Strafrecht overig
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:265 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2026-265
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 400.00128/25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2026:265
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft niet bij Club Rush maar even verderop in de lucht geschoten. Het Gerecht oordeelt dat sprake is geweest van één geweldsexplosie die nacht, die zich naar de omliggende straten heeft uitgebreid. Veroordeling voor openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit. Gevangenisstraf van 36 maanden.
Uitspraak
Parketnummer: 400.00128/25
Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats],
wonende op Bonaire, [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.
ONDERZOEK VAN DE ZAAK
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 12 februari 2026, waarna het Gerecht op 3 maart 2026 een tussenvonnis heeft gewezen, en het onderzoek heeft heropend. Hierna hebben pro forma zittingen plaatsgevonden op 19 maart 2026 en 2 juli 2026. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 26, 28 en 31 augustus 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Zijn vordering behelst voorts de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. De raadsman heeft voorts een strafmaatverweer gevoerd.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 8 juni 2025 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een vuurwapen en/of een hoeveelheid munitie, te weten meerdere patronen, zijnde een vuurwapen en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Feit 2
hij op of omstreeks 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op of aan de openbare weg, te weten de Kaya Princes Marie en/of de Kaya LD. Gerharts, en/of op een voor publiek toegankelijke plaats, te weten de parkeerplaats van de TOP Supermarket, met verenigde krachten geweld heeft
gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer aanwezige omstanders,
en/of
tegen goederen, te weten meerdere aldaar geparkeerde auto's waaronder een Chevrolet Spark met kenteken [kenteken 1] en/of een Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of een Kia Rio met kenteken [kenteken 3] en/of een Mitsubishi L-200 met kenteken [kenteken 4],
en bestaande dat geweld uit
-
het dreigend in de lucht vasthouden en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s} en/of
-
meermalen in de lucht schieten met (een) vuurwapen(s) en/of
-
meermalen met (een) vuurwapen schieten op/naar, althans in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere omstanders en/of
-
meermalen met (een) vuurwapen schieten tegen/op/naar die Chevrolet Spark met kenteken [kenteken 1] en/of een Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of een Kia Rio met kenteken [kenteken 3] en/of een Mitsubishi 1-200 met kenteken [kenteken 4].
VOORVRAGEN
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
OORDEEL VAN HET GERECHT OVER DE TENLASTEGELEGDE FEITEN
Inleiding
In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten. De vijftienjarige [slachtoffer 1] is hierdoor overleden.
De verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar bij Club Rush aanwezig was die nacht, maar al voor de schietpartij is vertrokken. Hij ontkent die nacht te hebben geschoten.
Feiten en omstandigheden
Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.
In de nacht van 7 op 8 juni 2025 treedt de Curaçaose rapper [naam rapper] op in Club Rush. Club Rush is gelegen aan de Kaya Princess Marie, ten noorden van de club ligt Restaurant Latino’s en ten zuiden de Kaya L.D. Gerharts. Het optreden trekt veel bezoekers: het is druk zowel binnen als buiten de club. Na afloop van het optreden van [naam rapper] ontstaat in Club Rush een vechtpartij. De vechtpartij verplaatst zich naar buiten, en gaat voor de ingang van de club verder. Het is dan iets voor 3.00 uur in de ochtend. De vechtpartij is voor een deel vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush, die bij de ingang van de club hangt en op de straat is gericht.
Kort nadat de vechtpartij zich naar buiten heeft verplaatst zijn twee schoten te horen, die buiten het beeld worden gelost. Twee andere schoten volgen, eveneens buiten beeld. Aan de overkant van Club Rush staat een groep jongens, onder wie de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Zij zijn vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush. Na de eerste schoten trekt [medeverdachte 2] een vuurwapen en schiet een aantal keer in de lucht. [medeverdachte 1] volgt niet veel later en vuurt een aantal schoten in de lucht af, waarna hij een salvo in de richting van Latino’s afvuurt. Op de beelden is te zien dat het latere slachtoffer [slachtoffer 1] midden op de weg loopt. Dan is een schot met een zwaardere klank te horen, en vrijwel direct daarna valt [slachtoffer 1] tussen twee auto’s neer. Hij is in zijn hoofd geraakt en overlijdt later aan zijn verwondingen.
