Strafrecht overig
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:270 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2026-270
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 400.00223/25 en 400.00174/25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2026:270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige neef van de verdachte is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. Het Gerecht gaat ervan uit dat de tweede schietpartij een wraakactie was voor het neerschieten van de neef. De verdachte is bij Club Rush niet aanwezig geweest, maar is wel meegegaan bij het tweede incident. Veroordeling voor poging moord. Overwegingen over medeplegen en inwisselbaarheid van rollen.
Conform het advies van de psycholoog wordt de verdachte volgens het jeugdrecht berecht. Hij krijgt de maximale straf van 4 jaar jeugddetentie. Daarnaast wordt de PIJ-maatregel opgelegd. Overwegingen over de plaats van tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel.
Uitspraak
Parketnummer: 400.00223/25 (GALAPAGOS) en 400.00174/25 (ELM), ter terechtzitting gevoegd
Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats],
wonende op Bonaire, [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.
ONDERZOEK VAN DE ZAAK
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25, 27 en 28 augustus 2026, 1 september 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.
De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding (zaak ELM).
De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht:
-
het onder parketnummer 400.00223/25 (zaak GALAPAGOS) als feit 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
-
het onder parketnummer 400.00174/25 (zaak ELM) ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 14 jaren, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Zijn vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het in zaak GALAPAGOS onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde en heeft een strafmaatverweer gevoerd. In de zaak ELM heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 400.00223/25 (zaak GALAPAGOS)
Feit 1
hij op of omstreeks 8 juni 2025 op het eiland Bonaire, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [medeverdachte 1] en/of [slachtoffer 1] en/of andere personen opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn medeverdachte(n) in een auto naar de [straatnaam 1] te Nort Salina is gereden en/of vanuit die rijdende auto met (een) vuurwapen(s) meermalen, althans eenmaal gericht, althans in de richting van voornoemde [medeverdachte 1] en/of [slachtoffer 1] en/of andere personen (die aldaar op de [straatnaam 1] aanwezig waren) heeft/hebben geschoten, waarbij die [slachtoffer 1] in zijn rug, althans lichaam werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Feit 2
hij, op of omstreeks 8 juni 2025, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een vuurwapen of een ander soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp en/of scherpe patro(o)nen, in elk geval een of meer scherpe patro(o)nen, zijnde een vuurwapen en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Parketnummer 400.00174/25 (zaak ELM)
hij, op of omstreeks 22 juli 2025, op het eiland Bonaire, openlijk, te weten aan de Kaya J.N.E. Craane en/of Kas di Regatta, in elk geval op of aan de openbare weg en/of een voor het publiek toegankelijke plaats, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde partij], door die [benadeelde partij] meermalen, althans eenmaal, met gebalde vuist in/op het gezicht/hoofd en/of lichaam te slaan tengevolge waarvan die [benadeelde partij] op de grond is gevallen.
OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK GALAPAGOS (400.00223/25)
Inleiding en standpunten
In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten. De vijftienjarige [slachtoffer 2], een neef van de verdachte, is hierdoor overleden.
Na de schietpartij bij Club Rush heeft die nacht nog een schietpartij plaatsgevonden, ditmaal in Nort’i Saliña waarbij [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt.
De officier van justitie heeft betoogd dat de verdachte samen met twee medeverdachten naar Nort’i Saliña is gereden met het vooropgezette plan om daar [slachtoffer 1] neer te schieten. De officier van justitie gaat ervanuit dat dit een wraakactie is geweest als reactie op de dood van de neef van verdachte. Daarmee vindt de officier van justitie medeplegen van een poging moord bewezen.
De verdachte ontkent dat hij in Nort’i Saliña is geweest. Hij heeft verklaard dat hij thuis was en na de schietpartij bij Club Rush met zijn moeder naar het ziekenhuis is gereden. Hij heeft zijn auto daarna uitgeleend aan een ander. Met de schietpartij in Nort’i Saliña heeft hij niets te maken.
