Strafrecht overig
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:269 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2026-269
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 400.00138/25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2026:269
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte is een stukje verderop in zijn been geraakt, en heeft toen zelf ook geschoten. Vrijspraak voor poging doodslag. Veroordeling voor openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit.
Gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Uitspraak
Parketnummer: 400.00138/25
Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1995 op [geboorteplaats],
wonende op Bonaire, [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.
ONDERZOEK VAN DE ZAAK
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 12 februari 2026, waarna het Gerecht op 3 maart 2026 een tussenvonnis heeft gewezen, en het onderzoek heeft heropend. Hierna hebben pro forma zittingen plaatsgevonden op 19 maart 2026 en 2 juli 2026. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 26, 28 en 31 augustus 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Zijn vordering behelst voorts de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. De raadsman heeft voorts een strafmaatverweer gevoerd.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij, op of omstreeks 8 juni 2025, op het eiland Bonaire, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [medeverdachte 1] en/of een of meer anderen opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet met gebruikmaking van een vuurwapen meermalen heeft geschoten op/naar, althans in de richting van voornoemde van die [medeverdachte 1] en/of een of meer anderen te schieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Feit 2
hij op of omstreeks 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op of aan de openbare weg, te weten de Kaya Princes Marie en/of de Kaya LD. Gerharts, en/of op een voor publiek toegankelijke plaats, te weten de parkeerplaats van de TOP Supermarket, met verenigde krachten geweld heeft
gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer aanwezige omstanders,
en/of
tegen goederen, te weten meerdere aldaar geparkeerde auto's waaronder een Chevrolet Spark met kenteken [kenteken 1] en/of een Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of een Kia Rio met kenteken [kenteken 3] en/of een Mitsubishi L-200 met kenteken [kenteken 4],
en bestaande dat geweld uit
-
het dreigend in de lucht vasthouden en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s} en/of
-
meermalen in de lucht schieten met (een) vuurwapen(s) en/of
-
meermalen met (een) vuurwapen schieten op/naar, althans in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere omstanders en/of
-
meermalen met (een) vuurwapen schieten tegen/op/naar die Chevrolet Spark met kenteken [kenteken 1] en/of een Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of een Kia Rio met kenteken [kenteken 3] en/of een Mitsubishi 1-200 met kenteken [kenteken 4].
Feit 3
hij op of omstreeks 8 juni 2025 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een vuurwapen en/of een hoeveelheid munitie, te weten meerdere patronen, zijnde een vuurwapen en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
VOORVRAGEN
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
OORDEEL VAN HET GERECHT OVER DE TENLASTEGELEGDE FEITEN
Inleiding
In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is overleden en de verdachte in zijn been is geraakt.
De verdachte heeft verklaard dat hij bij de geparkeerde auto aan de kant van Club Rush door een kogel in zijn been is geraakt. Daarna is hij richting het ziekenhuis gelopen. De verdachte verklaart dat hij zich niet kan herinneren wat er verder is gebeurd.
Feiten en omstandigheden
Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.
In de nacht van 7 op 8 juni 2025 treedt de Curaçaose rapper [naam rapper] op in Club Rush. Club Rush is gelegen aan de Kaya Princess Marie, ten noorden van de club ligt Restaurant Latino’s en ten zuiden de Kaya L.D. Gerharts. Het optreden trekt veel bezoekers: het is druk zowel binnen als buiten de club. Na afloop van het optreden van [naam rapper] ontstaat in Club Rush een vechtpartij. De vechtpartij verplaatst zich naar buiten, en gaat voor de ingang van de club verder. Het is dan iets voor 3.00 uur in de ochtend. De vechtpartij is voor een deel vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush, die bij de ingang van de club hangt en op de straat is gericht.
Kort nadat de vechtpartij zich naar buiten heeft verplaatst zijn twee schoten te horen, die buiten het beeld worden gelost. Twee andere schoten volgen, eveneens buiten beeld. Aan de overkant van Club Rush staat een groep jongens, onder wie de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Zij zijn vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush. Na de eerste schoten trekt [medeverdachte 2] een vuurwapen en schiet een aantal keer in de lucht. [medeverdachte 3] volgt niet veel later en vuurt een aantal schoten in de lucht af, waarna hij een salvo in de richting van Latino’s afvuurt. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat er vanuit die kant door verschillende mensen op hen werd geschoten. Op de beelden is te zien dat het latere slachtoffer [slachtoffer 1] midden op de weg loopt. Dan is een schot met een zwaardere klank te horen, en vrijwel direct daarna valt [slachtoffer 1] tussen twee auto’s neer. Hij is in zijn hoofd geraakt en overlijdt later aan zijn verwondingen.
Op de camerabeelden van de Top supermarkt is te zien dat ongeveer op datzelfde moment, om 2.54 uur, de verdachte een vuurwapen overhandigd krijgt van een persoon in een geel shirt. Te zien is dat de verdachte vervolgens horizontaal richting Latino’s schiet. De verdachte loopt daarna door richting het ziekenhuis.
