Strafrecht overig

Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De…

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
400.00129/25, 400.00122/26, 400.00096/25
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2026:266
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige broer van de verdachte is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. Het Gerecht gaat ervan uit dat de tweede schietpartij een wraakactie was voor het neerschieten van de broer. Veroordeling voor poging moord. Overwegingen over medeplegen en inwisselbaarheid van rollen. Verder veroordeling voor openlijke geweldpleging door te schieten bij Club Rush, en twee keer vuurwapenbezit. Ondanks het advies van de psycholoog wordt de verdachte niet volgens het jeugdrecht berecht. Gevangenisstraf van 12 jaar.

Uitspraak

Parketnummers: 400.00129/25 (GALAPAGOS), 400.00122/26 (KILIMANJARO), 400.00096/25 (COOT), ter terechtzitting gevoegd

Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats],

wonende op Bonaire, [adres],

thans gedetineerd in de JICN op Bonaire.

ONDERZOEK VAN DE ZAAK

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25, 27 en 28 augustus 2026, 1 september 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding in de zaak GALAPAGOS (400.00129/25).

De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht:

  • het onder parketnummer 400.00129/25 (zaak GALAPAGOS) als feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

  • het onder parketnummer 400.00122/26 (zaak KILIMANJARO) ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

  • het onder parketnummer 400.00096/25 (zaak COOT) ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 16 jaren, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst.

Zijn vordering behelst voorts de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder parketnummers 400.00122/26 (KILIMANJARO) en 400.00096/25 (COOT) ten laste gelegde en het onder 400.00129/25 (GALAPAGOS) ten laste gelegde voor zover het feiten 1 en 2 betreft. De raadsman heeft voorts een strafmaatverweer gevoerd.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaardingen in de drie zaken. Afschriften van de dagvaardingen zijn aan dit vonnis gehecht. Kort gezegd zijn de verdenkingen als volgt:

400.00129/25 (GALAPAGOS)

1. Poging tot moord op [[medeverdachte 3]] en/of [slachtoffer 1] in Nort Salina op 8 juni 2025

2. Openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen op 8 juni 2025

3. Het voorhanden hebben van een of meer vuurwapens op 8 juni 2025.

400.00122/26 (KILIMANJARO)

Samen met anderen voorhanden hebben van een vuurwapen (Bryco) in de periode 1 mei 2025 – 27 november 2025.

400.00096/25 (COOT)

Samen met anderen voorhanden hebben van een vuurwapen (Glock) in de periode 19 februari 2025 – 17 april 2025.

VOORVRAGEN

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaardingen geldig zijn, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

VRIJSPRAAK IN DE ZAAK COOT (400.00096/25)

Het Gerecht is van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde in de zaak COOT. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Op 17 april 2025 is een zwarte Toyota Vitz aangehouden. Daarin zaten drie personen, waaronder de verdachte. De verdachte zat op de achterbank. De politie heeft in het dashboardkastje een vuurwapen met opvallende “skin” en een verlengde patroonhouder aangetroffen. De bijrijder heeft verklaard dat het wapen van hem was.

Het NFI heeft DNA-onderzoek verricht aan het vuurwapen en de patroonhouder. Hierop werd DNA-materiaal aangetroffen dat overeenkomt met de DNA-profielen van de twee andere inzittenden van de Toyota: de bestuurder en de bijrijder. Er is geen DNA-materiaal gevonden dat overeenkomst met het DNA van de verdachte.

Wel is op de telefoon van de verdachte een foto aangetroffen van een persoon die een vuurwapen vasthoudt met een opvallende “skin” en verlengde patroonhouder. Het wapen op die foto lijkt op het wapen dat in de Toyota is gevonden. Echter, de persoon op de foto is niet herkenbaar op beeld. Het Gerecht kan dus niet vaststellen dat het de verdachte is die dit wapen vasthoudt. Uit het dossier volgt ook niet op welke datum de foto is gemaakt, en evenmin of het inderdaad om hetzelfde wapen gaat als het wapen dat in de Toyota lag.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK KILIMANJARO

Dat ligt anders in de zaak Kilimanjaro. Op video’s die op Snapchat zijn geüpload op 17 mei 2025 is te zien dat drie jongemannen in een auto rijden, terwijl er een vuurwapen op het middenconsole ligt. De verdachte zit op die video achterin de auto. Op een andere video ligt ditzelfde wapen bij hem op schoot in de auto.

Het wapen is later gevonden, en door het NFI onderzocht. Het blijkt om een echt wapen te gaan van het merk Bryco. Uit de bewijsmiddelen volgt zonder meer dat de verdachte dit wapen voorhanden heeft gehad in de maand mei 2025. Het Gerecht zal dit dan ook bewezen verklaren.

OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK GALAPAGOS (400.00129/25)

Inleiding en standpunten

In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten. [slachtoffer 2], de jongere broer van verdachte, is hierdoor overleden.

Na de schietpartij bij Club Rush heeft die nacht nog een schietpartij plaatsgevonden, ditmaal in Nort’i Saliña waarbij [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt.