De raadsman heeft bepleit dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat voor betrokkenheid van de verdachte bij het schietincident in Nort’i Saliña. Hij voert daartoe aan dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in Nort’i Saliña in de witte Toyota Yaris heeft gezeten. Enkel het aanstralen binnen een theoretisch dekkingsgebied plaatst de verdachte in Nort’i Saliña, en een de-auditu verklaring van een andere verdachte. De raadsman concludeert dan ook dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde.
Feiten en omstandigheden
Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Schieten in Nort’i Saliña
Rond 03:25 uur, ongeveer een halfuur na de schietpartij bij Club Rush, vindt de schietpartij in Nort’i Saliña plaats. Uit de verklaringen volgt dat na de schietpartij bij Club Rush een aantal mannen uit Nort’i Saliña bij elkaar kwam in Nort’i Saliña. Onder hen ook de medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2], en latere aangever [slachtoffer 1]. Deze groep mannen bevond zich op straat in de buurt van een snack en daarna bij de woning van [medeverdachte 2], aan de [straatnaam 2] hoek [straatnaam 1].
Verschillende getuigen verklaren dat zij over straat liepen, dat er een witte auto kwam aanrijden, waarschijnlijk een Toyota Yaris of Vitz, en dat vanuit die witte auto is geschoten. Op camerabeelden is te zien dat een witte Toyota Yaris over de [straatnaam 3] Nort’i Saliña binnen komt rijden. De witte Yaris slaat dan linksaf de [straatnaam 2] in, keert daar en slaat vervolgens rond 03:25 de [straatnaam 1] in. De witte Yaris remt iets af en passeert een groep mannen. Buiten beeld zijn schoten te horen. Na een aantal seconden zijn nog drie schoten te horen.
Letsel [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan. Hij is door een kogel geraakt en naar het ziekenhuis gebracht. Vanuit het ziekenhuis op Bonaire is [slachtoffer 1] met de ambulancevlucht naar Curaçao overgebracht, om daar meer specialistische medische zorg te krijgen. Uit de medische informatie volgt dat [slachtoffer 1] een schotwond had in zijn rug (linkerflank), waarbij een nier, zijn lever en zijn longen zijn geperforeerd. De kogel is uiteindelijk in de spier onder zijn oksel terecht gekomen en daar gebleven. [slachtoffer 1] is geopereerd en heeft het overleefd. Of hij blijvend letsel heeft overgehouden is het Gerecht niet bekend.
Forensisch onderzoek – Glock
Aan de [straatnaam 1] zijn door de politie vijf hulzen aangetroffen. Uit onderzoek door het NFI volgt dat deze vijf hulzen met één vuurwapen zijn verschoten, en dat de hulzen passen bij een Glock. Bij Club Rush zijn hulzen (25 stuks) aangetroffen die hoogstwaarschijnlijk uit ditzelfde wapen komen, aldus de bevindingen van het NFI. Het Gerecht gaat er op die basis vanuit dat in Nort’i Saliña met een Glock is geschoten vanuit de witte auto, en dat diezelfde Glock eerder die nacht is gebruikt bij Club Rush.
Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij bij Club Rush een Glock had en daarmee ook heeft geschoten. Uit de camerabeelden van Club Rush volgt dat [medeverdachte 3] bij Club Rush 26 schoten heeft gelost. Mogelijk heeft hij daarbij gebruik gemaakt van een verlengde patroonhouder.
Uit de camerabeelden volgt ook dat medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] elkaar direct na het schieten bij Rush tegenkomen, waarbij [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 3] roept: “Hey laten we gaan, laten we naar de mannen gaan, man”. Hierna verdwijnen zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 3] achter een rode container op de parkeerplaats van de Top supermarkt. Te horen is dat [medeverdachte 4] direct voordat hij achter de container verdwijnt, roept: “Laten we de Glock lange patroonhouder gaan laden man”. Nadat zij achter de container vandaan komen is bij [medeverdachte 3] geen vuurwapen meer zichtbaar. Of [medeverdachte 4] het vuurwapen van hem heeft overgenomen, is op de beelden niet te zien.
