Strafrecht overig
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:267 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2026-267
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 400.00131/25, 400.00127/26 en 400.00045/24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2026:267
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige neef van de verdachte is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft 26 keer geschoten, waarvan de meeste keren gericht. Veroordeling voor poging doodslag, openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit. Het beroep op noodweer wordt verworpen omdat de feitelijke toedracht die daaraan ten grondslag is gelegd, niet aannemelijk is geworden.
Vrijspraak in een andere zaak, de zaak Corsica, waarin geschoten was tijdens een buurtfeest.
Gevangenisstraf van 9 jaar.
Uitspraak
Parketnummer: 400.00131/25 (GALAPAGOS), 400.00127/26 (CORSICA) en 400.00045/24 (BALASHI), ter terechtzitting gevoegd
Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats],
wonende op Bonaire, [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.
ONDERZOEK VAN DE ZAAK
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 en 28 augustus 2026, 1 september 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht:
-
het onder parketnummer 400.00131/25 (zaak GALAPAGOS) als feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
-
het onder parketnummer 400.00127/25 (zaak CORSICA) als feit 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
-
het onder parketnummer 400.00045/24 (zaak BALASHI) ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 18 jaren, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Zijn vordering behelst voorts de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder parketnummer 400.00127/26 (CORSICA) ten laste gelegde en het onder parketnummer 400.00131/25 (GALAPAGOS) ten laste gelegde voor zover het feit 1 betreft. De raadsman heeft voorts een strafmaatverweer gevoerd.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaardingen in de drie zaken. Afschriften van de dagvaardingen zijn aan dit vonnis gehecht. Kort gezegd zijn de verdenkingen als volgt:
400.00131/25 (zaak GALAPAGOS)
-
Medeplegen van poging tot doodslag op [medeverdachte 1] en/of [slachtoffer 1] en/of [medeverdachte 2] op 8 juni 2025
-
Openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen op 8 juni 2025
-
Het voorhanden hebben van een of meer vuurwapens op 8 juni 2025.
400.00127/25 (zaak CORSICA)
-
Poging tot doodslag op [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op 11 januari 2025
-
Openlijke geweldpleging tegen personen op 11 januari 2025
-
Het voorhanden hebben van een vuurwapen op 11 januari 2025.
400.00045/24 (zaak BALASHI)
Mishandeling van [slachtoffer 4] op 28 oktober 2023.
VOORVRAGEN
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaardingen geldig zijn, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK GALAPAGOS (400.00131/25)
Inleiding en standpunten
In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten. De vijftienjarige [slachtoffer 5], de neef van verdachte, is hierdoor overleden.
Na de schietpartij bij Club Rush heeft die nacht nog een schietpartij plaatsgevonden, ditmaal in Nort’i Saliña waarbij [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt.
De verdachte heeft verklaard dat hij bij Club Rush aanwezig was ten tijde van het schieten daar. De verdachte heeft bekend dat hij zelf ook heeft geschoten bij Club Rush. Hij deed dat in reactie op het schieten door anderen.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 tenlastegelegd poging tot doodslag. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat te weinig bekend is over wie waar stond, en in welke richting de verdachte precies heeft geschoten, om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De raadsman heeft er daarnaast op gewezen dat de verdachte is gaan schieten in reactie op schoten die op hem werden afgevuurd, en dat dit op gespannen voet staat met opzet op levensberoving.
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle 3 de feiten.
Feiten en omstandigheden
Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.
In de nacht van 7 op 8 juni 2025 treedt de Curaçaose rapper [naam rapper] op in Club Rush. Club Rush is gelegen aan de Kaya Princess Marie, ten noorden van de club ligt Restaurant Latino’s en ten zuiden de Kaya L.D. Gerharts. Het optreden trekt veel bezoekers: het is druk zowel binnen als buiten de club. Na afloop van het optreden van [naam rapper] ontstaat in Club Rush een vechtpartij. De vechtpartij verplaatst zich naar buiten, en gaat voor de ingang van de club verder. Het is dan iets voor 3.00 uur in de ochtend. De vechtpartij is voor een deel vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush, die bij de ingang van de club hangt en op de straat is gericht.