De verdachte heeft verklaard dat hij bij Club Rush aanwezig was ten tijde van het schieten daar. Hij heeft zijn broer voor zijn ogen neergeschoten zien worden. De verdachte heeft bekend dat hij zelf ook heeft geschoten bij Club Rush. Op het onder 3 tenlastegelegde, het voorhanden hebben van een vuurwapen op 8 juni 2025, zal het Gerecht daarom hier niet ingaan. Wel zal het Gerecht hierna aandacht besteden aan het onder 2 tenlastegelegde, openlijke geweldpleging bij Club Rush.

Maar het Gerecht gaat eerst in op feit 1, de poging tot moord in Nort’i Saliña. De verdachte ontkent dat hij na het gebeuren bij Club Rush in Nort’i Saliña is geweest. Hij heeft verklaard dat hij na het schieten bij Rush naar de vissershaven is gerend, en daar de hele nacht is gebleven. Met de schietpartij in Nort’i Saliña heeft hij niets te maken.

De officier van justitie heeft betoogd dat de verdachte samen met zijn medeverdachten naar Nort’i Saliña is gereden met het vooropgezette plan om daar [slachtoffer 1] neer te schieten. De officier van justitie gaat ervanuit dat dit een wraakactie is geweest als reactie op de dood van de broer van verdachte. Daarmee vindt de officier van justitie medeplegen van een poging moord bewezen.

De raadsman heeft bepleit dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat voor betrokkenheid van de verdachte bij het schietincident in Nort’i Saliña. Hij voert daartoe aan dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in de witte Toyota Yaris heeft gezeten. Enkel het aanstralen van een telefoon binnen een theoretisch dekkingsgebied plaatst de verdachte in Nort’i Saliña, en een de-auditu verklaring van een andere verdachte. De raadsman concludeert dan ook dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde.

Feiten en omstandigheden

Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Schieten bij Club Rush

In de nacht van 7 op 8 juni 2025 treedt de Curaçaose rapper [naam rapper] op in Club Rush. Club Rush is gelegen aan de Kaya Princess Marie, ten noorden van de club ligt Restaurant Latino’s en ten zuiden de Kaya L.D. Gerharts. Het optreden trekt veel bezoekers: het is druk zowel binnen als buiten de club. Na afloop van het optreden van [naam rapper] ontstaat in Club Rush een vechtpartij. De vechtpartij verplaatst zich naar buiten, en gaat voor de ingang van de club verder. Het is dan iets voor 3.00 uur in de ochtend. De vechtpartij is voor een deel vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush, die bij de ingang van de club hangt en op de straat is gericht.

Kort nadat de vechtpartij zich naar buiten heeft verplaatst zijn twee schoten te horen, die buiten het beeld worden gelost. Twee andere schoten volgen, eveneens buiten beeld. Aan de overkant van Club Rush staat een groep jongens, onder wie de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]. Zij zijn vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush. Na de eerste schoten trekt de verdachte een vuurwapen en schiet een aantal keer in de lucht. [medeverdachte 1] volgt niet veel later en vuurt een aantal schoten in de lucht af, waarna hij een salvo in de richting van Latino’s afvuurt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat er vanuit die kant door verschillende mensen op hen werd geschoten. Op de beelden is te zien dat het latere slachtoffer [slachtoffer 2] midden op de weg loopt. Dan is een schot met een zwaardere klank te horen, en vrijwel direct daarna valt [slachtoffer 2] tussen twee auto’s neer. Hij is in zijn hoofd geraakt en overlijdt later aan zijn verwondingen.

Uit de verklaringen volgt dat bij Club Rush onder andere een groep uit de wijk Den Tera aanwezig was; dit is de groep waar de verdachte en zijn broer toe behoren. Ook was een groep uit de wijk Nort’i Saliña aanwezig. Tussen beide wijken c.q. groeperingen zou al jaren een vete bestaan.

Schieten in Nort’i Saliña

Rond 03:25 uur, ongeveer een halfuur na de schietpartij bij Club Rush, vindt de schietpartij in Nort’i Saliña plaats. Uit de verklaringen volgt dat na de schietpartij bij Club Rush een aantal mannen uit Nort’i Saliña bij elkaar kwam in Nort’i Saliña. Onder hen ook de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], en latere aangever [slachtoffer 1]. Deze groep mannen bevond zich op straat in de buurt van een snack en daarna bij de woning van [medeverdachte 3], aan de [straatnaam 1], hoek [straatnaam 2].

Verschillende getuigen verklaren dat zij over straat liepen, dat er een witte auto kwam aanrijden, waarschijnlijk een Toyota Yaris of Vitz, en dat vanuit die witte auto is geschoten. Op camerabeelden is te zien dat een witte Toyota Yaris over de [straatnaam 3] Nort’i Saliña binnen komt rijden. De witte Yaris slaat dan linksaf de [straatnaam 1] in, keert daar en slaat vervolgens rond 03:25 de [straatnaam 2] in. De witte Yaris remt iets af en passeert een groep mannen. Buiten beeld zijn schoten te horen. Na een aantal seconden zijn nog drie schoten te horen.

