Strafrecht overig

Rijden onder invloed en met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 8.2.a en 9.2 WVW 1994. Dat verdachte wist dat…

Zaakgegevens

Op 27 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 januari 2021
Datum publicatie
3 februari 2021
Zaaknummer
23-001113-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:261
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Rijden onder invloed en met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 8.2.a en 9.2 WVW 1994. Dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard volgt uit CBR register en zijn eigen ongeloofwaardige verklaring dat zijn rijbewijs 'weer' geldig was.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 27 januari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2021:261

  2. Conclusie A-G · 8 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:118
  3. Hoge Raad · 29 maart 2022

    ECLI:NL:HR:2022:457
  4. Hoge Raad · 29 maart 2022

    ECLI:NL:HR:2022:470

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-128327-18

parketnummer hoger beroep : 23-001113-20

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 januari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 mei 2019 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (620 microgram).

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegd
feit 1:
op 24 april 2018 te IJmuiden, gemeente Velsen;


feit 2:
op 24 april 2018 te IJmuiden, gemeente Velsen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 10 (tien) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Gewezen door mr. P.C. Kortenhorst, in bijzijn van mr. E.J. de Vries en mr. R.L. Vermeulen, griffiers.

mr. P.C. Kortenhorst