor de schietpartij. Vrijspraak voor doodslag en poging doodslag. Bewezenverklaring openlijk geweld en vuurwapenbezit (2x). Het Gerecht weegt onder andere strafverzwarend mee de rol die de verdachte heeft gespeeld die nacht ten opzichte van zijn minderjarige stiefzoon, die ook aanwezig was. Gevangenisstraf van 5 jaar.
Uitspraak
Parketnummer: 400.00058/26
Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 op [geboorteplaats],
wonende op Bonaire, [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.
ONDERZOEK VAN DE ZAAK
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 en 28 augustus 2026, 1 september 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.M.A. van Lieshout, advocaat op Bonaire.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Zijn vordering behelst voorts de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaarding. Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.
Kort gezegd luidt de verdenking als volgt:
-
Medeplegen van doodslag op [slachtoffer 1] op 8 juni 2025
-
Poging tot doodslag op [medeverdachte 1] op 8 juni 2025
-
Openlijke geweldpleging op 8 juni 2025
-
Medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens op 8 juni 2025
-
Voorhanden hebben van een vuurwapen op 9 april 2026.
VOORVRAGEN
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
OORDEEL VAN HET GERECHT OVER DE TENLASTEGELEGDE FEITEN
Inleiding en standpunten
In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten, ten gevolge waarvan de vijftienjarige [slachtoffer 1] is overleden.
De verdachte heeft verklaard dat hij bij de garage stond, schuin tegenover Club Rush, maar dat hij niet heeft geschoten. Hij stelt dat hij na het horen van de schoten naar binnen is gevlucht. De verdachte ontkent een vuurwapen te hebben gehad.
De raadsvrouw heeft vrijspraak van alle feiten bepleit. Zij heeft betoogd dat de getuigenverklaringen in het dossier met terughoudendheid moeten worden gewogen, gelet op het chaotische karakter van de avond. Dit geldt in het bijzonder voor de verklaring van getuige X. Mocht het Gerecht toch bewezen vinden dat de verdachte die avond heeft geschoten, dan stelt de raadsvrouw dat geen sprake was van openlijk geweld. Als de verdachte heeft geschoten, dan was hij de eerste die schoot, in de lucht. Hij kan daarmee geen bijdrage aan groepsgeweld hebben geleverd, want er was op dat moment (nog) geen groepsgeweld, aldus de raadsvrouw.
De officier van justitie heeft betoogd dat uit verschillende getuigenverklaringen blijkt dat de verdachte degene is geweest die als eerste heeft geschoten die avond. Het in de lucht schieten door de verdachte kan niet los worden gezien van de vechtpartij die op dat moment gaande was voor de ingang van Club Rush. Daarmee heeft de verdachte zich wel degelijk schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, aldus de officier van justitie.
Feiten en omstandigheden
Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.
In de nacht van 7 op 8 juni 2025 treedt de Curaçaose rapper [naam rapper] op in Club Rush. Club Rush is gelegen aan de Kaya Princess Marie, ten noorden van de club ligt Restaurant Latino’s en ten zuiden de Kaya L.D. Gerharts. Het optreden trekt veel bezoekers: het is druk zowel binnen als buiten de club. Na afloop van het optreden van [naam rapper] ontstaat in Club Rush een vechtpartij. De vechtpartij verplaatst zich naar buiten, en gaat voor de ingang van de club verder. Het is dan iets voor 3.00 uur in de ochtend. De vechtpartij is voor een deel vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush, die bij de ingang van de club hangt en op de straat is gericht.
Kort nadat de vechtpartij zich naar buiten heeft verplaatst zijn twee schoten te horen, die buiten het beeld worden gelost. Twee andere schoten volgen, eveneens buiten beeld. Aan de overkant van Club Rush staat een groep jongens, onder wie medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Zij zijn vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush. Na de eerste schoten trekt [medeverdachte 2] een vuurwapen en schiet een aantal keer in de lucht. [medeverdachte 3] volgt niet veel later en vuurt een aantal schoten in de lucht af, waarna hij een salvo in de richting van Latino’s afvuurt. Op de beelden is te zien dat het latere slachtoffer [slachtoffer 1] midden op de weg loopt. Dan is een schot met een zwaardere klank te horen, en vrijwel direct daarna valt [slachtoffer 1] tussen twee auto’s neer. Hij is in zijn hoofd geraakt en overlijdt later aan zijn verwondingen. Uit forensisch onderzoek is gebleken dat de kogel die [slachtoffer 1] dodelijk heeft geraakt afkomstig is uit een revolver van het kaliber .38SPL of .357 Magnum.
