Strafrecht overig
Vrijspraak afpersing in vereniging. Bewezenverklaard diefstal met geweld gepleegd op de openbare weg…
ECLI:NL:GHAMS:1995:4 · Gerechtshof Amsterdam · 26 mei 1995
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-1995-4
Zaakgegevens
Op 26 mei 1995 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 mei 1995
- Datum publicatie
- 25 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000207-95
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:1995:4
Samenvatting
Vrijspraak afpersing in vereniging. Bewezenverklaard diefstal met geweld gepleegd op de openbare weg. Gevangenisstraf 9 maanden met aftrek voorarrest. TBS met dwangverpleging. Tenuitvoerlegging 4 maanden gevangenisstraf.
Uitspraak
Inhoudsopgave
arrestnummer rolnummer 23-000207-95
datum uitspraak 26 mei 1995 tegenspraak
UITTREKSEL
Arrest van het Gerechtshof te Amsterdam
gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 4 januari 1995 in de strafzaak onder parketnummer 13/013544-94 en tenuitvoerlegging van de strafzaak onder parketnummer 13/029918-92 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1969, wonende te [adres 1] ,
thans gedetineerd in huis van bewaring [detentieadres] .
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 december 1994 en op de terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 1995.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen.
postbus [nummer 1]
. --·· -·-·
[afbeelding niet beschikbaar]postcode [nummer 2]
dubbel,
Sector Parketnr Volgnr
Aan:
1B
13/013544-94
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren op: [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) wonende te: [woonplaats]
verblijvende: [detentieadres] adres: [adres 2]
Hierbij dagvaard ik u om als verdachte te verschiJnen op maandag 15 augustus 1994, te 13.45 uur, ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, Parnassusweg 222, Toren A,
teneinde terecht te staan terzake van hetgeen hieronder ts omschreven.
Ik verwijs naar de mededelingen onder 1,3,5,6,8,9 en 10 op de achterzijde van dit blad.
Een door u ingediend bezwaarschrift zal worden behandeld op de datum en tiJd als vermeld in deze dagvaarding. In geval van afwiJztng zal de rechter direct kunnen overgaan tot behandeling van de zaak.
(De
officier van Justitie,
Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
1.
[afbeelding niet beschikbaar]hij op of omstreeks 08 mei 1994 te Amsterdam op de Zeedijk, in elk geval op een openbare weg, met het oogmerk van wederrechteliJke toeëigening heeft weggenomen een (heup)tas (met daarin o.a. een portemonnee en/of een paspoort en/of een of meer Nederlandse en/of Duitse geldbedragen en/of sleutels en/of een credit-card) en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/ of vergezeld en/ of gevolgd van.geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met·het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en·/ of gemakkelijk te maken en/ of orn bij betrapping op heterdaad aan zichzelf-de vlucht mogeliJk te maken, en/ of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en·/ of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, opzettelijk gewelddadig en/of dreigend voor die [slachtoffer 1] is gaan staan en/of een arm van die [slachtoffer 1] heeft vastgegrepen en/of een of meer. zakken
• van die [slachtoffer 1] heeft afgetast en/of Aan die· [slachtoffer 1] heeft gevraagd of hij een horloge had en/of die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden: ..l have a gun", althans een of meer woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 1] een of meermalen in zijn gezicht heeft geslagen en/of de
Afschrift aan raadsman
Zie blad
Wl/221�(
[afbeelding niet beschikbaar]. postbus [nummer 1] postcode [nummer 2]
dubbel,
Sector Parketnr Volgnr
[afbeelding niet beschikbaar] 1B
13/013544-94
• [ Blad 2_
(heup)tas van die [slachtoffer 1] heeft vastgegrepen en/of (met kracht) los getrokken en/of een of meermalen die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Don't go police or I will kill you", althans woorden van een dergeliJke dreigende aard en/of strekking ;
Subsidiair:
hij op of omstreeks 08 mei 1994 te Am.�terdam. in elk geval in Nederland, een portemonnaie (met inhoud) heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden kriJgen wist dat het (een) door diefstal in elk geval (een) door misdriJf verk1·egen goed(eren) betrof;
2.
hij op of omstreeks 28 april 1994 te Amsterdam (in perceel [adres 3] alwaar gevestigd reisburo [bedrijf] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of l_een_l ander(en.l wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van Fl.9000,- in elk geval een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorenrle aan de firma [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,verdachte, en/of zijn mededader genoemd reisburo is/zijn binnengegaan en/of op die [slachtoffer 2] is/zijn toegelopen en/of hij,verdachte en/of zijn mededader ieder voor zich een schietwapen in elk geval een op een schietwapen gelijkend voorwerp ter hand heeft/hebben genomen en/of een schietwapen in elk geval een op een schietwapen gelijkend voorwerp onder het bureau door op die [slachtoffer 2] gericht heeft/hebben gehouden en/of dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd:"geef mij het wisselgeld en het geld uit het reisbureau",in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking
en deelt tevens mede dat hij voornemens is onmiddelliJk na voordracht der zaak schorsing van het onderzoek ter terechtzitting te vorderen (tot) maximaal
[afbeelding niet beschikbaar]drie maanden;
Afschrift aan raadsman
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
De bewijslevering
Naar oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd, met dien verstande dat (zie bijlage).
Hetgeen meer of anders onder 1 primair is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
De bewijsmiddelen
( ... )
De strafbaarheid van het feit
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de straf-baarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit straf-baar is.
Het bewezenverklaarde levert het volgende misdrijf op: diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.
De strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
De op te leggen straf en maatregel
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan straatroof die gepaard ging met geweld en bedreiging met geweld. Van algemene bekendheid is dat zulke delicten voor het slachtoffer traumatische gevolgen kunnen hebben. Voorts versterkt dit gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.
De verdachte is reeds vele malen voor geweldsdelicten veroor-deeld. Gelet op voormelde omstandigheden en in aanmerking genomen hetgeen in het navolgende wordt geconcludeerd met betrekking tot de toerekenbaarheid van de verdachte, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden passend en geboden.
Door het Pieter Baan Centrum, de psychiatrische observatie-kliniek van het gevangeniswezen, is een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte. In het rapport van 14 december 1994 overwegen [deskundige 1] , psycholoog, en [deskundige 2] , psychiater, dat bij de verdachte, in psychiatri-sche termen, sprake is van ernstige gedragsstoornissen met anti-sociale en borderline trekken. De meest in het oog springende symptomen zijn de gestoorde agressieregulatie, zijn onvermogen om wezenlijke relaties te onderhouden, zijn basale wantrouwen jegens andere mensen, de tekortschietende regulatiemechanismen, voor zover het betreft (primitieve) driften, en de lacunaire gewetensfunctie. Schuldgevoel en gewetensangst ontbreken, er is eerder sprake van triomferen met ontoelaatbaar gedrag.
De verdachte heeft een slecht geïntegreerd concept van zichzelf en van anderen, gebruikt primitieve afweermechanismen (die normaal door een kleuter gebruikt worden) en er bestaat een onvermogen om realistische eigen affecte gedragingen en gedachten te evalueren en eventueel te corrigeren op grond van observaties en cognitieve processen. Hierdoor schiet de 11reality-testing11 vaak te kort en wordt het denken overheerst door irreële grootheidsgedachten en paranoïde denkbeelden.
Deze borderline persoonlijkheidsstructuur heeft zijn wortels in de ernstige pedagogische en affectieve verwaarlozing die de verdachte heeft doorgemaakt. Van kind af aan is er sprake van een chronisch agressief gedragspatroon waarbij steeds opnieuw
fysiek geweld tegen anderen werd gebruikt.
Vanaf zijn dertiende levensjaar is de levensloop van de verdachte een aaneenschakeling van detenties. De verdachte is als het ware continu op zoek naar veilige grenzen. Met andere woorden, bij gebrek aan innerlijke structuur, naar een externe structuur die hem wordt opgelegd. Zonder deze structuur valt de verdachte ten prooi aan zijn driften en innerlijke chaos in denken, voelen en handelen. Bij voldoende structuur is de verdachte wel in staat zich enige tijd "goed" te gedragen, echter dit doet aan de problematiek niets af. Ook tijdens perioden van detentie maken "basic mistrust", zijn geringe frustratietolerantie en zijn prikkelgevoeligheid dat het tot frequente en onredelijke woede-uitbarstingen komt. Zijn gedrag gaat gepaard met een zeer impulsief, onbesuisd en roekeloos gedrag.
Op grond van het bovenstaande zijn de deskundigen van oordeel dat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde de ongeoorloofdheid daarvan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid -overeenkomstig een dergelijk besef- te bepalen.
Het hof komt op grond van bovengenoemd rapport, alsmede op basis van het onderzoek ter terechtzitting, tot de conclusie dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de te laste gelegde feiten sprake was van een zodanige gebrekkige ontwik-keling van zijn geestvermogens, dat het bewezen verklaarde de verdachte slechts·,in sterk verminderde mate kan worden toegerekend.
Het onderzoeksteam van het Pieter Baan Centrum is op grond van bovenvermelde gegevens, in samenhang met de vele gewelddadige uitlatingen van de verdachte, van mening dat de verdachte een reëel gevaar oplevert voor anderen. Het team adviseert om die reden de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen.
Het hof is van oordeel dat dit advies gevolgd moet worden, nu op het door de verdachte begane misdrijf naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier of meer jaren is gesteld, en de algemene veiligheid van personen de oplegging van ter beschikking stelling eist.
De algemene veiligheid van personen eist bovendien dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd.
De vordering tot tenuitvoerlegging
Bij onherroepelijk geworden vonnis van 8 april 1993 van de arrondissementsrechtbank te Amster,dam, parketnummer 13/029918.92, is de verdachte veroordeeld tot acht maanden
gevangenisstraf met aftrek, waarvan vier maanden voorwaarde-lijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 12 mei 1993 en was ten tijde van het thans bewezen verklaarde feit nog niet geëindigd.
De officier van justitie heeft op 25 mei 1994 gevorderd de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uit-voer te leggen.
Nu de verdachte zich niet heeft gehouden aan de gestelde voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd niet schuldig zou maken aan een strafbaar feit, vindt het hof redenen alsnog tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenis-straf van vier maanden te gelasten.
De toepasselijke wettelijke voorschriften
De opgelegde straf en maatregel en de beslissing tot tenuit-voerlegging zijn gegrond op de artikelen 14g, 37a, 37b, 63,
310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
De beslissing
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit, zoals hierboven omschreven, heeft begaan;
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders onder 1 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart dat het bewezen verklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van NEGEN MAANDEN;
bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuit-voerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld, en van overheidswege zal worden verpleegd;
gelast tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 26 maart 1991, parketnummer 13/029918.92, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de tijd van VIER MAANDEN.
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Dit arrest is gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs Rutten-Roos, Van Schendel en Abbink, in tegenwoordigheid van mr Van Willigen als griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 mei 1995.