Vrijspraak feit 1
Het Gerecht is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte feit 1 heeft begaan. Het Gerecht zal de verdachte van dit feit vrijspreken.
Overweging over feit 2 - openlijk geweld
De raadsman heeft ook voor feit 2 vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat de verdachte nooit deel heeft uitgemaakt van een groep. Van openlijke geweldpleging kan daarom geen sprake zijn.
De officier van justitie stelt dat het schieten van de verdachte op de parkeerplaats van de Top supermarkt niet los kan worden gezien van het vuurwapengeweld van anderen die nacht. Volgens de officier van justitie maakt het schieten door de verschillende verdachten deel uit van één geweldsexplosie. Door die nacht te schieten heeft de verdachte zich volgens de officier van justitie bij die geweldsexplosie aangesloten en daarmee deelgenomen aan het groepsgeweld.
Wettelijk kader
In artikel 147 Sr BES is strafbaar gesteld het openlijk plegen van geweld met verenigde krachten. Deze strafbaarstelling ziet op het deelnemen aan groepsgeweld in de openbare ruimte. De strafwaardigheid van openlijk geweld zit in de aantasting van de openbare orde, niet in de aantasting van de lichamelijke integriteit van de individuele slachtoffers. Voor een bewezenverklaring is daarom minder van belang wie precies wat heeft gedaan, of wie precies bij wie hoorde. Het gaat om groepsaansprakelijkheid; heeft een verdachte deel uitgemaakt van de groep, en een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld, dan is de verdachte strafbaar. ‘De groep’, is daarbij een ruim begrip.
Het bestanddeel ‘met verenigde krachten’ valt uiteen in twee delen. Het onderdeel ‘verenigde’ ziet op het in vereniging plegen van het delict, en kan worden beoordeeld aan de hand van de rechtspraak op het gebied van medeplegen. Het woord ‘krachten’ ziet erop dat van de verdachte zelf ook “enige gewelddadige handeling is uitgegaan”. Dit betekent dat hier - anders dan in Europees Nederland, waar het woord krachten is komen te vervallen – niet alleen sprake moet zijn van een significante bijdrage aan het geweld door de verdachte, maar dat die bijdrage ook een gewelddadig karakter moet hebben gehad.
Eén uiting van geweld
Wat begint als een vechtpartij voor de ingang van Club Rush, ontwikkelt zich in een oogwenk tot een geweldsexplosie waarbij tientalen keren wordt geschoten. Deze geweldsexplosie dijt vervolgens uit naar de omliggende straten, waar door verschillende personen vanaf verschillende plekken eveneens wordt geschoten.
Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat de geweldshandelingen die in de nacht van 8 juni 2025 voor en in de omgeving van Club Rush plaatsvonden als één geheel, ofwel als één uiting van geweld moeten worden gezien. De eerste schoten zijn een directe reactie op de vechtpartij die voor Rush plaatsvindt, waarop weer een reactie van andere schoten volgt, waarop nog meer reacties van schoten volgen, tot op de hoek van het Belastingkantoor aan toe. Kennelijk lokte het gebruik van geweld op dat moment en op die plaats, met name het schieten met vuurwapens, nieuw geweld uit van weer andere personen, die ook een vuurwapen wilden gebruiken.
Bijdrage van de verdachte
Door een vuurwapen ter hand te nemen en daarmee te schieten, heeft de verdachte zonder meer een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat op dat moment op de openbare weg werd gepleegd.
De omstandigheid dat de aan dit geweld deelnemende personen niet tot een vastomlijnde groep behoorden, doet aan die kwalificatie niet af. Door hun handelen binnen deze ene geweldsexplosie zijn zij naar het oordeel van het Gerecht onderdeel gaan uitmaken van één groep geweldplegers. De verschillende verdachten hebben zich, door een vuurwapen ter hand te nemen en die af te vuren, bij die groep aangesloten en aan het geweld bijgedragen.
BEWEZENVERKLARING
Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 2
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op een voor publiek toegankelijke plaats, de parkeerplaats van de TOP Supermarket, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten een of meer aanwezige omstanders, bestaande dat geweld uit meermalen met een vuurwapen schieten.
Feit 3
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander voorhanden heeft gehad een vuurwapen en een hoeveelheid munitie, te weten meerdere patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
BEWIJSMIDDELEN
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE
Het onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.
Het onder feit 3 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
OPLEGGING VAN STRAF
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft in de nacht van 8 juni 2025 door te schieten bijgedragen aan het ongekende vuurwapengeweld van die nacht. Nadat hij zelf door een kogel was geraakt, heeft hij meerdere malen met een vuurwapen horizontaal in de richting van Latino’s geschoten. De verdachte heeft zelf de gevaren van het vuurwapengeweld aan den lijve ondervonden, maar heeft er desondanks voor gekozen die gevaren ook voor anderen in het leven te roepen. Het Gerecht rekent de verdachte aan dat hij met zijn handelen heeft bijgedragen aan het ernstige en zinloze vuurwapengeweld van die nacht, waarbij de 15-jarige [slachtoffer 1] is komen te overlijden.
De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens onder jongeren is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.