Bijeenkomen op [adres 1]
Na de schietpartij bij Club Rush hebben medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] telefonisch contact gehad. In het gesprek om 3.07 uur zegt [medeverdachte 4] dat hij iedereen gaat vermoorden. Om 3.11 uur belt [medeverdachte 5] [medeverdachte 4], en vraagt waar hij is. [medeverdachte 4] is bij de ‘waf’ (vissershaven). [medeverdachte 5] zegt hem: “kom, kom bij [bijnaam 2]”.
Uit het dossier volgt dat een aantal van de mannen van de groep Den Tera na het schieten bij Club Rush bij elkaar zijn gekomen in de woning van [betrokkene]. Die woning is gelegen aan de [adres 1]. [betrokkene] wordt ook wel ‘[bijnaam 2] of [bijnaam 3]’ genoemd. Een getuige heeft verklaard dat hij [medeverdachte 4] kort na het schieten tegenkwam voor het ziekenhuis, naast de parkeerplaats van Top. Hij heeft [medeverdachte 4] op diens verzoek afgezet op de [straatnaam adres 1], ter hoogte van het huis van [betrokkene]. Een andere getuige heeft verklaard dat hij naar de woning van ‘[bijnaam 3]’ is gegaan, een oma die aan de [straatnaam adres 1] woont. Bij die woning was een aantal jongens, waaronder [medeverdachte 4]. Op een gegeven moment kwam een witte Vitz aanrijden, waar ongeveer 4 jongens zijn ingestapt.
Witte Toyota
De verdachte had in de nacht van 8 juni 2025 de beschikking over de witte Toyota Yaris van zijn vader. De verdachte is eerder die avond vastgelegd op camerabeelden rijdend in deze auto, samen met zijn moeder en een vriendin. De witte Yaris is om 03:15 uur te zien rijdend in de richting van het ziekenhuis. De auto lijkt even te stoppen bij het ziekenhuis en rijdt vervolgens om 03:16 uur weer weg. Uit de camerabeelden volgt dat de witte Yaris naar de [straatnaam adres 1] is gereden, wat wordt bevestigd door de zojuist genoemde getuigenverklaring over een witte Vitz bij de [straatnaam adres 1].
Diezelfde witte Toyota Yaris is vervolgens te zien om 3.20 uur, wegrijdend bij de [adres 1], via de [straatnaam 4] in de richting van Nort’i Saliña. De auto stopt even op de [straatnaam 5] en rijdt dan verder richting Nort’i Saliña, waar de auto even later op de camerabeelden van de snek verschijnt.
Door het Gerecht te beantwoorden vragen met betrekking tot feit 1
De vragen die het Gerecht achtereenvolgens moet beantwoorden om een oordeel te kunnen vellen over feit 1, zijn de volgende:
-
Zat de verdachte in de witte Yaris in Nort’i Saliña?
-
Is sprake van medeplegen?
-
Is sprake van voorbedachte raad?
-
Wie was het beoogde slachtoffer?
Het gerecht zal deze vragen hierna een voor een bespreken.
Zat de verdachte in de witte Yaris?
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de witte Yaris op de [adres 1] was kort na het schieten bij Club Rush. Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat het dezelfde Yaris is, die vervolgens naar Nort’i Saliña is gereden en van waaruit is geschoten op de [straatnaam 1].
De verdachte heeft verklaard dat hij eerder die nacht wel in de witte Toyota Yaris van zijn vader reed, maar dat hij de auto later heeft uitgeleend. Het Gerecht vindt die verklaring niet aannemelijk. Niet alleen omdat de verdachte niet heeft toegelicht aan wie hij de auto heeft uitgeleend, of waarom. Maar ook omdat die verklaring niet past bij de rest van het dossier, en de mastgegevens. Daaruit volgt immers dat de telefoon van de verdachte met de Toyota meebeweegt, ook naar Nort’i Saliña en terug.
Hetzelfde geldt voor de telefoons van medeverdachten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] bewegen met de auto mee. De telefoons van alle drie de verdachten stralen ten tijde van de schietpartij in Nort’i Saliña, tussen 3.22 en 3.27 uur, masten aan met een dekkingsgebied dat de plaats delict ([straatnaam 1]) omvat. Masten die niet aangestraald kunnen worden vanuit de wijk Den Tera of bij het ziekenhuis. Vanaf 3.27 uur worden weer masten in Den Tera / Playa Pabou aangestraald.