Letsel [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan. Hij is door een kogel geraakt en naar het ziekenhuis gebracht. Vanuit het ziekenhuis op Bonaire is [slachtoffer 1] met de ambulancevlucht naar Curaçao overgebracht, om daar meer specialistische medische zorg te krijgen. Uit de medische informatie volgt dat [slachtoffer 1] een schotwond had in zijn rug (linkerflank), waarbij een nier, zijn lever en zijn longen zijn geperforeerd. De kogel is uiteindelijk in de spier onder zijn oksel terecht gekomen en daar gebleven. [slachtoffer 1] is geopereerd en heeft het overleefd. Of hij blijvend letsel heeft overgehouden is het Gerecht niet bekend.

Forensisch onderzoek – Glock

Aan de [straatnaam 2] zijn door de politie vijf hulzen aangetroffen. Uit onderzoek door het NFI volgt dat deze vijf hulzen met één vuurwapen zijn verschoten, en dat de hulzen passen bij een Glock. Bij Club Rush zijn hulzen (25 stuks) aangetroffen die hoogstwaarschijnlijk uit ditzelfde wapen komen, aldus de bevindingen van het NFI. Het Gerecht gaat er op die basis vanuit dat in Nort’i Saliña met een Glock is geschoten vanuit de witte auto, en dat diezelfde Glock eerder die nacht is gebruikt bij Club Rush.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij bij Club Rush een Glock had en daarmee ook heeft geschoten. Uit de camerabeelden van Club Rush volgt dat [medeverdachte 1] bij Club Rush 26 schoten heeft gelost. Mogelijk heeft hij daarbij gebruik gemaakt van een verlengde patroonhouder.

Uit de camerabeelden volgt ook dat de verdachte en [medeverdachte 1] elkaar direct na het schieten bij Rush tegenkomen, waarbij de verdachte naar [medeverdachte 1] roept: “Hey laten we gaan, laten we naar de mannen gaan, man”. Hierna verdwijnen zowel de verdachte als [medeverdachte 1] achter een rode container op de parkeerplaats van de Top supermarkt. Te horen is dat de verdachte direct voordat hij achter de container verdwijnt, roept: “Laten we de Glock lange patroonhouder gaan laden man”. Nadat zij achter de container vandaan komen is bij [medeverdachte 1] geen vuurwapen meer zichtbaar. Of de verdachte het vuurwapen van hem heeft overgenomen, is op de beelden niet te zien.

Na de schietpartij bij Club Rush hebben de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] telefonisch contact gehad. In het gesprek om 3.07 uur zegt de verdachte dat hij iedereen gaat vermoorden. Om 3.11 uur belt [medeverdachte 4] de verdachte, en vraagt waar hij is. De verdachte is bij de ‘waf’ (vissershaven). [medeverdachte 4] zegt hem: “kom, kom bij [bijnaam 2]”.

Uit het dossier volgt dat een aantal van de mannen van de groep Den Tera na het schieten bij Club Rush bij elkaar zijn gekomen in de woning van [betrokkene]. Die woning is gelegen aan de [adres 1]. [betrokkene] wordt ook wel ‘[bijnaam 2] of [bijnaam 3]’ genoemd. Een getuige heeft verklaard dat hij de verdachte kort na het schieten tegenkwam voor het ziekenhuis, naast de parkeerplaats van Top. Hij heeft de verdachte op diens verzoek afgezet op de [straatnaam adres 1], ter hoogte van het huis van [betrokkene]. Een andere getuige heeft verklaard dat hij naar de woning van ‘[bijnaam 3]’ is gegaan, een oma die aan de [straatnaam adres 1] woont. Bij die woning was een aantal jongens, waaronder de verdachte. Op een gegeven moment kwam een witte Vitz aanrijden, waar ongeveer 4 jongens zijn ingestapt. Of de verdachte daarbij was, weet de getuige niet.

De telefoon van de verdachte heeft op 8 juni van 3.12 tot 3.13 uur en van 3.17 tot 3.20 uur verbinding gemaakt met het wifi-netwerk van de [adres 1].

Witte Toyota

Medeverdachte [medeverdachte 5] had in de nacht van 8 juni 2025 de beschikking over de witte Toyota Yaris van zijn vader. [medeverdachte 5] is eerder die avond vastgelegd op camerabeelden rijdend in deze auto, samen met zijn moeder en een vriendin. De witte Yaris is om 03:15 uur te zien rijdend in de richting van het ziekenhuis. De auto lijkt even te stoppen bij het ziekenhuis en rijdt vervolgens om 03:16 uur weer weg. Uit de camerabeelden volgt dat de witte Yaris naar de [straatnaam adres 1] is gereden, wat wordt bevestigd door de zojuist genoemde getuigenverklaring over een witte Vitz bij de [straatnaam adres 1].

Diezelfde witte Toyota is vervolgens te zien om 3.20 uur, wegrijdend bij de [adres 1], via de [straatnaam 4] in de richting van Nort’i Saliña. De auto stopt even op de [straatnaam 5] en rijdt dan verder richting Nort’i Saliña, waar de auto even later op de camerabeelden van de snek verschijnt.

Overwegingen over feit 1 - poging moord in Nort’i Saliña

De vragen die het Gerecht achtereenvolgens moet beantwoorden om een oordeel te kunnen vellen over feit 1, zijn de volgende:

  • Zat de verdachte in de witte Yaris in Nort’i Saliña?

  • Is sprake van medeplegen?

  • Is sprake van voorbedachte raad?

  • Wie was het beoogde slachtoffer?

