Strafrecht overig
Vrijgesproken van poging doodslag/moord (schieten met vuurwapen). Verklaring van aangever kan niet voor…
ECLI:NL:GHAMS:2007:BX5611 · Gerechtshof Amsterdam · 6 april 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2007-bx5611
Zaakgegevens
Op 6 april 2007 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 april 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 23-000670-06
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2007:BX5611
Samenvatting
Vrijgesproken van poging doodslag/moord (schieten met vuurwapen). Verklaring van aangever kan niet voor bewijs worden gebruikt. Ook is verdachte niet herkend als schutter door getuigen tijdens een meervoudige simultane fotoconfrontatie en ook niet door een van die getuigen ter terechtzitting van het hof.
Uitspraak
Over arrestnummer:
parketnummer: 23-000670-06
datum uitspraak: 6 april 2007
TEGENSPRAAK
ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 26 januari 2006 in de strafzaak onder parketnummer 13-447479-05 van het openbaar ministerie
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum },
wonende [woonplaats],
thans uit anderen hoofde gedetineerd.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 28 november 2005, 15 december 2005 en 12 januari 2006 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 29 november 2006, 7 maart 2007 en 23 maart 2007.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 15 december 2005 en 12 januari 2006 op vordering van de officier van justitie en de op de terechtzitting in hoger beroep van 7 maart 2007 op vordering van de advocaat-generaal toegestane wijzigingen tenlastelegging. Van die dagvaarding en vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan - voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen - niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt daartoe als volgt.
Op 20 mei 2005 heeft [aangever] aangifte gedaan ter zake van poging doodslag/moord. Hij heeft verklaard dat hij verdachte – een magere jongen met een bril – en de jongen met het lange haar op 28 mei 2005 omstreeks 02.00 uur uit een Volkswagen Polo zag stappen, dat zij aan de overkant van het café, waar hij, aangever, zich bevond in een klein straatje gingen staan, dat de jongen met de bril een vuurwapen achter zijn rug vandaan haalde, dat hij het pistool doorlaadde en dat hij 4 of 5 keer met het pistool in zijn, aangevers, richting schoot. Op woensdag 8 juni 2005 heeft hij verdachte middels een spiegelconfrontatie herkend als zijnde de persoon die op hem heeft geschoten.
Vaststaat dat de verdediging - ondanks inspanningen van het openbaar ministerie daartoe - niet in de gelegenheid is geweest om [aangever] te ondervragen. Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat in dat geval niet in de weg aan het gebruik tot het bewijs van de verklaring van [aangever], mits de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen én dit steunbewijs betrekking heeft op het onderdeel van de belastende verklaring dat de verdachte betwist.
In het dossier bevinden zich voor de betrokkenheid van verdachte aan het tenlastegelegde geen andere bewijsmiddelen dan de door de getuigen opgegeven omschrijving van de schutter als zijnde een magere, brildragende Marokkaan. Dit signalement is evenwel zodanig algemeen dat niet valt uit te sluiten dat het een andere persoon dan verdachte betrof. Daarbij komt nog dat de verdachte niet is herkend als schutter door de getuigen [getuigen 1] en [getuige 2] tijdens een meervoudige simultane fotoconfrontatie, noch door de getuige [getuige 2] ter terechtzitting van het hof.
Nu zich in het dossier geen steunbewijs bevindt dat betrekking heeft op het onderdeel dat verdachte betwist, namelijk dat hij de schutter is, kan de verklaring van [aangever] niet voor het bewijs worden gebruikt.
Beslissing
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.
Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de 2e meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.H.A. Scholten, mr. N.A. Schimmel en mr. H.P. Wooldrik, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 april 2007.
Mr. Wooldrik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.