Wat weten we over de verdachte?
Op de camerabeelden van Club Rush is de verdachte duidelijk te zien. Hij is op die beelden door verschillende verbalisanten herkend. Daarnaast is er een getuige die gedetailleerd over de verdachte heeft verklaard, onder meer over zijn looproute en zijn kleding.
Op de camerabeelden van de Belastingdienst is te zien dat de verdachte zich na het vallen van de eerste schoten bij de trappen tegenover het Belastingkantoor bevindt. Daar wordt hem door een ander persoon een vuurwapen overgedragen. Vervolgens is te zien dat de verdachte met dit wapen in de richting van de hoek van de Kaya L.D. Gerharts loopt. Op die hoek lost hij om 2.54 uur in ieder geval één schot in de lucht. Daarna loopt de verdachte met het vuurwapen nog enige tijd over de Kaya L.D. Gerharts. De verdachte loopt vervolgens weer in de richting van de parkeerplaats Centrumgebied.
Het Gerecht vindt op basis van de camerabeelden en de herkenningen bewezen dat de verdachte ook tijdens de schietpartij nog aanwezig was in de buurt van Club Rush, en ook dat hij daar toen heeft geschoten.
Overwegingen over feit 2 – openlijk geweld
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het door de verdachte in de lucht schieten op de hoek van de Kaya L.D. Gerharts niet los kan worden gezien van het vuurwapengeweld van anderen die nacht. Volgens de officier van justitie maakt het schieten door de verschillende verdachten deel uit van één geweldsexplosie. Door die nacht te schieten, heeft de verdachte zich volgens de officier van justitie bij die geweldsexplosie aangesloten en daarmee deelgenomen aan het groepsgeweld.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor feit 2. Hij voert daartoe aan dat de verdachte geen deel heeft uitgemaakt van een groep en geen eigen gewelddadige handeling heeft verricht gericht tegen personen of goederen.
Wettelijk kader
In artikel 147 Sr BES is strafbaar gesteld het openlijk plegen van geweld met verenigde krachten. Deze strafbaarstelling ziet op het deelnemen aan groepsgeweld in de openbare ruimte. De strafwaardigheid van openlijk geweld zit in de aantasting van de openbare orde, niet in de aantasting van de lichamelijke integriteit van de individuele slachtoffers. Voor een bewezenverklaring is daarom minder van belang wie precies wat heeft gedaan, of wie precies bij wie hoorde. Het gaat om groepsaansprakelijkheid; heeft een verdachte deel uitgemaakt van de groep, en een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld, dan is de verdachte strafbaar. ‘De groep’, is daarbij een ruim begrip.
Het bestanddeel ‘met verenigde krachten’ valt uiteen in twee delen. Het onderdeel ‘verenigde’ ziet op het in vereniging plegen van het delict, en kan worden beoordeeld aan de hand van de rechtspraak op het gebied van medeplegen. Het woord ‘krachten’ ziet erop dat van de verdachte zelf ook “enige gewelddadige handeling is uitgegaan”. Dit betekent dat hier - anders dan in Europees Nederland, waar het woord krachten is komen te vervallen – niet alleen sprake moet zijn van een significante bijdrage aan het geweld door de verdachte, maar dat die bijdrage ook een gewelddadig karakter moet hebben gehad.
Eén uiting van geweld
Wat begint als een vechtpartij voor de ingang van Club Rush, ontwikkelt zich in een oogwenk tot een geweldsexplosie waarbij tientalen keren wordt geschoten. Deze geweldsexplosie dijt vervolgens uit naar de omliggende straten, waar door verschillende personen vanaf verschillende plekken eveneens wordt geschoten.
Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat de geweldshandelingen die in de nacht van 8 juni 2025 voor en in de omgeving van Club Rush plaatsvonden als één geheel, ofwel als één uiting van geweld moeten worden gezien. De eerste schoten zijn een directe reactie op de vechtpartij die voor Rush plaatsvindt, waarop weer een reactie van andere schoten volgt, waarop nog meer reacties van schoten volgen, tot op de hoek van het Belastingkantoor aan toe. Kennelijk lokte het gebruik van geweld op dat moment en op die plaats, met name het schieten met vuurwapens, nieuw geweld uit van weer andere personen, die ook een vuurwapen wilden gebruiken.
Bijdrage van de verdachte
De verdachte heeft een vuurwapen overgedragen gekregen en daarmee in de lucht geschoten. Door een vuurwapen ter hand te nemen en daarmee te schieten, heeft de verdachte zonder meer een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat op dat moment op de openbare weg werd gepleegd.
De omstandigheid dat de aan dit geweld deelnemende personen niet tot een vastomlijnde groep behoorden, doet aan die kwalificatie niet af. Door hun handelen binnen deze ene geweldsexplosie zijn zij naar het oordeel van het Gerecht onderdeel gaan uitmaken van één groep geweldplegers. De verschillende verdachten hebben zich, door een vuurwapen ter hand te nemen en die af te vuren, bij die groep aangesloten en aan het geweld bijgedragen.
BEWEZENVERKLARING
Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander voorhanden heeft gehad een vuurwapen en een hoeveelheid munitie, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.
Feit 2
hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire openlijk op de openbare weg, te weten de Kaya LD. Gerharts, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten een of meer aanwezige omstanders, bestaande dat geweld uit het dreigend in de lucht vasthouden en gericht houden van een vuurwapen en meermalen in de lucht schieten met een vuurwapen.
Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
BEWIJSMIDDELEN
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE
Het onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.
Het onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
OPLEGGING VAN STRAF
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft verzocht de op te leggen straf te matigen, en een deel voorwaardelijk op te leggen.
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft in de nacht van 8 juni 2025 door in de lucht te schieten bijgedragen aan het ongekende vuurwapengeweld van die nacht. Het is het Gerecht volstrekt onduidelijk waarom de verdachte die nacht, zonder enige aanwijsbare aanleiding, in de steeg bij het Belastingkantoor een wapen heeft gehaald en daarmee vervolgens schoten in de lucht heeft afgevuurd. Het lijkt erop dat de verdachte niets te maken had met het conflict dat zich voor Club Rush afspeelde en enkel uit baldadigheid of stoerdoenerij die nacht heeft geschoten.
De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens onder jongeren is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.
Persoonlijke omstandigheden
Naast de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn, houdt het Gerecht ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de strafkaart van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Het Gerecht rekent het de verdachte aan dat hij, enkele maanden nadat hij was veroordeeld voor het bezit van een wapen, zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een feit waarbij een wapen is gebruikt.
Rapportages
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de rapportages van psycholoog [psycholoog] en psychiater [psychiater] van 23 januari 2025.
Zowel de psycholoog als de psychiater stellen vast dat de verdachte eerder is gediagnosticeerd met ADHD en dat hij een IQ van 79 heeft. Zijn IQ in combinatie met de hoeveelheid steun die de verdachte nodig heeft om te functioneren kan wijzen op een licht verstandelijke beperking. Beide deskundigen beschrijven dat de moeder van de verdachte een positieve invloed op hem heeft en dat de verdachte goed gedijt onder een gestructureerd leven.
Het recidiverisico kon door de ontkennende houding van de verdachte niet goed worden onderzocht. Beide deskundigen beschrijven wel de impulsiviteit van de verdachte en het daarmee gepaard gaande recidiverisico. De adviezen van de deskundigen komen neer op grotendeels of volledige toerekenbaarheid. Het Gerecht neemt de conclusies van de deskundigen daaromtrent in zoverre over dat het uitgaat van volledige toerekenbaarheid.
Toepassing jeugdstrafrecht?