Het gerecht zal deze vragen hierna een voor een bespreken.

Zat de verdachte in de witte Yaris?

Uit de bewijsmiddelen volgt dat zowel de verdachte als de witte Yaris op de [adres 1] waren kort na het schieten bij Club Rush. Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat het dezelfde Yaris is, die vervolgens naar Nort’i Saliña is gereden en van waaruit is geschoten op de [straatnaam 2].

Uit het feit dat de telefoon van verdachte de wifi-verbinding met de [adres 1] verbreekt precies op het moment dat de witte Yaris daar wegrijdt, leidt het Gerecht af dat de verdachte in de Yaris moet zijn gestapt. In die auto zaten verder [medeverdachte 5], die de auto die nacht bestuurde, en [medeverdachte 4]. De telefoons van zowel de verdachte als die van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bewegen met de auto mee. De telefoons van alle drie de verdachten stralen ten tijde van de schietpartij in Nort’i Saliña, tussen 3.22 en 3.27 uur, masten aan met een dekkingsgebied dat de plaats delict ([straatnaam 2]) omvat. Masten die niet aangestraald kunnen worden vanuit de wijk Den Tera of bij het ziekenhuis. Vanaf 3.27 uur worden weer masten in Den Tera / Playa Pabou aangestraald.

Het Gerecht leidt hier uit af dat alle drie de verdachten zich in de witte Yaris bevonden en naar Nort’i Saliña zijn gereden.

Medeplegen

Hoewel niet is komen vast te staan wie van de drie verdachten de trekker heeft overgehaald, is het Gerecht van oordeel dat de rollen in dit geval zodanig inwisselbaar zijn geweest, dat alle drie de verdachten als medepleger kunnen worden aangemerkt.

Dit leidt het Gerecht af uit de volgende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien. Allereerst de door de verdachte gedane uitlatingen direct na de schietpartij bij Club Rush over het laden van de Glock en het iedereen willen vermoorden. Voorts verklaart getuige [getuige] dat de verdachte na het zien van het lichaam van zijn broertje zegt: “Kom we gaan naar noord. Nu gaan ze zien wie is wie”. Hieruit leidt het Gerecht af dat een plan bestond om degenen te beschieten die de verdachte verantwoordelijk hield voor de dood van zijn broertje. Niet veel later verzamelen de verdachte en [medeverdachte 4] bij de [adres 1], waarna ook [medeverdachte 5] in de witte Yaris bij dat adres arriveert.

Van belang is verder dat de groep de beschikking had over wapens, bij diverse gelegenheden met wapens poseerde, en wapens ook onderling uitwisselde. De verdachte had eerder die nacht een revolver, zo verklaart hij zelf, en heeft later waarschijnlijk de Glock van [medeverdachte 1] overgenomen. Zijn telefoon staat vol met foto’s met wapens, foto’s die hij ook postte, ook nog kort voor de schietpartij bij Rush. Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft tijdens het schietincident bij Rush een wapen overgedragen aan een ander. Van [medeverdachte 5] is niet bekend dat hij die nacht een wapen had. Maar hij was wel betrokken bij de groep en wist wat er aan de hand was.

Tenslotte is van belang dat de witte Yaris vanaf de [adres 1] in een rechte lijn naar Nort’i Saliña gereden. Een wijk waar de verdachten op dat moment niets te zoeken hadden. De auto rijdt naar de [straatnaam 2], er wordt geschoten vanuit de auto, en de auto rijdt verder, de wijk weer uit, terug naar Playa. Het optreden van de verdachten laat zich samenvatten als een aankomen, het vuur openen en vertrekken. Deze gang van zaken wijst op een doelgerichte actie.

Het Gerecht kan niet vaststellen wat de rol van de afzonderlijke verdachten precies is geweest. Heeft [medeverdachte 5] de auto bestuurd, of een van de anderen? Had de verdachte het wapen van [medeverdachte 1] overgenomen en heeft hij daarmee geschoten? Heeft een van de medeverdachten juist geschoten? Waren er meer wapens in de auto aanwezig? Dat is allemaal niet bekend. Maar dat doet naar het oordeel van het Gerecht ook niet ter zake. De hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden hebben de uiterlijke verschijningsvorm van een in bewuste en nauwe samenwerking uitgevoerde poging tot moord, waarbij elk van de deelnemers een, wat betreft het gewicht van zijn bijdrage aan dat misdrijf, vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld. Op grond van een plan dat alle deelnemers vooraf duidelijk was. Mede in aanmerking genomen dat de door de verdachte en zijn mededaders afgelegde verklaringen geenszins aanleiding geven iets anders te veronderstellen, gaat het Gerecht van die uiterlijke verschijningsvorm uit.

Het Gerecht vindt op die basis dat medeplegen is bewezen voor alle drie de inzittenden van de witte Toyota.

Voorbedachte raad

Ten aanzien van de voorbedachte raad overweegt het Gerecht het volgende. Uit de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden blijkt van een vooropgezet plan van de verdachten om in Nort’i Saliña een of meer personen van het leven te beroven. Tussen het telefoongesprek, het verzamelen bij de [straatnaam adres 1] en het schieten aan de [straatnaam 2], hebben de verdachten voldoende gelegenheid gehad zich te beraden op het voorgenomen besluit en de gevolgen daarvan te overzien. Van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling is dan ook geen sprake. Het tijdsverloop tussen de gebeurtenissen bood ruimschoots gelegenheid om van het voornemen af te zien, hetgeen geen van de verdachten heeft gedaan. Daarmee is sprake van voorbedachte raad.

