Civiel recht overig
Bodemzaak. tussenvonnis. Benoeming deskundige. Aannemingsovereenkomst. Vraag of sprake is van gebreken.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 9 maart 2026
ECLI:NL:OGEAC:2026:154 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 9 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-ogeac-2026-154
Zaakgegevens
Op 9 maart 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 9 maart 2026
- Datum publicatie
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- CUR202404814
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2026:154
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bodemzaak. tussenvonnis. Benoeming deskundige. Aannemingsovereenkomst. Vraag of sprake is van gebreken.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202404814
Vonnis d.d. 9 maart 2026
In de zaak van
1 [eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonend in [woonplaats],
eisers in conventie, gedaagden in reconventie,
gemachtigde: mr. J.K. Althoff,
tegen
de naamloze vennootschap
RIALSE INSTALLATIES N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. A.C. Small.
Partijen worden hierna [eiser 1], [eiser 2] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [eisers]) en Rialse genoemd.
1 Het verdere procesverloop
in conventie en in reconventie
Het verdere procesverloop blijkt uit:
-
het vonnis van 14 november 2025 (hierna: het tussenvonnis);
-
de onderscheiden akten na tussenvonnis van partijen van 2 februari 2026.
Vonnis is daarna bepaald op heden.
2 De verdere beoordeling
in conventie
Partijen zijn bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.
de deskundige
Partijen zijn het eens om als deskundige te benoemen Ir. K. Raymann, verbonden aan Atelier Lobo & Raymann. De deskundige is bereid zijn benoeming te aanvaarden. Het gerecht zal dan ook Ir. Raymann benoemen tot deskundige.
de aan de deskundige te stellen vragen
In het tussenvonnis (onder 4.11.) heeft het gerecht een aantal conceptvragen voor de deskundige opgenomen. [eisers] heeft te kennen gegeven zich in de door het gerecht geformuleerde vragen te kunnen vinden. Rialse op haar beurt heeft verzocht de voorgestelde vragen aan te vullen met 26 vragen.
De door Rialse voorgestelde vragen onder 1 tot en met 8, 12, 13, 18 en 24 zien alle op een geschilpunt, waarover het gerecht in het tussenvonnis onder 4.5. en 4.6. een bindende eindbeslissing heeft gegeven. Gesteld noch gebleken is dat zich gronden voordoen die aanleiding geven tot heroverweging van die beslissing. Overigens betreffen deze vragen een door de rechter te nemen juridische beslissing. Het gerecht neemt deze vragen dan ook niet over.
De door Rialse voorgestelde vragen onder 19 en 25 zien op de door [eisers] overgelegde rapporten van PNB als partij-deskundige. Gelet op hetgeen het gerecht in het tussenvonnis onder 4.12. e.v. heeft overwogen, zijn deze vragen achterhaald. Reeds daarom neemt het gerecht ook deze vragen niet over.
De door Rialse voorgestelde vragen onder 9 tot en met 11, 14 tot en met 17, 20 en 26 liggen in het verlengde van de conceptvragen van het gerecht. Het gerecht ziet geen aanleiding om deze vragen aanvullend op te nemen. Rialse kan desgewenst tijdens het deskundigenonderzoek, in aanwezigheid van [eisers], haar visie op de aan deze vragen rakende problematiek nader toelichten. Daarbij heeft nog het volgende te gelden. De deskundige krijgt ten behoeve van zijn onderzoek de beschikking over het procesdossier, waarvan ook de akte van Rialse deel uitmaakt. Het gerecht gaat er dan ook vanuit dat de deskundige, indien hij dat voor zijn onderzoek relevant acht, alsnog op één of meer van deze vragen zal ingaan in zijn rapport. Bovendien krijgen partijen eerst een conceptrapport toegezonden en kunnen zij daar nog op reageren alvorens het definitieve rapport wordt afgerond.
De voorgestelde vragen onder 21 tot en met 23 worden als suggestief, niet relevant dan wel juridisch, niet overgenomen.
Het gerecht zal dan ook aan de deskundige de volgende vragen voorleggen:
1. Kunt u door middel van een onderzoek ter plaatse te kennen geven of sprake is van de in het rapport van PNB van 10 oktober 2024 vermelde gebreken in de door Rialse uitgevoerde werkzaamheden?
2. U wordt verzocht om bij elk gesteld gebrek te kennen te geven of Rialse de desbetreffende werkzaamheden heeft uitgevoerd conform de bouw- en constructietekeningen en of de desbetreffende werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van goed en deugdelijk werk.
3. Als sprake is van ondeugdelijk werk, waaraan is dat te wijten?
4. Als het ondeugdelijk werk het gevolg is van een ontwerpfout, had Rialse daar naar uw mening voor moeten waarschuwen en is daarbij nog relevant dat [eiser 1] ook de rol bouwopzichter op zich genomen had?
5. Als sprake is van een tekortkoming of van gebreken, op welk bedrag begroot u de herstelkosten? U wordt verzocht om de herstelkosten, indien van toepassing, per gebrek te specificeren.
6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan het gerecht volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
Zoals in het tussenvonnis is overwogen, zal het voorschot voor de kosten van het onderzoek van de deskundige over partijen gelijkelijk verdeeld worden, en zullen partijen daarom ieder de helft van het voorschot moeten betalen.
Beslist zal worden als hierna in het dictum omschreven. De verdere procedure zal er als volgt uitzien:
- partijen dienen gezamenlijk een kopie van het complete procesdossier ter beschikking te stellen aan de deskundige, inclusief de overgelegde producties;
- partijen dienen te zorgen voor tijdige betaling van het voorschot, op de hierna aan te geven wijze;
- partijen hebben de gelegenheid om op de conceptrapportages van de deskundigen opmerkingen te maken en eventueel vragen tot verduidelijking te stellen;
- nadat de deskundigenrapportages definitief zijn en zijn ingediend bij het gerecht, hebben partijen de gelegenheid om een conclusie na deskundigenbericht te nemen. Daarna komt de zaak opnieuw voor vonnis.
Het gerecht wijst erop dat partijen op grond van artikel 174b lid 3 Rv verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het gerecht zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan het gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die het geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
3 De beslissing
Het gerecht:
in conventie
beveelt een onderzoek door deskundige;
benoemt tot deskundige:
Ir. K. Raymann, verbonden aan Atelier Lobo & Raymann
[contactgegevens deskundige]
draagt de deskundige op antwoord te geven op de vragen zoals vermeld onder 2.8. van dit vonnis;
het onderzoek
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
- binnen drie weken na de datum van deze beslissing dient door de deskundige een begroting van de kosten op te worden geven aan de griffie van het gerecht, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij het gerecht bezwaar maken tegen de begroting,
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;
bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot dienen over te maken op het bankrekeningnummer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Emancipatie Boulevard, Dominico “Don” Martina 18 Curaçao, Willemstad:
ANG: Banco di Caribe [a]
USD: Banco di Caribe [b]
EUR: Banco di Caribe [c]
BIC/Swift code: [swift code]
onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport zaak CUR202404814" en binnen vier weken na de datum van dit vonnis in het geval niet binnen twee weken bezwaar is gemaakt tegen de begroting van de deskundige, dan wel ingeval van tijdig bezwaar binnen vier weken na de vaststelling van de begroting bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
bepaalt dat partijen het procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas na de betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de rechter, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als daarom wordt verzocht, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na de kennisgeving van de griffie dat het voorschot is betaald een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;
bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 9 maart 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.