Zowel de psycholoog als de psychiater hebben geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen. De raadsman heeft bepleit de adviezen van de psycholoog en psychiater te volgen en de verdachte met toepassing van artikel 79c van het Wetboek van Strafrecht BES te veroordelen conform het jeugdstrafrecht.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte volgens het volwassenenstrafrecht zal worden veroordeeld. Hij voert daartoe aan dat de verdachte ten tijde van het begaan van de feiten meerderjarig was en dat er contra-indicaties bestaan voor toepassing van het adolescentenstrafrecht.
De verdachte was 20 jaar oud ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. Dit betekent dat in beginsel het volwassenenstrafrecht van toepassing is. Het Gerecht kan op grond van artikel 79c van het Wetboek van Strafrecht BES recht doen overeenkomstig het jeugdstrafrecht, maar enkel wanneer het Gerecht daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.
Hoewel zowel de psycholoog als de psychiater hebben geadviseerd tot toepassing van het jeugdstrafrecht, zal het Gerecht die adviezen niet volgen. De adviezen zijn naar het oordeel van het Gerecht op dit punt onvoldoende overtuigend onderbouwd. De psychiater stelt dat toepassing van het jeugdstrafrecht “overwogen kan worden” gezien de lage intelligentie en de daarmee gepaard gaande langzamere cognitieve ontwikkeling. Ook de psycholoog vindt toepassen van het jeugdrecht “het overwegen waard”, maar wijst ook op het feit dat de praktische voordelen niet groot zijn. Het Gerecht overweegt dat het cognitieve niveau iets is wat de verdachte nu eenmaal heeft, en waar hij zijn leven lang mee te maken zal hebben. Voor zijn detentie had de verdachte een vaste baan en een relatie, wat wijst op een zekere mate van zelfredzaamheid. De persoonlijkheid van de verdachte geeft dus niet zonder meer aanleiding het jeugdrecht toe te passen.
Ook in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan ziet het Gerecht onvoldoende aanwijzingen voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De verdachte is enkele maanden nadat hij was veroordeeld voor wapenbezit gaan schieten midden in een druk uitgaansgebied. Hij is het vuurwapen daarvoor zelf (alleen) gaan halen en heeft het na het schieten ook zelf weer teruggebracht. Dit duidt op een doelbewust en zelfstandig handelen en niet op meelopersgedrag.
De verdachte verblijft bovendien al langere tijd in voorlopige hechtenis op de volwassenenafdeling, en doet het daar goed. Volgens de deskundigen heeft hij baat bij de structuur die dat detentieregime hem biedt. Het lijkt weinig meerwaarde te hebben hem nu nog, voor het restant van de straf, op de jeugdafdeling te plaatsen.
De psycholoog stelt dat het recidiverisico voldoende kan worden beperkt door behandeling. Het re-integratieproces zoals dat op dit moment binnen de JICN wordt uitgevoerd, is volgens de psycholoog gunstig voor de verdachte. Ook na detentie kan het recidiverisico verder worden beperkt door begeleiding van de reclassering en behandeling van MHC.
Al met al ziet het Gerecht onvoldoende aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen, noch in de persoon van de verdachte, noch in de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd.
Hoogte van de straf
Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof, en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor de openlijke geweldpleging in deze zaak gaat het Gerecht uit van een gevangenisstraf van 3 jaar. Voor vuurwapenbezit op straat, tijdens een evenement, is de gebruikelijke straf bij recidive 24 maanden. In dit geval zit er echter samenloop tussen het vuurwapenbezit en het openlijk geweld.
Het Gerecht is, na dit alles te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
De zwarte iPhone in witte hoes (IBN-code [IBN-code]) behoort toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten.
DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[benadeelde partij 3], tot een bedrag van USD 11.789,50;
-
[benadeelde partij 2], tot een bedrag van USD 1.035,00; en
-
[benadeelde partij 1], tot een bedrag van USD 3.000,00.