Uit de verklaringen volgt dat bij Club Rush onder andere een groep uit de wijk Nort’i Saliña aanwezig was; dit is de groep waar de verdachte toe behoort. Ook was een groep uit de wijk Den Tera aanwezig. Tussen beide wijken c.q. groeperingen zou al jaren een vete bestaan.
De verklaring van getuige X
Inleiding
In deze zaak is een getuige, de getuige X, op vordering van het openbaar ministerie als bedreigde anonieme getuige gehoord. De rechter-commissaris heeft de getuige eerst op 2 april 2026 – kort – gehoord, en naar aanleiding van dat verhoor geoordeeld dat de vrees van de getuige terecht was, en dat diens identiteit geheel verborgen moest blijven. Vervolgens heeft de rechter-commissaris de getuige X in juli 2026 onder ede nader gehoord. De officier van justitie en de advocaat zijn bij dit verhoor niet aanwezig geweest, maar hebben beiden wel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om schriftelijke vragen aan de rechter-commissaris op te geven. De gegrondheid van de bij de getuige bestaande vrees is voorafgaand aan dit verhoor opnieuw door de rechter-commissaris getoetst. De verklaring van de getuige is door de rechter-commissaris vervolgens neergelegd in een proces-verbaal, althans voor zover die verklaring niet zou kunnen leiden tot achterhalen van de identiteit van de getuige. Een deel van de antwoorden van de getuige X is om veiligheidsredenen niet in het proces-verbaal weergegeven.
Wettelijk kader
Het horen door de rechter-commissaris van een anonieme bedreigde getuige is geregeld in artikel 261 Sv BES. Het verhoor van X heeft in overeenstemming met het bepaalde in dit artikel plaatsgevonden. In dit artikel staat overigens niet dat de rechter-commissaris ook de betrouwbaarheid van de (verklaring van de) getuige moet toetsen. De rechter-commissaris toetst de bij de getuige bestaande vrees, en de bezwaren van de getuige tegen onthulling van diens identiteit. Zo staat het ook in het proces-verbaal verwoord.
In artikel 385 lid 4 Sv BES is vervolgens bepaald dat de verklaring van een op deze manier gehoorde anonieme getuige alleen dan voor het bewijs kan worden gebruikt, als ‘belangrijke steun aan ander gebezigd bewijsmateriaal kan worden ontleend’. Oftewel: het Gerecht kan de verklaring gebruiken als die onderdeel is van een bewijsconstructie waarin ook andere ‘belangrijke’ bewijsmiddelen zijn opgenomen. Er moet dus sprake zijn van steunbewijs.
Oordeel van het Gerecht
De vraag is of de verklaring van X voldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te kunnen worden gebruikt. Het Gerecht vindt van wel. De getuige heeft uitgebreid en gedetailleerd verklaard, en het feit dat de getuige de moeite heeft genomen de verklaring af te leggen, ondanks de vrees voor diens leven, is niet goed te rijmen met het bewust afleggen van een valse verklaring.
De verklaring kan dus voor het bewijs worden gebruikt. Het Gerecht houdt wel rekening met de chaotische situatie voor Club Rush, de paniek, en het feit dat de getuige zoals die zelf zegt ‘in dekking’ was.
Daarnaast houdt het Gerecht rekening met het feit dat het een anonieme getuige betreft, en dat het ondervragingsrecht ten aanzien van getuige X beperkt is geweest. De verdediging heeft alleen schriftelijke vragen kunnen stellen, door middel van tussenkomst van de rechter-commissaris. Een deel van de antwoorden is bovendien niet in het dossier gevoegd.
Het Gerecht zal daarom behoedzaam met de verklaring van X omgaan. Zoals artikel 385 lid 4 Sv BES ook voorschrijft.
Heeft de verdachte geschoten?
Getuige X heeft verklaard dat een gevecht uitbrak bij de ingang van Club Rush. De getuige zag mensen rennen en zag toen de verdachte. De verdachte stond midden op de weg, ongeveer voor de ingang van Rush. Op een gegeven moment schoot de verdachte, hij schoot recht omhoog. Daarna volgden meerdere schoten van verschillende kanten, en is de getuige dekking gaan zoeken.