Naast de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn, houdt het Gerecht ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de strafkaart van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest.
Het Gerecht houdt ook rekening met het feit dat de verdachte in de nacht van 8 juni 2025 door een kogel in zijn been is geraakt.
Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof, en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor de openlijke geweldpleging in deze zaak gaat het Gerecht uit van een gevangenisstraf van 3 jaar. Voor vuurwapenbezit op straat, tijdens een evenement, is de gebruikelijke straf 21-24 maanden waarvan een deel voorwaardelijk. In dit geval zit er echter samenloop tussen het vuurwapenbezit en het openlijk geweld.
Het Gerecht komt, op basis van met name de recidive en de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd, tot een iets hogere straf dan de straf die door de officier is gevorderd. Alles afwegend is het Gerecht van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
De driekwart camouflage spijkerbroek en het grijze t-shirt (IBN-code [code]) behoren toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.
DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[benadeelde partij 3], tot een bedrag van USD 11.789,50;
-
[benadeelde partij 2], tot een bedrag van USD 1.035,00; en
-
[benadeelde partij 1], tot een bedrag van USD 3.000,00.
[benadeelde partij 3] is de moeder van de overleden [slachtoffer 1]. Haar vordering ziet op vergoeding van de kosten van de begrafenis van [slachtoffer 1], en daarnaast USD 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
De vordering van [benadeelde partij 2] heeft betrekking op een Kia Rio die die nacht geparkeerd stond op de Kaya Prinses Marie, schuin tegenover Club Rush. De vordering ziet enerzijds op reparatiekosten voor de auto, en anderzijds op omzetderving door het mislopen van huurinkomsten.
De vordering van [benadeelde partij 1] betreft materiële schade aan zijn Chevrolet Spark. Hij stelt dat als gevolg van de schietpartij van 8 juni 2025 auto total loss is geraakt. Hij begroot de schade op USD 3.000,00. De benadeelde partij heeft de vordering en de hoogte van het gevorderde bedrag niet nader onderbouwd.
Standpunten
De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële begrafeniskosten, en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. Hij voert daartoe aan dat er voor toewijzing van vergoeding van affectieschade op de BES-eilanden nog geen wettelijke grondslag bestaat en dat de gestelde schokschade onvoldoende is onderbouwd.
De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 1] gevorderd dat deze hoofdelijk toe te wijzen. Uit het dossier volgt dat de auto minstens 11 schotbeschadigingen heeft, daarom is verdere onderbouwing van de vordering niet nodig.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] heeft de officier van justitie gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële reparatiekosten en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsman heeft ten aanzien van de vorderingen geen verweer gevoerd.
Oordeel van het Gerecht
Ad 1. Vordering van [benadeelde partij 3]
Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de dood van haar zoon [benadeelde partij 3] en de overige nabestaanden veel leed heeft berokkend. Het gewelddadig overlijden van een zeer jong familielid brengt een diep verdriet en een groot gemis met zich mee. Dat leed staat voor het Gerecht niet ter discussie
Maar voor toewijzing van de vordering is vereist dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, en dat de verdachte daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk is. Die civielrechtelijke aansprakelijkheid kan het Gerecht in deze zaak niet vaststellen. Het is immers niet duidelijk geworden wie verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer 1].
Het Gerecht heeft overwogen of de vordering (deels) toch zou kunnen worden toegewezen, bijvoorbeeld op grond van groepsaansprakelijkheid. De verdachte en de medeverdachten worden allen veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld. Het is in dit geweld dat [slachtoffer 1] is omgekomen. Een bewezenverklaring van openlijk geweld is echter niet voldoende voor het aannemen van gedragingen in groepsverband in de zin van artikel 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES. Zij brengt niet zonder meer mee dat de verdachte ook civielrechtelijk in groepsverband heeft gehandeld, zodat de schade aan alle verdachten hoofdelijk kan worden toegerekend.
Nu niet binnen het beperkte kader van de strafprocedure kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 2. De vordering van [benadeelde partij 2]
Voor de vordering van [benadeelde partij 2] geldt hetzelfde. Nog los van het feit dat de omzetderving niet is onderbouwd, geldt ook hier dat het Gerecht niet kan vaststellen wie op de Kia Rio heeft geschoten. Groepsaansprakelijkheid in civielrechtelijke zin kan ook hier niet zonder meer worden aangenomen.
Nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 3. Vordering van [benadeelde partij 1]
Uit het dossier blijkt voldoende dat de auto aanzienlijke schade heeft opgelopen. Zo blijkt uit forensisch onderzoek dat op de auto elf schotbeschadigingen zijn aangetroffen. Zowel de vordering als het dossier bevatten echter geen nadere informatie aan de hand waarvan de omvang van de geleden schade kan worden vastgesteld. Het Gerecht kan daarom de hoogte van de schade niet bepalen.
De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c, 17d, 31, 38b, 38d, 38f en 57 van het Wetboek van Strafrecht BES zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
gelast de teruggave van de driekwart camouflage spijkerbroek en het grijze t-shirt (IBN-code [code]) aan de verdachte;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.