Kort nadat de vechtpartij zich naar buiten heeft verplaatst zijn twee schoten te horen, die buiten het beeld worden gelost. Twee andere schoten volgen, eveneens buiten beeld. Aan de overkant van Club Rush staat een groep jongens, onder wie de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3]. Zij zijn vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush. Na de eerste schoten trekt [medeverdachte 3] een vuurwapen en schiet een aantal keer in de lucht. De verdachte volgt niet veel later en vuurt een aantal schoten in de lucht af, waarna hij een salvo in de richting van Latino’s afvuurt. De verdachte heeft verklaard dat er vanuit die kant door verschillende mensen op hen werd geschoten. Op de beelden is te zien dat het latere slachtoffer [slachtoffer 5] midden op de weg loopt. Dan is een schot met een zwaardere klank te horen, en vrijwel direct daarna valt [slachtoffer 5] tussen twee auto’s neer. Hij is in zijn hoofd geraakt en overlijdt later aan zijn verwondingen.
Uit de verklaringen volgt dat bij Club Rush onder andere een groep uit de wijk Den Tera aanwezig was; dit is de groep waar de verdachte toe behoort. Ook was een groep uit de wijk Nort’i Saliña aanwezig. Tussen beide wijken c.q. groeperingen zou al jaren een vete bestaan.
Overwegingen over feit 1 - poging tot doodslag op meer personen
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte 26 schoten moet hebben gelost. Verreweg de meeste van die schoten waren niet in de lucht, maar gericht op de personen die volgens de verdachte op hem aan het schieten waren, zo heeft de verdachte zelf verklaard. Als de verdachte al niet vol opzet heeft gehad op het (dodelijk) raken van die personen, dan heeft hij door zoveel keer gericht te schieten in een dergelijke chaotische situatie, waarbij veel mensen dicht op elkaar stonden en veel mensen heen en weer aan het rennen waren, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij daarmee iemand dodelijk zou raken.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in elk geval gericht heeft geschoten op [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Van [slachtoffer 1] kan dit niet worden vastgesteld, omdat niet bekend is waar hij zich tijdens het schieten bevond. Poging tot doodslag op [slachtoffer 1] vindt het Gerecht om die reden niet bewezen.
Noodweer
De raadsman heeft een beroep gedaan op noodweer, dan wel noodweerexces. De verdachte bevond zich in een situatie waarin er van korte afstand op hem werd geschoten, en heeft zich daartegen verdedigd, aldus de raadsman.
De officier heeft erop gewezen dat het juist de verdachte is geweest die als eerste gericht is gaan schieten. Van een noodweersituatie is dus niet gebleken.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Het schieten door de verdachte is geheel op de camerabeelden van Club Rush vastgelegd. Op die camerabeelden is te zien dat de verdachte weliswaar niet de eerste is die schoten afvuurt, maar wel de eerste of een van de eersten die gericht schiet. Hij schiet eerst in de lucht, en vuurt dan een enorm salvo aan kogels af, in de richting van Latino’s. Uit de bewijsmiddelen volgt dat pas daarna ook gericht op de verdachte wordt geschoten.
Dit betekent dat de feitelijke toedracht die aan het beroep op noodweer(exces) ten grondslag is gelegd, niet aannemelijk is geworden.
Het beroep op noodweer of noodweerexces wordt verworpen.
Overwegingen over feit 2 - openlijk geweld
Wettelijk kader
In artikel 147 Sr BES is strafbaar gesteld het openlijk plegen van geweld met verenigde krachten. Deze strafbaarstelling ziet op het deelnemen aan groepsgeweld in de openbare ruimte. De strafwaardigheid van openlijk geweld zit in de aantasting van de openbare orde, niet in de aantasting van de lichamelijke integriteit van de individuele slachtoffers. Voor een bewezenverklaring is daarom minder van belang wie precies wat heeft gedaan, of wie precies bij wie hoorde. Het gaat om groepsaansprakelijkheid; heeft een verdachte deel uitgemaakt van de groep, en een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld, dan is de verdachte strafbaar. ‘De groep’, is daarbij een ruim begrip.