Het Gerecht leidt hieruit af dat alle drie de verdachten zich in de witte Yaris bevonden en naar Nort’i Saliña zijn gereden.
Medeplegen
Hoewel niet is komen vast te staan wie van de drie verdachten de trekker heeft overgehaald, is het Gerecht van oordeel dat de rollen in dit geval zodanig inwisselbaar zijn geweest, dat alle drie de verdachten als medepleger kunnen worden aangemerkt.
Dit leidt het Gerecht af uit de volgende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien. Allereerst de door [medeverdachte 4] gedane uitlatingen direct na de schietpartij bij Club Rush over het laden van de Glock en het iedereen willen vermoorden. Voorts verklaart getuige [getuige 1] dat [medeverdachte 4] na het zien van het lichaam van zijn broertje zegt: “Kom we gaan naar noord. Nu gaan ze zien wie is wie”. Hieruit leidt het Gerecht af dat een plan bestond om degenen te beschieten die [medeverdachte 4] verantwoordelijk hield voor de dood van zijn broertje. Niet veel later verzamelen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bij de [adres 1], waarna ook de verdachte in de witte Yaris bij dat adres arriveert.
Van belang is verder dat de groep de beschikking had over wapens, bij diverse gelegenheden met wapens poseerde, en wapens ook onderling uitwisselde. [medeverdachte 4] had eerder die nacht een revolver, zo verklaart hij zelf, en heeft later waarschijnlijk de Glock van [medeverdachte 3] overgenomen. Zijn telefoon staat vol met foto’s met wapens, foto’s die hij ook postte, ook nog kort voor de schietpartij bij Rush. Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft tijdens het schietincident bij Rush een wapen overgedragen aan een ander. Van de verdachte is niet bekend dat hij die nacht een wapen had. Maar hij was wel betrokken bij de groep en wist wat er aan de hand was.
Tenslotte is van belang dat de witte Yaris vanaf de [adres 1] in een rechte lijn naar Nort’i Saliña gereden. Een wijk waar de verdachten op dat moment niets te zoeken hadden. De auto rijdt naar de [straatnaam 1], er wordt geschoten vanuit de auto, en de auto rijdt verder, de wijk weer uit, terug naar Playa. Het optreden van de verdachten laat zich samenvatten als een aankomen, het vuur openen en vertrekken. Deze gang van zaken wijst op een doelgerichte actie.
Het Gerecht kan niet vaststellen wat de rol van de afzonderlijke verdachten precies is geweest. Heeft de verdachte de auto bestuurd, of een van de anderen? Had [medeverdachte 4] het wapen van [medeverdachte 3] overgenomen en heeft hij daarmee geschoten? Heeft [medeverdachte 5] of de verdachte juist geschoten? Waren er meer wapens in de auto aanwezig? Dat is allemaal niet bekend. Maar dat doet naar het oordeel van het Gerecht ook niet ter zake. De hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden hebben de uiterlijke verschijningsvorm van een in bewuste en nauwe samenwerking uitgevoerde poging tot moord, waarbij elk van de deelnemers een, wat betreft het gewicht van zijn bijdrage aan dat misdrijf, vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld. Op grond van een plan dat alle deelnemers vooraf duidelijk was. Mede in aanmerking genomen dat de door de verdachte en zijn mededaders afgelegde verklaringen geenszins aanleiding geven iets anders te veronderstellen, gaat het Gerecht van die uiterlijke verschijningsvorm uit.
Het Gerecht vindt op die basis dat medeplegen is bewezen voor alle drie de inzittenden van de witte Toyota.