Deze verklaring van X staat niet op zichzelf. Getuige [getuige 1] verklaart precies hetzelfde: er brak een gevecht uit bij de ingang van Club Rush, de verdachte schoot in de lucht, en daarna volgden meerdere schoten vanuit verschillende kanten. Ook de getuige [getuige 2] beschrijft dat de eerste schoten werden gelost door een man die bij de ingang van Club Rush in de lucht schoot. [getuige 2] heeft gehoord dat deze man uit Nort’i Saliña kwam – net als de verdachte.
Ook medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de verdachte bij de ingang van Club Rush heeft zien schieten. Daarnaast is heimelijk een gesprek opgenomen tussen de stiefzoon van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 4], en [betrokkene]. In dat gesprek zegt [medeverdachte 4] dat de verdachte in de lucht heeft geschoten. De verklaring van getuige X vindt dus meer dan voldoende steun in het overige bewijsmateriaal.
Al met al vindt het Gerecht bewezen dat de verdachte die nacht in de lucht heeft geschoten, en daarmee in letterlijke zin het startschot heeft gegeven voor de schietpartij die daarna volgde. Dit betekent ook dat het onder 4 tenlastegelegde voorhanden hebben van een vuurwapen op 8 juni 2025 is bewezen.
Vrijspraak van feiten 1 en 2
Dat de verdachte gericht heeft geschoten, is niet gebleken. Het Gerecht is daarom met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de feiten en 1 en 2 heeft begaan. Het Gerecht zal de verdachte van deze feiten vrijspreken.
Overwegingen over feit 3 - openlijke geweldpleging
Wettelijk kader
In artikel 147 Sr BES is strafbaar gesteld het openlijk plegen van geweld met verenigde krachten. Deze strafbaarstelling ziet op het deelnemen aan groepsgeweld in de openbare ruimte. De strafwaardigheid van openlijk geweld zit in de aantasting van de openbare orde, niet in de aantasting van de lichamelijke integriteit van de individuele slachtoffers. Voor een bewezenverklaring is daarom minder van belang wie precies wat heeft gedaan, of wie precies bij wie hoorde. Het gaat om groepsaansprakelijkheid; heeft een verdachte deel uitgemaakt van de groep, en een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld, dan is de verdachte strafbaar. ‘De groep’, is daarbij een ruim begrip.
Het bestanddeel ‘met verenigde krachten’ valt uiteen in twee delen. Het onderdeel ‘verenigde’ ziet op het in vereniging plegen van het delict, en kan worden beoordeeld aan de hand van de rechtspraak op het gebied van medeplegen. Het woord ‘krachten’ ziet erop dat van de verdachte zelf ook “enige gewelddadige handeling is uitgegaan”. Dit betekent dat hier - anders dan in Europees Nederland, waar het woord krachten is komen te vervallen – niet alleen sprake moet zijn van een significante bijdrage aan het geweld door de verdachte, maar dat die bijdrage ook een gewelddadig karakter moet hebben gehad.
Openlijk geweld?
Wat begint als een vechtpartij voor de ingang van Club Rush, ontwikkelt zich in een oogwenk tot een geweldsexplosie waarbij tientalen keren wordt geschoten. Deze geweldsexplosie dijt vervolgens uit naar de omliggende straten, waar door verschillende personen vanaf verschillende plekken eveneens wordt geschoten.
Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat de geweldshandelingen die in de nacht van 8 juni 2025 voor en in de omgeving van Club Rush plaatsvonden als één geheel, ofwel als één uiting van geweld moeten worden gezien. De eerste schoten zijn een directe reactie op de vechtpartij die voor Rush plaatsvindt, waarop weer een reactie van andere schoten volgt, waarop nog meer reacties van schoten volgen, tot op de hoek van het Belastingkantoor aan toe. Kennelijk lokte het gebruik van geweld op dat moment en op die plaats, met name het schieten met vuurwapens, nieuw geweld uit van weer andere personen, die ook een vuurwapen wilden gebruiken.
Bijdrage van de verdachte
Voor de verdachte geldt, zoals hiervoor al is overwogen, dat hij het eerste schot heeft gelost. Dat tot op dat moment niet met vuurwapens werd geschoten doet niet af aan het feit dat ook op het moment dat de verdachte schoot, al sprake was van geweldpleging. Voor Club Rush werd immers gevochten. Door op dat moment, op die plek, een vuurwapen ter hand te nemen en daarmee te schieten, heeft de verdachte zonder meer een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat op dat moment op de openbare weg werd gepleegd.
Dat betekent dat ook feit 3 is bewezen.