Het bestanddeel ‘met verenigde krachten’ valt uiteen in twee delen. Het onderdeel ‘verenigde’ ziet op het in vereniging plegen van het delict, en kan worden beoordeeld aan de hand van de rechtspraak op het gebied van medeplegen. Het woord ‘krachten’ ziet erop dat van de verdachte zelf ook “enige gewelddadige handeling is uitgegaan”. Dit betekent dat hier - anders dan in Europees Nederland, waar het woord krachten is komen te vervallen – niet alleen sprake moet zijn van een significante bijdrage aan het geweld door de verdachte, maar dat die bijdrage ook een gewelddadig karakter moet hebben gehad.
Openlijk geweld?
Wat begint als een vechtpartij voor de ingang van Club Rush, ontwikkelt zich in een oogwenk tot een geweldsexplosie waarbij tientalen keren wordt geschoten. Deze geweldsexplosie dijt vervolgens uit naar de omliggende straten, waar door verschillende personen vanaf verschillende plekken eveneens wordt geschoten.
Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat de geweldshandelingen die in de nacht van 8 juni 2025 voor en in de omgeving van Club Rush plaatsvonden als één geheel, ofwel als één uiting van geweld moeten worden gezien. De eerste schoten zijn een directe reactie op de vechtpartij die voor Rush plaatsvindt, waarop weer een reactie van andere schoten volgt, waarop nog meer reacties van schoten volgen, tot op de hoek van het Belastingkantoor aan toe. Kennelijk lokte het gebruik van geweld op dat moment en op die plaats, met name het schieten met vuurwapens, nieuw geweld uit van weer andere personen, die ook een vuurwapen wilden gebruiken.
Bijdrage van de verdachte
De verdachte heeft een vuurwapen ter hand genomen en veelvuldig geschoten zowel in de lucht als horizontaal gericht op mensen. Door een vuurwapen ter hand te nemen en daarmee te schieten, heeft de verdachte zonder meer een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat op dat moment op de openbare weg werd gepleegd.
De omstandigheid dat de aan dit geweld deelnemende personen niet tot een vastomlijnde groep behoorden, doet aan die kwalificatie niet af. Door hun handelen binnen deze ene geweldsexplosie zijn zij naar het oordeel van het Gerecht onderdeel gaan uitmaken van één groep geweldplegers. De verschillende verdachten hebben zich, door een vuurwapen ter hand te nemen en die af te vuren, bij die groep aangesloten en aan het geweld bijgedragen.
VRIJSPRAAK IN DE ZAAK CORSICA (400.00127/25)
Inleiding en standpunten
Op 11 januari 2025 werd in de wijk Amboina een buurtfeest gehouden, waarbij veel personen waaronder kinderen aanwezig waren. Die avond kwamen zes personen, verdeeld over vier motoren, feveren bij de plek waar er werd gefeest. De groep werd door omstanders op hun gedrag aangesproken en hen werd gevraagd ergens anders te gaan feveren. Hierover ontstond een ruzie tussen de groep en de omstanders. De ruzie ontaardde in een schietpartij, waarbij slachtoffer [slachtoffer 2] in zijn rug werd geraakt en slachtoffer [slachtoffer 3] in zijn benen.
De camerabeelden van het incident zijn erg onduidelijk. De schutters zijn niet in beeld gebracht. Verschillende aanwezigen hebben terughoudend of helemaal niets verklaard.