[benadeelde partij 3] is de moeder van de overleden [slachtoffer 1]. Haar vordering ziet op vergoeding van de kosten van de begrafenis van [slachtoffer 1], en daarnaast USD 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding.
De vordering van [benadeelde partij 2] heeft betrekking op een Kia Rio die die nacht geparkeerd stond op de Kaya Prinses Marie, schuin tegenover Club Rush. De vordering ziet enerzijds op reparatiekosten voor de auto, en anderzijds op omzetderving door het mislopen van huurinkomsten.
De vordering van [benadeelde partij 1] betreft materiële schade aan zijn Chevrolet Spark. Hij stelt dat als gevolg van de schietpartij van 8 juni 2025 de auto total loss is geraakt. Hij begroot de schade op USD 3.000,00. De benadeelde partij heeft de vordering en de hoogte van het gevorderde bedrag niet nader onderbouwd.
Standpunten
De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële begrafeniskosten, en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. Hij voert daartoe aan dat er voor toewijzing van vergoeding van affectieschade op de BES-eilanden nog geen wettelijke grondslag bestaat en dat de gestelde schokschade onvoldoende is onderbouwd.
De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 1] gevorderd dat deze hoofdelijk toe te wijzen. Uit het dossier volgt dat de auto minstens 11 schotbeschadigingen heeft, daarom is verdere onderbouwing van de vordering niet nodig.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] heeft de officier van justitie gevorderd deze hoofdelijk toe te wijzen voor zover deze ziet op de materiële reparatiekosten en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsman heeft ten aanzien van de vorderingen geen verweer gevoerd.
Oordeel van het Gerecht
Ad 1. Vordering van mevrouw [benadeelde partij 3]
Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de dood van haar zoon [benadeelde partij 3] en de overige nabestaanden veel leed heeft berokkend. Het gewelddadig overlijden van een zeer jong familielid brengt een diep verdriet en een groot gemis met zich mee. Dat leed staat voor het Gerecht niet ter discussie
Maar voor toewijzing van de vordering is vereist dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, en dat de verdachte daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk is. Die civielrechtelijke aansprakelijkheid kan het Gerecht in deze zaak niet vaststellen. Het is immers niet duidelijk geworden wie verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer 1].
Het Gerecht heeft overwogen of de vordering (deels) toch zou kunnen worden toegewezen, bijvoorbeeld op grond van groepsaansprakelijkheid. De verdachte en de medeverdachten worden allen veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld. Het is in dit geweld dat [slachtoffer 1] is omgekomen. Een bewezenverklaring van openlijk geweld is echter niet voldoende voor het aannemen van gedragingen in groepsverband in de zin van artikel 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES. Zij brengt niet zonder meer mee dat de verdachte ook civielrechtelijk in groepsverband heeft gehandeld, zodat de schade aan alle verdachten hoofdelijk kan worden toegerekend.
Nu niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 2. De vordering van [benadeelde partij 2]
Voor de vordering van [benadeelde partij 2] geldt hetzelfde. Nog los van het feit dat de omzetderving niet is onderbouwd, geldt ook hier dat het Gerecht niet kan vaststellen wie op de Kia Rio heeft geschoten. Groepsaansprakelijkheid in civielrechtelijke zin kan ook hier niet zonder meer worden aangenomen.
Nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte individueel, of in groepsverband, civielrechtelijk aansprakelijk is voor de geleden schade zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ad 3. Vordering van [benadeelde partij 1]
Uit het dossier blijkt voldoende dat de auto aanzienlijke schade heeft opgelopen. Zo blijkt uit forensisch onderzoek dat op de auto elf schotbeschadigingen zijn aangetroffen. Zowel de vordering als het dossier bevatten echter geen nadere informatie aan de hand waarvan de omvang van de geleden schade kan worden vastgesteld. Het Gerecht kan daarom de hoogte van de schade niet bepalen.
De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 38b, 38d, 38f en 57 van het Wetboek van Strafrecht BES zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
gelast de teruggave van een iPhone in witte hoes (IBN-code [IBN-code]) aan de verdachte;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.