Beoogde slachtoffers

Anders dan de officier van justitie leidt het Gerecht uit de bewijsmiddelen af dat het opzet van de verdachten niet specifiek was gericht op [slachtoffer 1], maar op de groep jongens uit Nort’i Saliña als geheel. Dat blijkt onder meer uit de uitlatingen van de verdachte voorafgaand aan de schietpartij, waarbij hij het heeft over ‘de mannen’ en ‘ze’. Het past ook bij het feit dat op dat moment niet bekend was wie op [slachtoffer 2] had geschoten, of wie daarvan werd verdacht. Er gingen wel namen rond, maar dat betrof behalve [slachtoffer 1] in elk geval ook ‘[bijnaam 1]’ ([[medeverdachte 3]]), die zich eveneens in de groep bevond.

Uit de verklaringen volgt dat de jongens uit Nort’i Saliña in een groep liepen van ongeveer zeven personen, zij liepen dicht bij elkaar. De witte Toyota passeerde de gehele groep (inclusief [slachtoffer 1]) en vervolgens is vanuit de rijdende auto meerdere malen naar achteren geschoten. Een getuige verklaart dat het wapen op het moment dat de auto langs hem reed leek te weigeren. Het Gerecht gaat er daarom vanuit dat het feit dat de witte auto een aantal jongens voorbij reed zonder te schieten niet het gevolg was van een doelbewuste keuze, maar van het feit dat het wapen in eerste instantie niet af ging.

Het meermalen schieten vanuit een rijdende auto, op korte afstand, op een groep dicht bij elkaar staande mannen, is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het dodelijk raken van elk van die mannen, dat daaruit opzet volgt op de hele groep. Op zijn minst in de zin van voorwaardelijk opzet.

Conclusie ten aanzien van feit 1

Al met al vindt het Gerecht bewezen dat de verdachte samen met twee anderen in een witte Toyota naar Nort’i Saliña is gereden om daar te schieten op ‘de mannen uit Nort’i Saliña’, als doelbewuste wraakactie. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het medeplegen van poging tot moord.

Overwegingen over feit 2 (openlijk geweld)

Wettelijk kader

In artikel 147 Sr BES is strafbaar gesteld het openlijk plegen van geweld met verenigde krachten. Deze strafbaarstelling ziet op het deelnemen aan groepsgeweld in de openbare ruimte. De strafwaardigheid van openlijk geweld zit in de aantasting van de openbare orde, niet in de aantasting van de lichamelijke integriteit van de individuele slachtoffers. Voor een bewezenverklaring is daarom minder van belang wie precies wat heeft gedaan, of wie precies bij wie hoorde. Het gaat om groepsaansprakelijkheid; heeft een verdachte deel uitgemaakt van de groep, en een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld, dan is de verdachte strafbaar. ‘De groep’, is daarbij een ruim begrip.

Het bestanddeel ‘met verenigde krachten’ valt uiteen in twee delen. Het onderdeel ‘verenigde’ ziet op het in vereniging plegen van het delict, en kan worden beoordeeld aan de hand van de rechtspraak op het gebied van medeplegen. Het woord ‘krachten’ ziet erop dat van de verdachte zelf ook “enige gewelddadige handeling is uitgegaan”. Dit betekent dat hier - anders dan in Europees Nederland, waar het woord krachten is komen te vervallen – niet alleen sprake moet zijn van een significante bijdrage aan het geweld door de verdachte, maar dat die bijdrage ook een gewelddadig karakter moet hebben gehad.

Openlijk geweld?

Wat begint als een vechtpartij voor de ingang van Club Rush, ontwikkelt zich in een oogwenk tot een geweldsexplosie waarbij tientalen keren wordt geschoten. Deze geweldsexplosie dijt vervolgens uit naar de omliggende straten, waar door verschillende personen vanaf verschillende plekken eveneens wordt geschoten.

Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat de geweldshandelingen die in de nacht van 8 juni 2025 voor en in de omgeving van Club Rush plaatsvonden als één geheel, ofwel als één uiting van geweld moeten worden gezien. De eerste schoten zijn een directe reactie op de vechtpartij die voor Rush plaatsvindt, waarop weer een reactie van andere schoten volgt, waarop nog meer reacties van schoten volgen, tot op de hoek van het Belastingkantoor aan toe. Kennelijk lokte het gebruik van geweld op dat moment en op die plaats, met name het schieten met vuurwapens, nieuw geweld uit van weer andere personen, die ook een vuurwapen wilden gebruiken.

Bijdrage van de verdachte

Voor de verdachte geldt dat hij na het schieten door anderen zijn vuurwapen ter hand nam en meerdere keren in de lucht schoot en eenmaal horizontaal in de richting van de Kaya L.D. Gerharts. Daarmee heeft de verdachte zonder meer een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat op dat moment op de openbare weg werd gepleegd.