Op de plaats delict zijn vijf hulzen en twee kogelfragmenten aangetroffen. De hulzen en kogelfragmenten zijn door het NFI onderzocht. Uit dat onderzoek volgt dat de hulzen met twee verschillende vuurwapens zijn verschoten. Het NFI heeft de hulzen vervolgens vergeleken met hulzen uit andere onderzoeken. Daaruit komt naar voren dat twee hulzen overeenkomsten vertonen met hulzen uit een onderzoek waarin slachtoffer [slachtoffer 2] als verdachte is aangemerkt. De overige drie hulzen komt overeen met hulzen die zijn aangetroffen aan de Kaya Princess Marie in onderzoek Galapagos. Deze hulzen zijn waarschijnlijk verschoten met dezelfde Glock waarmee ook is geschoten zowel bij Club Rush als in Nort’i Saliña op 8 juni 2025.
De verdachte is pas op de terechtzitting voor het eerst over deze zaak gehoord. Hij heeft gezegd dat hij er niets mee te maken heeft.
De officier van justitie heeft een veroordeling gevraagd voor de feiten 2 en 3 in deze zaak. Hij heeft erop gewezen dat uit de verklaring van de medeverdachte en uit een getuigenverklaring volgt dat de verdachte daar die avond niet alleen aanwezig was, maar ook heeft geschoten. Dit wordt ondersteund door het feit dat in Amboina is geschoten met dezelfde Glock als die waarmee de verdachte in de zaak Galapagos heeft geschoten, aldus de officier van justitie.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle 3 de feiten.
Vrijspraak feit 1 – poging doodslag
Met de officier van justitie en de raadsman is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging doodslag. Het Gerecht stelt vast dat er die avond in Amboina door meerdere personen is geschoten. Niet is komen vast te staan in welke richting precies is geschoten, of onder welke omstandigheden dat is gebeurd. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van poging doodslag.
Overwegingen over feit 2 en feit 3
Het Gerecht stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat die avond in Amboina sprake is geweest van openlijke geweldpleging tegen personen, (onder andere) door te schieten met vuurwapens. Er was immers sprake van twee groepen die tegenover elkaar kwamen te staan op de openbare weg, waarbij vanuit beide groepen geweld is gebruikt.
Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat de verdachte daarbij aanwezig is geweest.
De vraag is, of voldoende is komen vast te staan dat de verdachte ook schoten heeft gelost. Er is één getuige die dit verklaart. Die verklaring omvat echter niet meer dan de enkele mededeling: “[verdachte] begint ook te schieten”. Anders dan in het geval van de medeverdachte weet de getuige verder niets te vertellen; niet over schietrichting, de kleding van verdachte, of wat dan ook. Overig bewijs dat de verdachte heeft geschoten, is er niet.
Nu er geen steunbewijs is voor het feit dat de verdachte zou hebben geschoten, en uit het dossier bovendien volgt dat veel namen zijn rondgegaan en veel is verklaard van ‘horen zegen’, vindt het Gerecht deze enkele zin onvoldoende om te komen tot wettig en overtuigend bewijs van het schieten door de verdachte.
Ook een andere geweldshandeling die door de verdachte zou zijn gepleegd, is onvoldoende uit het dossier af te leiden. Voor een bewezenverklaring van het met verenigde krachten plegen van openlijk geweld is dat wel nodig.
Daarmee komt het Gerecht ook tot een vrijspraak van de feiten 2 en 3 in de zaak CORSICA.
BEWEZENVERKLARINGEN
Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak GALAPAGOS (400.00131/25) onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde en het in zaak BALASHI (400.00045/24) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Parketnummer 400.00131/25 (GALAPAGOS)
Feit 1
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en andere personen opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet met gebruikmaking van een vuurwapen meermalen heeft geschoten in de richting van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en andere personen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Feit 2
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op de openbare weg, te weten de Kaya Princes Marie, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten aanwezige omstanders en tegen goederen, te weten meerdere aldaar geparkeerde auto's waaronder een Chevrolet Spark met kenteken [kenteken 1] en een Audi A3 met kenteken [kenteken 2], en bestaande dat geweld uit meermalen in de lucht schieten met een vuurwapen en meermalen met een vuurwapen schieten in de richting van die andere omstanders en meermalen met een vuurwapen schieten naar die Chevrolet Spark met kenteken [kenteken 1] en Audi A3 met kenteken [kenteken 2].