Overwegingen over feit 5 – vuurwapen op 9 april 2026
Uit de bewijsmiddelen volgt zonder meer dat het op 9 april 2026 aan de [straatnaam] aangetroffen vuurwapen aan de verdachte behoorde. Het wapen is aangetroffen onder de matras van de vriendin van de verdachte, in de woning waar hij ook regelmatig kwam. Zijn vriendin stuurt hem enkele weken voor 9 april 2026 een berichtje, dat zij “het ding onder de matras heeft gezet”. En op het wapen is DNA aangetroffen dat overeenkomt met het DNA van de verdachte.
BEWEZENVERKLARING
Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 3
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op de openbare weg, te weten de Kaya Princes Marie, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten aanwezige omstanders en bestaande dat geweld uit het meermalen in de lucht schieten met een vuurwapen.
Feit 4
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad een vuurwapen en een hoeveelheid munitie, te weten meerdere patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Feit 5
hij op 9 april 2026 op het eiland Bonaire, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, te weten een revolver en een hoeveelheid munitie, te weten meerdere patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
BEWIJSMIDDELEN
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE VAN HET BEWEZENVERKLAARDE
Het onder feit 3 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.
Het onder feit 4 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.
Het onder feit 5 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
OPLEGGING VAN STRAF
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft in de nacht van 8 juni 2025 letterlijk het startschot gegeven voor het ongekende vuurwapengeweld van die nacht. Hij kwam gewapend naar de omgeving van Club Rush en heeft de vechtpartij voor de ingang doen escaleren tot onnodig en zinloos vuurwapengeweld, waarbij de vijftienjarige [slachtoffer 1] om het leven is gekomen. Het is voor het Gerecht volstrekt onbegrijpelijk waarom de verdachte die nacht zonder enige duidelijke aanleiding in de lucht heeft geschoten. Wie te midden van een druk uitgaansgebied een vuurwapen afvuurt, brengt omstanders in groot gevaar.
De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer, heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.
Het Gerecht rekent het de verdachte extra aan dat hij ter plaatse aanwezig was met zijn minderjarige stiefzoon [medeverdachte 4], die eveneens een vuurwapen bij zich had en daar ook mee heeft geschoten. In plaats van de verstandige volwassene te zijn en zijn stiefzoon uit de situatie te halen, heeft de verdachte eerst het volstrekt verkeerde voorbeeld gegeven door zelf te gaan schieten – iets wat [medeverdachte 4] waarschijnlijk heeft gezien. Vervolgens is de verdachte weggegaan, en heeft hij zijn stiefzoon met een vuurwapen op zak in die gevaarlijke en hectische situatie achtergelaten. Een pedagogisch volstrekt onverantwoorde actie.
Het Gerecht rekent het de verdachte ook bijzonder zwaar aan dat hij, terwijl zijn vijftienjarige stiefzoon in detentie zat voor een poging doodslag en een andere vijftienjarige was overleden door vuurwapengeweld, het kennelijk ook na 8 juni 2025 nog een goed idee vond om een vuurwapen voorhanden te hebben. Op 9 april 2026 is immers opnieuw een vuurwapen gevonden dat van hem was.
Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht verder nog rekening met het feit dat de verdachte al eerder onherroepelijk voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. De verdachte heeft het bewezen verklaarde bovendien gepleegd in een proeftijd van een opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdachte heeft een stabiele relatie met de moeder van [medeverdachte 4], en de verdachte heeft een zware tijd gehad nadat zij naar Nederland was vertrokken en de verdachte alleen met de (stief)kinderen achterbleef. De vriendin van de verdachte is bovendien zwanger. De verdachte heeft zijn eerder opgelegd taakstraf echter – ondanks vele nieuwe kansen – niet afgemaakt. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor begeleiding.
Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof, en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor de openlijke geweldpleging in deze zaak gaat het Gerecht uit van een gevangenisstraf van 3 jaar. Voor vuurwapenbezit op straat, tijdens een evenement, is de gebruikelijke straf bij recidive 24 maanden. In dit geval zit er echter samenloop tussen het vuurwapenbezit en het openlijk geweld. Voor vuurwapenbezit thuis staat bij recidive een straf van 9 tot 12 maanden.
Al met al vindt het Gerecht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar passend en geboden. Het Gerecht zal deze straf opleggen.
IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
De bij de verdachte in beslag genomen revolver van het merk Smith & Wesson .38 (IBN-code [code 1]) is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Met behulp van dit voorwerp is het onder 5 bewezen verklaarde begaan. Het ongecontroleerde bezit van het voorwerp is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal dit voorwerp daarom onttrekken aan het verkeer.