Voorbedachte raad
Ten aanzien van de voorbedachte raad overweegt het Gerecht het volgende. Uit de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden blijkt van een vooropgezet plan van de verdachten om in Nort’i Saliña een of meer personen van het leven te beroven. Tussen het telefoongesprek, het verzamelen bij de [straatnaam adres 1] en het schieten aan de [straatnaam 1], hebben de verdachten voldoende gelegenheid gehad zich te beraden op het voorgenomen besluit en de gevolgen daarvan te overzien. Van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling is dan ook geen sprake. Het tijdsverloop tussen de gebeurtenissen bood ruimschoots gelegenheid om van het voornemen af te zien, hetgeen geen van de verdachten heeft gedaan. Daarmee is sprake van voorbedachte raad.
Beoogde slachtoffers
Anders dan de officier van justitie leidt het Gerecht uit de bewijsmiddelen af dat het opzet van de verdachten niet specifiek was gericht op [slachtoffer 1], maar op de groep jongens uit Nort’i Saliña als geheel. Dat blijkt onder meer uit de uitlatingen van [medeverdachte 4] voorafgaand aan de schietpartij, waarbij hij het heeft over ‘de mannen’ en ‘ze’. Het past ook bij het feit dat op dat moment niet bekend was wie op [slachtoffer 2] had geschoten, of wie daarvan werd verdacht. Er gingen wel namen rond, maar dat betrof behalve [slachtoffer 1] in elk geval ook ‘[bijnaam 1]’ ([medeverdachte 1]), die zich eveneens in de groep bevond.
Uit de verklaringen volgt dat de jongens uit Nort’i Saliña in een groep liepen van ongeveer zeven personen, zij liepen dicht bij elkaar. De witte Toyota passeerde de gehele groep (inclusief [slachtoffer 1]) en vervolgens is vanuit de rijdende auto meerdere malen naar achteren geschoten. Een getuige verklaart dat het wapen op het moment dat de auto langs hem reed leek te weigeren. Het Gerecht gaat er daarom vanuit dat het feit dat de witte auto een aantal jongens voorbij reed zonder te schieten niet het gevolg was van een doelbewuste keuze, maar van het feit dat het wapen in eerste instantie niet af ging.
Het meermalen schieten vanuit een rijdende auto, op korte afstand, op een groep dicht bij elkaar staande mannen, is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het dodelijk raken van elk van die mannen, dat daaruit opzet volgt op de hele groep. Op zijn minst in de zin van voorwaardelijk opzet.
Conclusie ten aanzien van feit 1
Al met al vindt het Gerecht bewezen dat de verdachte samen met twee anderen in een witte Toyota naar Nort’i Saliña is gereden om daar te schieten op ‘de mannen uit Nort’i Saliña’, als doelbewuste wraakactie. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het medeplegen van poging tot moord.
BEWEZENVERKLARING
Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak GALAPAGOS (400.00223/25) ten laste gelegde en het in zaak ELM (400.00174/25) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Parketnummer 400.00223/25 (zaak GALAPAGOS)
Feit 1
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] en andere personen opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn medeverdachten in een auto naar de [straatnaam 1] te Nort Salina is gereden en vanuit die rijdende auto met een vuurwapen meermalen, in de richting van voornoemde [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] en andere personen (die aldaar op de [straatnaam 1] aanwezig waren) heeft geschoten, waarbij die [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Feit 2
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad een vuurwapen en scherpe patronen, in elk geval een of meer scherpe patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Parketnummer 400.00174/25 (zaak ELM)
hij op 22 juli 2025 op het eiland Bonaire openlijk, te weten aan de Kaya J.N.E. Craane, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij], door die [benadeelde partij] op het hoofd en lichaam te slaan tengevolge waarvan die [benadeelde partij] op de grond is gevallen.
Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
BEWIJSMIDDELEN
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE
Het in zaak GALAPAGOS onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 302 juncto artikel 47 en 49 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van poging tot moord.
Het in zaak GALAPAGOS onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.
Het in zaak ELM bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
OPLEGGING VAN STRAF
Het Gerecht heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. De verdachte is in de nacht van 8 juni 2025 samen met twee anderen naar Nort’i Saliña gereden om te schieten op de groep van Nort’i Saliña. Als vergelding voor het schieten op zijn neef bij Club Rush. Dat hierbij niemand is overleden, is een gelukkige omstandigheid die niet aan de verdachte is te danken.