De omstandigheid dat de aan dit geweld deelnemende personen niet tot een vastomlijnde groep behoorden, doet aan die kwalificatie niet af. Door hun handelen binnen deze ene geweldsexplosie zijn zij naar het oordeel van het Gerecht onderdeel gaan uitmaken van één groep geweldplegers. De verschillende verdachten hebben zich, door een vuurwapen ter hand te nemen en die af te vuren, bij die groep aangesloten en aan het geweld bijgedragen.

BEWEZENVERKLARINGEN

Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak GALAPAGOS (400.00129/25) onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde en het in zaak KILIMANJARO (400.00122/26) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 400.00129/25 (GALAPAGOS)

Feit 1

hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, [[medeverdachte 3]] en [slachtoffer 1] en andere personen opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met zijn medeverdachten in een auto naar de [straatnaam 2] te Nort Salina is gereden en vanuit die rijdende auto met een vuurwapen meermalen in de richting van voornoemde [[medeverdachte 3]] en [slachtoffer 1] en andere personen die aldaar op de [straatnaam 2] aanwezig waren heeft geschoten, waarbij [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2

hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op de openbare weg, te weten de Kaya Princes Marie, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten aanwezige omstanders en bestaande dat geweld uit het meermalen in de lucht schieten met een vuurwapen en met een vuurwapen schieten in de richting van andere omstanders.

Feit 3

hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad meerdere vuurwapens en een hoeveelheid munitie, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.

Parketnummer 400.00122/26 (KILIMANJARO)

hij op een of meer tijdstippen in de maand mei 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad een vuurwapen, te weten een BRYCO model 48 en scherpe patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.

Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

BEWIJSMIDDELEN

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE

Het in zaak Galapagos onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 302 juncto artikel 47 en 49 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van poging tot moord.

Het in zaak Galapagos onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.

Het in zaak Galapagos onder feit 3 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Het in zaak Kilimanjaro bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het Gerecht heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. De verdachte is in de nacht van 8 juni 2025 gewapend naar (de omgeving van) Club Rush gegaan. Toen er door anderen die nacht werd geschoten, is de verdachte ook gaan schieten. Midden in een druk uitgaansgebied. In het vuurwapengeweld is het vijftienjarige broertje van de verdachte om het leven gekomen.

Het verlies van zijn broer was voor de verdachte geen reden om het geweld van die avond te stoppen. In plaats daarvan is hij met twee anderen naar Nort’i Saliña gereden voor het gebruik van nog veel meer geweld. Namelijk het schieten op de groep van Nort’i Saliña, als wraak voor het schieten op zijn broer. Dat hierbij niemand is overleden, is een gelukkige omstandigheid die niet aan de verdachte is te danken.

De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens onder jongeren is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.

Persoonlijke omstandigheden

Naast de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn, houdt het Gerecht ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de strafkaart van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat hij al eerder met justitie in aanraking is geweest.

Het Gerecht houdt rekening met het feit dat de verdachte in de nacht van 8 juni 2025 zijn broertje is verloren.

Het rapport van de psycholoog

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de rapportage van psycholoog drs. [psycholoog] van 20 augustus 2026. Het rapport houdt onder meer het volgende in:

“Onderzochte is een 19-jarige man die geboren is in een gebroken gezin. Er is bij onderzochte sprake van een licht verstandelijke beperking. Hij kan door zijn verstandelijke beperking situaties of emoties van anderen niet goed inschatten. De emotieregulatie is beperkt, hij is snel gefrustreerd, boos of angstig als situaties onoverzichtelijk worden of zaken hem niet lukken. Het reflecterend vermogen, de sociale en de copingvaardigheden zijn beperkt. Hij kan niet goed overzien wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes die hij maakt of acties op de langere termijn. Hij is gevoelig voor groepsdruk. Hij staat het niet toe dat anderen voor hem bepalen en hij handelt veelal uit eigen belang. Uiteindelijk ontwikkelt hij een gedragsstoornis in de vorm van een norm-overschrijdende gedragsstoornis, een psychiatrische aandoening, waarbij sprake is van een langdurig en ernstig patroon van asociaal, agressief en opstandig gedrag. Hij begrijpt de ernst van zijn daden en de impact van zijn gedrag op anderen niet, waardoor hij als verminderd toerekeningsvatbaar wordt beoordeeld.”

De psycholoog komt tot de volgende diagnose: verstandelijke ontwikkelingsstoornis (licht), norm-overschrijdende gedragsstoornis (ernstig) en een stoornis in het gebruik van cannabis. Het gedrag van verdachte wordt in sterke mate beïnvloed door zowel de licht verstandelijke beperking als de gedragsstoornis. Aan de andere kant kent hij wel het verschil tussen goed en fout, en had de verdachte tussen de eerste en de tweede schietpartij ook alle tijd om zich te bedenken. Om die reden komt de onderzoeker tot het advies om de feiten verminderd aan de verdachte toe te rekenen.