Feit 3
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad een vuurwapen en een hoeveelheid munitie, te weten meerdere patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Parketnummer 400.00045/24 (BALASHI)
hij op 28 oktober 2023 op het eiland Bonaire [slachtoffer 4] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 4] in het gezicht te slaan.
Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
BEWIJSMIDDELEN
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE
Het in zaak GALAPAGOS onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 300 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Poging tot doodslag.
Het in zaak GALAPAGOS onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen en goederen.
Het in zaak GALAPAGOS onder feit 3 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.
Het in zaak BALASHI bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 313 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Mishandeling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
OPLEGGING VAN STRAF
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. De verdachte is in de nacht van 8 juni 2025 gewapend naar (de omgeving van) Club Rush gegaan. Toen er door anderen die nacht werd geschoten, is de verdachte ook gaan schieten. De verdachte heeft zeker 26 schoten gelost, waarvan het overgrote deel gericht en horizontaal werd afgevuurd. Midden in een druk uitgaansgebied, waar zich op dat moment veel mensen bevonden. De verdachte heeft daarmee onaanvaardbare risico’s genomen voor de levens van de aanwezige omstanders. Dat zijn handelen niet tot dodelijke slachtoffers heeft geleid mag een wonder heten. Met zijn handelen heeft de verdachte een grote bijdrage geleverd aan het zinloze vuurwapengeweld van die nacht, waarbij de vijftienjarige neef van de verdachte is komen te overlijden.
De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens onder jongeren is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.
Naast de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn, houdt het Gerecht ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte al eerder onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van het door de Stichting Reclassering Caribisch Nederland opgemaakte rapport van 9 juni 2026. Uit dit rapport blijkt kort gezegd dat sprake is van een 24-jarige jongen met weinig schuldreflectie en beperkt inzicht in de gevolgen van zijn handelen. Daarnaast lijkt sprake van beperkte coping vaardigheden, impulscontrole en emotieregulatie. Hij lijkt zijn leven wel te willen veranderen en betere keuzes te willen maken, maar hij mist de vaardigheden om dat te bereiken. Het recidiverisico wordt door de reclassering als hoog ingeschat.
Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof, en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor een poging tot doodslag door te schieten is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 5-6 jaar. Voor de openlijke geweldpleging in deze zaak gaat het Gerecht uit van een gevangenisstraf van 3 jaar. Voor vuurwapenbezit op straat, tijdens een evenement, is de gebruikelijke straf 21-24 maanden, met een deel voorwaardelijk. In dit geval zit er echter overlap tussen de feiten.
Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Het in beslag genomen hagelgeweer (IBN-code [code 1]) is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het hagelgeweer behoort toe aan de verdachte en is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het voorwerp is bij de gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, aangetroffen en kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.
Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de overige in beslag genomen voorwerpen, daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast, te weten:
-
een Alcatel mobiele telefoon (IBN-code [code 2]);
-
een Samsung mobiele telefoon (IBN-code [code 3]); en
-
een iPhone zwart (IBN-code [code 4]).
DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[benadeelde partij 3], tot een bedrag van USD 11.789,50;
-
[benadeelde partij 2], tot een bedrag van USD 1.035,00;
-
[benadeelde partij 1], tot een bedrag van USD 3.000,00; en
-
[benadeelde partij 4], tot een bedrag van USD 3.000,00.
[benadeelde partij 3] is de moeder van de overleden [slachtoffer 5]. Haar vordering ziet op vergoeding van de kosten van de begrafenis van [slachtoffer 5], en daarnaast USD 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
De vordering van [benadeelde partij 2] heeft betrekking op een Kia Rio die die nacht geparkeerd stond op de Kaya Prinses Marie, schuin tegenover Club Rush. De vordering ziet enerzijds op reparatiekosten voor de auto, en anderzijds op omzetderving door het mislopen van huurinkomsten.