De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens onder jongeren is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.
Persoonlijke omstandigheden
Naast de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn, houdt het Gerecht ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de strafkaart van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat hij al eerder met justitie in aanraking is geweest.
Het rapport van de psycholoog
Het Gerecht heeft ook kennisgenomen van de rapportage van forensisch GZ-psycholoog [psycholoog] van 21 augustus 2026. Het rapport houdt onder meer het volgende in: “Onderzochte is een 20-jarige man met een licht verstandelijke beperking (LVB) en ADHD, overwegend onoplettende type. Er is sprake van een laag gevoel van eigenwaarde bij onderzochte. Hij heeft hierdoor moeite om zijn grenzen aan te geven. De LVB gecombineerd met de ADHD zorgen voor een aantal problemen bij onderzochte. Bepaalde vaardigheden heeft hij niet kunnen leren. Naast de hierboven genoemde problemen in de sociale vaardigheden, zijn de coping vaardigheden ook beperkt. In verband met zijn intellectuele beperking, zijn de adaptieve vaardigheden beperkt. Sociaal is hij kwetsbaar, omdat hij emoties van de ander en zichzelf niet begrijpt, waardoor hij makkelijk te beïnvloeden is en bepaalde signalen in de sociale interactie/situatie mist. Het beoordelingsvermogen is beperkt, omdat hij informatie traag verwerkt. Hij raakt regelmatig overspoeld door de verschillende prikkels en verwachtingen in het sociale verkeer, waardoor hij zich veelvuldig terugtrekt. Hij kan impulsief reageren als hij onder druk staat, waardoor er conflicten zijn met autoriteit. Hij begrijpt de ernst van zijn daden en de impact van zijn gedrag op anderen niet, waardoor hij als verminderd toerekeningsvatbaar wordt beoordeeld.”
De psycholoog komt tot de volgende diagnose: verstandelijke ontwikkelingsstoornis (licht), aandachtstekort-/hyperactiviteitsstoornis van het onoplettende type (ADHD, matig) en een stoornis in cannabisgebruik (matig). Het gedrag van verdachte wordt in sterke mate beïnvloed door zowel de verstandelijke beperking als de ADHD. Aan de andere kant begrijpt hij wel het verschil tussen goed en fout, en had de verdachte tussen zijn vertrek vanaf het ziekenhuis en zijn aankomst in Nort’i Saliña alle tijd zich te bedenken. Om die reden komt de psycholoog tot het advies om de feiten verminderd aan de verdachte toe te rekenen.
De psycholoog concludeert dat de verdachte dagelijks vastloopt in een maatschappij die te ingewikkeld voor hem is. Hij ageert hiertegen met opstandig en agressief gedrag. In acuut sociale conflictsituaties bestaat er een kans dat hij gewelddadig wordt, vooral onder invloed van anderen.
Het Gerecht neemt de conclusies van de psycholoog over ten aanzien van de verstandelijke beperking en de ADHD van de verdachte, en gaat uit van verminderde toerekenbaarheid.
Toepassing jeugdstrafrecht?
De psycholoog heeft geadviseerd het jeugdstrafrecht (adolescentenstrafrecht) toe te passen. Uit zijn rapport komt naar voren dat de verdachte zeer beïnvloedbaar en vanwege zijn ADHD impulsief is. Intellectueel gezien functioneert de verdachte op het niveau van een zevenjarige. Hij heeft ook op sociaal-emotioneel vlak een achterstand.
De raadsman heeft bepleit om het advies van de psycholoog te volgen en de verdachte met toepassing van artikel 79c van het Wetboek van Strafrecht BES te veroordelen conform het jeugdstrafrecht.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte volgens het volwassenenstrafrecht zal worden veroordeeld. Hij voert daartoe aan dat de verdachte ten tijde van het begaan van de feiten meerderjarig was en dat er contra-indicaties bestaan voor toepassing van het adolescentenstrafrecht. Ook de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de ernst van de feiten verhouden zich niet met de toepassing van jeugdrecht, aldus de officier van justitie.