De onderzoeker maakt zich zorgen om de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte. Hoewel hij al antisociale trekken laat zien in zijn persoonlijkheid is een persoonlijkheidsstoornis vanwege het lage IQ niet passend, aldus de psycholoog. De psycholoog overweegt: “Gedragingen die op een persoonlijkheidsstoornis lijken, zoals rigiditeit, vermijding, beperkte/kinderlijke emotieregulatie of negativisme, vloeien in dit geval zeer waarschijnlijk voort uit het beperkte verstandelijke niveau, chronische overvraging en de gedragsstoornis. Er is eerder sprake van secundaire psychische klachten (bijv. aanpassingsproblemen en angst) die hem veel stress opleveren en waardoor hij niet kan meekomen in het dagelijks leven. Deze stress probeert hij te dempen middels middelenmisbruik en als de spanningen te hoog oplopen, kan hij zijn emoties niet hanteren en volgen er (mede onder groepsdruk) forse impulsdoorbraken.”

Zonder begeleiding en behandeling schat de onderzoeker het recidiverisico op de lange termijn als hoog in. De verdachte heeft specifieke gedrags- en LVB-gerichte

pedagogische interventies nodig. Zijn (schoon)ouders hebben geen grip op zijn

gedrag en hij accepteert geen autoriteit, wat kan duiden op een beperkte responsiviteit voor pedagogische interventies. Echter, een kale gevangenisstraf zonder behandeling zal het recidivegevaar niet verminderen, aldus de onderzoeker. Het advies is om een gevangenisstraf te combineren met behandeling, die

mogelijk vanuit het JICN al geboden kan worden door het MHC.

Het Gerecht neemt de conclusies van de psycholoog over ten aanzien van de verstandelijke beperking en de gedragsstoornis van de verdachte, en gaat uit van verminderde toerekenbaarheid.

Toepassing jeugdstrafrecht?

De psycholoog heeft ook de toepassing van het jeugdstrafrecht (adolescentenstrafrecht) geadviseerd. De raadsman heeft bepleit om dit advies te volgen en de verdachte met toepassing van artikel 79c van het Wetboek van Strafrecht BES te veroordelen conform het jeugdstrafrecht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte volgens het volwassenenstrafrecht zal worden veroordeeld. Hij voert daartoe aan dat de verdachte ten tijde van het begaan van de feiten meerderjarig was en dat er contra-indicaties bestaan voor toepassing van het adolescentenstrafrecht.

De verdachte was 19-jaar oud ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. Dit betekent dat in beginsel het volwassenenstrafrecht van toepassing is. Het Gerecht kan op grond van artikel 79c van het Wetboek van Strafrecht BES recht doen overeenkomstig het jeugdstrafrecht, maar enkel wanneer het Gerecht daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.

Het Gerecht ziet noch in de persoonlijkheid van de verdachte, noch in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, voldoende concrete aanwijzingen voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Uit het rapport van de psycholoog volgen eerder contra-indicaties. Uit het rapport blijkt dat de verdachte geen gezag aanvaardt, zelfbepalend gedrag vertoont en financieel zelfstandig is. Hij kan niet omgaan met autoriteit, staat het niet toe dat anderen voor hem bepalen en hij handelt veelal uit eigen belang. Dat past niet bij het toepassen van pedagogische interventies. De psycholoog schrijft wel dat de verdachte functioneert op het niveau van een 8-jarige. Dat zou voor de toepassing van het jeugdrecht kunnen pleiten. Aan de andere kant heeft dit te maken met de verstandelijke beperking van verdachte – een beperking die hij nu eenmaal heeft, en waar hij zijn leven lang mee te maken zal hebben.

Het advies van de psycholoog om de verdachte volgens het jeugdrecht te berechten lijkt meer te zijn ingegeven vanuit praktische overwegingen. De psycholoog schrijft immers: “het adolescentenstrafrecht dient te worden toegepast, omdat dit meer maatwerk kan leveren.” Welk maatwerk dat moet zijn, wordt echter niet toegelicht.

Ook in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan ziet het Gerecht onvoldoende aanwijzingen voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De verdachte liep al langere tijd rond met vuurwapens en was de katalysator van het geweld in Nort’i Saliña. En ook bij Club Rush is de verdachte de eerste uit zijn groep die een schot lost. Van beïnvloedbaarheid of typisch meeloopgedrag lijkt dus geen sprake te zijn geweest.

Het Gerecht zal daarom niet overgaan tot toepassing van het adolescentenstrafrecht.

Behandeling wenselijk

Het Gerecht onderkent het belang van behandeling van de verdachte, gericht op psycho-educatie en afgestemd op de verstandelijke beperking van de verdachte. Het wettelijk kader biedt het Gerecht geen mogelijkheid om een dergelijke behandeling op te leggen. Het Gerecht spreekt echter de hoop uit dat de verdachte wel behandeld zal worden, en dat daarmee een begin zal worden gemaakt tijdens de detentie.

Op basis van het advies van de psycholoog moet de behandeling en begeleiding van verdachte zich richten op het volgende:

  • Psycho-educatie voor wat betreft de intellectuele beperking en gedragsstoornis van onderzochte.

  • Versterken van de weerbaarheid van onderzochte.

  • Versterken van het zelfinzicht en reflecterend vermogen.

  • Leren (h)erkennen van de eigen grenzen en die van anderen en hiernaar handelen.

  • Versterken van de sociale- en copingvaardigheden.

  • Verstevigen en uitbreiden van het pro-sociale netwerk.

  • Ontwikkelen en behouden van een passend dagbesteding.

  • Het versterken van het zelfbeeld.

  • De empathische vermogens versterken.