De Apple iPhone blauw (IBN-code [code 2]) en de Samsung Galaxy AOS (IBN-code [code 3]) behoren toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten.
DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[benadeelde partij 3], tot een bedrag van USD 11.789,50;
-
[benadeelde partij 2], tot een bedrag van USD 1.035,00; en
-
[benadeelde partij 1], tot een bedrag van USD 3.000,00.
[benadeelde partij 3] is de moeder van de overleden [slachtoffer 1]. Haar vordering ziet op vergoeding van de kosten van de begrafenis van [slachtoffer 1], en daarnaast USD 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
De vordering van [benadeelde partij 2] heeft betrekking op een Kia Rio die die nacht geparkeerd stond op de Kaya Prinses Marie, schuin tegenover Club Rush. De vordering ziet enerzijds op reparatiekosten voor de auto, en anderzijds op omzetderving door het mislopen van huurinkomsten.
De vordering van [benadeelde partij 1] betreft materiële schade aan zijn Chevrolet Spark. Hij stelt dat als gevolg van de schietpartij van 8 juni 2025 auto total loss is geraakt. Hij begroot de schade op USD 3.000,00. De benadeelde partij heeft de vordering en de hoogte van het gevorderde bedrag niet nader onderbouwd.
Standpunten
De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële begrafeniskosten, en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. Hij voert daartoe aan dat er voor toewijzing van vergoeding van affectieschade op de BES-eilanden nog geen wettelijke grondslag bestaat en dat de gestelde schokschade onvoldoende is onderbouwd.
De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 1] gevorderd dat deze hoofdelijk toe te wijzen. Uit het dossier volgt dat de auto minstens 11 schotbeschadigingen heeft, daarom is verdere onderbouwing van de vordering niet nodig.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] heeft de officier van justitie gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële reparatiekosten en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen primair op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, dan wel afgewezen, in verband met de bepleite vrijspraak.
Oordeel van het Gerecht
Ad 1. Vordering van [benadeelde partij 3]
Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de dood van haar zoon [benadeelde partij 3] en de overige nabestaanden veel leed heeft berokkend. Het gewelddadig overlijden van een zeer jong familielid brengt een diep verdriet en een groot gemis met zich mee. Dat leed staat voor het Gerecht niet ter discussie
Maar voor toewijzing van de vordering is vereist dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, en dat de verdachte daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk is. Die civielrechtelijke aansprakelijkheid kan het Gerecht in deze zaak niet vaststellen. Het is immers niet duidelijk geworden wie verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer 1].
Het Gerecht heeft overwogen of de vordering (deels) toch zou kunnen worden toegewezen, bijvoorbeeld op grond van groepsaansprakelijkheid. De verdachte en de medeverdachten worden allen veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld. Het is in dit geweld dat [slachtoffer 1] is omgekomen. Een bewezenverklaring van openlijk geweld is echter niet voldoende voor het aannemen van gedragingen in groepsverband in de zin van artikel 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES. Zij brengt niet zonder meer mee dat de verdachte ook civielrechtelijk in groepsverband heeft gehandeld, zodat de schade aan alle verdachten hoofdelijk kan worden toegerekend.
Nu niet binnen het beperkte kader van de strafprocedure kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 2. De vordering van [benadeelde partij 2]
Voor de vordering van [benadeelde partij 2] geldt hetzelfde. Nog los van het feit dat de omzetderving niet is onderbouwd, geldt ook hier dat het Gerecht niet kan vaststellen wie op de Kia Rio heeft geschoten. Groepsaansprakelijkheid in civielrechtelijke zin kan ook hier niet zonder meer worden aangenomen.
Nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 3. Vordering van [benadeelde partij 1]
Uit het dossier blijkt voldoende dat de auto aanzienlijke schade heeft opgelopen. Zo blijkt uit forensisch onderzoek dat op de auto elf schotbeschadigingen zijn aangetroffen. Zowel de vordering als het dossier bevatten echter geen nadere informatie aan de hand waarvan de omvang van de geleden schade kan worden vastgesteld. Het Gerecht kan daarom de hoogte van de schade niet bepalen.
De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 38c, en 59 van het Wetboek van strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 5 (vijf) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een revolver van het merk Smith & Wesson .38 (IBN-code [code 1]);
gelast de teruggave van de Apple iPhone blauw (IBN-code [code 2]) en de Samsung Galaxy AOS (IBN-code [code 3]) aan de verdachte;
verklaart de benadeelde partijen, [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat deze de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.