Het Gerecht overweegt als volgt. De verdachte was 19-jaar oud ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. Dit betekent dat in beginsel het volwassenenstrafrecht van toepassing is. Het Gerecht kan op grond van artikel 79c van het Wetboek van Strafrecht BES recht doen overeenkomstig het jeugdstrafrecht, maar enkel wanneer het Gerecht daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.
Uit het dossier komt het beeld naar voren van een verdachte die zich in eerste instantie afzijdig heeft gehouden. De verdachte was bij de schietpartij bij Club Rush helemaal niet aanwezig. Hij was thuisgebleven, omdat hij niet van drukte houdt en ook om problemen te voorkomen, aldus de verdachte. De verdachte komt pas in beeld nadat zijn neef [slachtoffer 2] is neergeschoten. Als de verdachte hierover wordt gebeld, gaat hij met zijn moeder naar het ziekenhuis om de familie steun te bieden.
Pas toen is de verdachte bij de gebeurtenissen betrokken geraakt. Niet alleen de neergeschoten [slachtoffer 2], maar ook de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zijn neven van de verdachte. Gezien het verloop van de gebeurtenissen kan het niet anders dan dat de verdachte in of rondom het ziekenhuis met hen en anderen van de groep in contact is gekomen, en in de wraakactie is meegesleept. Mogelijk (mede) vanwege de auto die hij tot zijn beschikking had.
Ook uit het rapport van de psycholoog komt het beeld naar voren van een verdachte die is bezweken onder groepsdruk en impulsiviteit. Impulsiviteit en beïnvloedbaarheid zijn eigenschappen die typisch met jeugdigheid in verband worden gebracht, en die pedagogisch kunnen worden aangepakt. De psycholoog schrijft daarnaast dat de verdachte nog thuis woont, en op verschillende gebieden door zijn moeder wordt ondersteund. Ook dat pleit voor een pedagogische aanpak.
Op de zitting van 27 augustus 2026 heeft de deskundige nog verklaard dat de verdachte laat zien dat hij probleembesef heeft, en onderkent dat hij zich laat meeslepen door anderen. De verdachte laat volgens de deskundige intrinsieke motivatie zien om zich te laten behandelen.
Op basis van al het bovenstaande ziet het Gerecht zowel in de persoonlijkheid van de verdachte en als in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan aanleiding voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Het Gerecht zal dus gebruik maken van die mogelijkheid.
Jeugddetentie
Gelet op de ernst van de feiten is het Gerecht van oordeel dat de oplegging van de maximale jeugddetentie passend en geboden is. De maximale jeugddetentie is in het geval van de verdachte 4 jaar. Het Gerecht zal daarom een jeugddetentie opleggen voor de duur van 4 jaar.
PIJ-maatregel
De PIJ-maatregel is opgenomen in artikelen 79m en 79n Sr BES. Volgens artikel 79m, eerste lid, Sr BES dient voor de oplegging daarvan aan een drietal cumulatieve voorwaarden te worden voldaan. Het Gerecht stelt vast dat voldaan is aan deze voorwaarden.
Het derde lid van artikel 79m Sr BES schrijft voor dat de PIJ-maatregel slechts kan worden opgelegd na een daartoe strekkend advies van een of meer gedragsdeskundigen. Dit vereiste beoogt te waarborgen dat de rechter deze ingrijpende maatregel niet oplegt zonder deskundig inzicht. Alhoewel de psycholoog in zijn rapport van 21 augustus 2026 de PIJ-maatregel niet met zoveel woorden adviseert, bevat het rapport een uitgebreide beschrijving van de problematiek en de behandelbehoefte van de verdachte. Deze problematiek en behandelbehoefte wijst op de noodzaak van oplegging van een PIJ-maatregel. Daarnaast heeft de psycholoog op de zitting van 27 augustus 2026, in aanwezigheid van de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie, toegelicht dat hij een PIJ-maatregel had willen adviseren, maar daar vanwege praktische redenen omtrent de uitvoerbaarheid van de maatregel vanaf heeft gezien. Het Gerecht ziet in het rapport, gelezen in samenhang met deze toelichting, een advies tot oplegging van de PIJ-maatregel.