De vordering van [benadeelde partij 1] betreft materiële schade aan zijn Chevrolet Spark. Hij stelt dat als gevolg van de schietpartij van 8 juni 2025 auto total loss is geraakt. Hij begroot de schade op USD 3.000,00. De benadeelde partij heeft de vordering en de hoogte van het gevorderde bedrag niet nader onderbouwd.
De vordering van [benadeelde partij 4] ziet op vergoeding van immateriële schade als gevolg van het schieten op hem, in de zak CORSICA.
Standpunten
De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële begrafeniskosten, en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. Hij voert daartoe aan dat er voor toewijzing van vergoeding van affectieschade op de BES-eilanden nog geen wettelijke grondslag bestaat en dat de gestelde schokschade onvoldoende is onderbouwd.
De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 1] gevorderd dat deze hoofdelijk toe te wijzen. Uit het dossier volgt dat de auto minstens 11 schotbeschadigingen heeft, daarom is verdere onderbouwing van de vordering niet nodig.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] heeft de officier van justitie gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële reparatiekosten en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 4] heeft de officier van justitie gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen primair op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, dan wel afgewezen, in verband met de bepleite vrijspraak.
Oordeel van het Gerecht
Ad 1. Vordering van [benadeelde partij 3]
Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de dood van haar zoon [benadeelde partij 3] en de overige nabestaanden veel leed heeft berokkend. Het gewelddadig overlijden van een zeer jong familielid brengt een diep verdriet en een groot gemis met zich mee. Dat leed staat voor het Gerecht niet ter discussie
Maar voor toewijzing van de vordering is vereist dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, en dat de verdachte daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk is. Die civielrechtelijke aansprakelijkheid kan het Gerecht in deze zaak niet vaststellen. Het is immers niet duidelijk geworden wie verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer 5].
Het Gerecht heeft overwogen of de vordering (deels) toch zou kunnen worden toegewezen, bijvoorbeeld op grond van groepsaansprakelijkheid. De verdachte en de medeverdachten worden allen veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld. Het is in dit geweld dat [slachtoffer 5] is omgekomen. Een bewezenverklaring van openlijk geweld is echter niet voldoende voor het aannemen van gedragingen in groepsverband in de zin van artikel 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES. Zij brengt niet zonder meer mee dat de verdachte ook civielrechtelijk in groepsverband heeft gehandeld, zodat de schade aan alle verdachten hoofdelijk kan worden toegerekend.
Nu niet binnen het beperkte kader van de strafprocedure kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 2. De vordering van [benadeelde partij 2]
Voor de vordering van [benadeelde partij 2] geldt hetzelfde. Nog los van het feit dat de omzetderving niet is onderbouwd, geldt ook hier dat het Gerecht niet kan vaststellen wie op de Kia Rio heeft geschoten. Groepsaansprakelijkheid in civielrechtelijke zin kan ook hier niet zonder meer worden aangenomen.
Nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 3. Vordering van [benadeelde partij 1]
Uit het dossier blijkt voldoende dat de auto aanzienlijke schade heeft opgelopen. Zo blijkt uit forensisch onderzoek dat op de auto elf schotbeschadigingen zijn aangetroffen. Zowel de vordering als het dossier bevatten echter geen nadere informatie aan de hand waarvan de omvang van de geleden schade kan worden vastgesteld. Het Gerecht kan daarom de hoogte van de schade niet bepalen.
De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 4. Vordering van [benadeelde partij 4] (zaak CORSICA)
Nu het Gerecht de verdachte vrijspreekt van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt, kan de benadeelde partij niet in zijn vordering worden ontvangen.
De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 38d, 57 en 59 van het Wetboek van Strafrecht BES zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak CORSICA (400.00127/26) onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken GALAPAGOS (400.00131/25) en BALASHI (400.00045/24) ten laste gelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 9 (negen) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een hagelgeweer (IBN-code [code 1]);
gelast de teruggave van de Alcatel mobiele telefoon (IBN-code [code 2]), de Samsung (IBN-code [code 3]), en de iPhone zwart (IBN-code [code 4]) aan de verdachte;
verklaart de benadeelde partijen, [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat deze de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.