  • Onderzochte krijgt zicht (en geeft) op de factoren die hebben geleid tot het delict en handelt hiernaar.

Hoogte van de straf

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord, openlijke geweldpleging, en het voorhanden hebben van vuurwapens. De ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigt zonder meer het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur.

Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof, en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor een poging tot moord door te schieten is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 8 tot 10 jaar. Voor de openlijke geweldpleging in deze zaak gaat het Gerecht uit van een gevangenisstraf van 3 jaar. Voor vuurwapenbezit op straat, tijdens een evenement, is de gebruikelijke straf 21-24 maanden, met een deel voorwaardelijk. In dit geval zit er echter deels overlap tussen de feiten.

Naar het oordeel van het Gerecht moet bij de strafoplegging bovendien in strafmatigende zin rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hierbij neemt het Gerecht in het bijzonder de jonge leeftijd en de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte in aanmerking.

Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat een gevangenisstraf straf van 12 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

De zeventien bij de verdachte in beslag genomen scherpe patronen (IBN-code [code 1] en [code 2]) zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij de gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de overige volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • een paar witte schoenen (IBN-code [code 3]);

  • een lichtblauwe Samsung telefoon (IBN-code [code 4]);

  • een witte Samsung telefoon (IBN-code [code 5]);

  • een blauwe Samsung telefoon (IBN-code [code 6]); en

  • een witte iPhone (IBN-code [code 7])

Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

  1. [benadeelde partij 2], tot een bedrag van USD 1.035,00; en

  2. [benadeelde partij 1], tot een bedrag van USD 3.000,00.

De vordering van [benadeelde partij 2] heeft betrekking op een Kia Rio die die nacht geparkeerd stond op de Kaya Prinses Marie, schuin tegenover Club Rush. De vordering ziet enerzijds op reparatiekosten voor de auto, en anderzijds op omzetderving door het mislopen van huurinkomsten.

De vordering van [benadeelde partij 1] betreft materiële schade aan zijn Chevrolet Spark. Hij stelt dat als gevolg van de schietpartij van 8 juni 2025 auto total loss is geraakt. Hij begroot de schade op USD 3.000,00. De benadeelde partij heeft de vordering en de hoogte van het gevorderde bedrag niet nader onderbouwd.

Standpunten

De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 1] gevorderd dat deze hoofdelijk toe te wijzen. Uit het dossier volgt dat de auto minstens 11 schotbeschadigingen heeft, daarom is verdere onderbouwing van de vordering niet nodig.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] heeft de officier van justitie gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële reparatiekosten en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

De raadsman heeft met betrekking tot de vorderingen tot schadevergoeding geen verweer gevoerd.

Oordeel van het Gerecht

Ad 1. De vordering van [benadeelde partij 2]

Voor toewijzing van de vordering is vereist dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, en dat de verdachte daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk is. Die civielrechtelijke aansprakelijkheid kan het Gerecht in deze zaak niet vaststellen. Het is immers niet duidelijk geworden wie verantwoordelijk is voor de schade aan de auto.

Het Gerecht heeft overwogen of de vordering (deels) toch zou kunnen worden toegewezen, bijvoorbeeld op grond van groepsaansprakelijkheid. De verdachte en de medeverdachten worden allen veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld. Het is in dit geweld dat de auto’s beschadigd raakten. Een bewezenverklaring van openlijk geweld is echter niet voldoende voor het aannemen van gedragingen in groepsverband in de zin van artikel 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES. Zij brengt niet zonder meer mee dat de verdachte ook civielrechtelijk in groepsverband heeft gehandeld, zodat de schade aan alle verdachten hoofdelijk kan worden toegerekend.

Nu niet binnen het beperkte kader van de strafprocedure kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ad 2. Vordering van [benadeelde partij 1]

Uit het dossier blijkt voldoende dat de auto aanzienlijke schade heeft opgelopen. Zo blijkt uit forensisch onderzoek dat op de auto elf schotbeschadigingen zijn aangetroffen. Zowel de vordering als het dossier bevatten echter geen nadere informatie aan de hand waarvan de omvang van de geleden schade kan worden vastgesteld. Het Gerecht kan daarom de hoogte van de schade niet bepalen.

De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 38c, 57 en 59 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak COOT (400.00096/25) ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak KILIMANJARO (400.00122/26) en in de zaak GALAPAGOS (400.00129/25) ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hierboven omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 12 (twaalf) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten zeventien scherpe patronen (IBN-code [code 1] en [code 2]);

gelast de teruggave aan de verdachte van een paar witte schoenen (IBN-code [code 3]), een lichtblauwe Samsung telefoon (IBN-code [code 4]), een witte Samsung telefoon (IBN-code [code 5]), een blauwe Samsung telefoon (IBN-code [code 6]) en een witte iPhone (IBN-code [code 7]) ;

verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en bepaalt dat deze de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

De Toyota Yaris en de Toyota Vitz zijn vergelijkbare modellen en kunnen gemakkelijk met elkaar verward worden, hetgeen volgt uit een kort onderzoekje op internet, maar ook uit de verklaringen in dit dossier. De wijk Nort’i Saliña wordt op Bonaire ook wel aangeduid als ‘noord’. HR:2017:375