Conform dit advies zal het Gerecht aan de verdachte ook een PIJ-maatregel opleggen, ter voorkoming van recidive en in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
Plaats en wijze van tenuitvoerlegging van de PIJ
Het Gerecht merkt op dat het niet kan beslissen op welke manier en op welke plaats de PIJ-maatregel ten uitvoer wordt gelegd. Dat laat onverlet dat het Gerecht daarover wel een advies kan geven.
In het geval van de verdachte lijkt een plaatsing in een JJI in Europees Nederland geen goed idee. De verdachte spreekt nauwelijks Nederlands, en is vanwege zijn beperkte intellectiele capaciteiten ook niet in staat dit op korte termijn afdoende te leren. Dat maakt dat een behandeling in Europees Nederland alleen al vanwege de taal niet haalbaar is. Daarnaast bevindt het netwerk van de verdachte zich op Bonaire, en ligt zijn toekomst hier. Het Gerecht adviseert daarom om de PIJ-maatregel zoveel als mogelijk op Bonaire vorm te geven.
De psycholoog adviseert behandeling door MHC op Bonaire: “Het is belangrijk dat onderzochte de juiste begeleiding en behandeling krijgt voor zijn LVB en ADHD. Mental Health Caribbean is de aangewezen instantie om onderzochte hierbij te helpen. Zij kunnen psycho-educatie bieden aan zowel moeder als onderzochte en met hen in gesprek gaan over het gebruik van medicatie. Mogelijk kan dit zijn impulsiviteit verlagen en ook zorgen dat hij minder snel overspoeld raakt in complexe sociale situaties.”
Het is het Gerecht bekend dat MHC inmiddels behandelingen aanbiedt binnen de muren van de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland (JICN). Daarnaast is in april 2026 een programmamanager aangesteld, met het streven om de PIJ-maatregel in de regio te kunnen uitvoeren. Het Gerecht gaat er op basis van deze ontwikkelingen vanuit dat de maatregel in de praktijk ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd, ook op Bonaire.
IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
De in beslag genomen Toyota Yaris met kenteken [kenteken 1] (IBN-code [code 1]) is van de vader van de verdachte en niet van de verdachte zelf. Het Gerecht kan niet vaststellen dat de vader enige wetenschap had over waarvoor de auto die nacht zou worden gebruikt. Het Gerecht zal daarom beslissen dat de auto zal worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten de vader.
De Samsung SM-A055M/DS (IBN-code [code 2]) en de Samsung blauw (IBN-code [code 2]) behoren toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.
DE VORDERING TOT SCHADEVERGOEDING (400.00174/25 - zaak ELM)
In de zaak ELM heeft de benadeelde partij [benadeelde partij] zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt USD 750,00 voor immateriële schade.
De verdediging heeft de vordering niet betwist.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij] als gevolg van het handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het Gerecht vindt een bedrag van $ 750,00 aan immateriële schade redelijk en billijk voor de pijn en het letsel die de benadeelde partij heeft geleden en wijst dit bedrag aan schadevergoeding toe.
Hoofdelijkheid en oplegging schadevergoedingsmaatregel
Het Gerecht stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De vordering wordt daarom hoofdelijk toegewezen.
Het Gerecht zal ook de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht BES opleggen om te bevorderen dat de schade vergoed wordt. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
Proceskosten
Het Gerecht veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 38f, 57, 59, 79i en 79m van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak ELM (400.00174/25) en in de zaak GALAPAGOS (400.00223/25) onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de 4 (vier) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
gelast de plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen;
gelast de teruggave van de Toyota Yaris met kenteken [kenteken 1] (IBN-code [code 1]) aan de rechthebbende;
gelast de teruggave van de Samsung SM-A055M/DS (IBN-code [code 2]) en de Samsung blauw (IBN-code [code 2]) aan de verdachte;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade toe tot een bedrag van USD 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig Amerikaanse dollar) aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van USD 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig Amerikaanse dollar), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover een van de mededaders van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of de Staat, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.