Strafrecht overig
Bevestiging met dien verstande
ECLI:NL:GHAMS:2021:4335 · Gerechtshof Amsterdam · 20 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-4335
Zaakgegevens
Op 20 juli 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 juli 2021
- Datum publicatie
- 18 februari 2022
- Zaaknummer
- 23-002801-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4335
Samenvatting
Bevestiging met dien verstande
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002801-20
datum uitspraak: 20 juli 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 25 november 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-198124-20 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
thans gedetineerd in PI Achterhoek, [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof
-
de zevende regel (‘De rechtbank stelt verder vast…’) tot en met de dertiende regel (‘…inlogcode van zijn telefoon te geven aan de politie’) van de derde alinea onder het kopje ‘3.3.2. Bewijsoverweging’ schrapt, omdat het hof deze niet redengevend acht voor de bewezenverklaring. Dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep wel de volledige naam en een deel van de postcode van ‘een vriend genaamd Wiebe’ heeft genoemd, maakt dat niet anders aangezien dat naar het oordeel van het hof voor de bewezenverklaring niet relevant is;
-
mede gelet op het voorgaande niet toekomt aan de beoordeling van het door de raadsman ter terechtzitting gedane verzoek om – indien het hof de verklaring van de verdachte met betrekking tot [getuige] ongeloofwaardig acht – die [getuige] als getuige te horen, omdat de voorwaarde niet is vervuld. Ook overigens is het verzochte verhoor niet van belang voor enige door het hof te nemen beslissing, zodat de noodzaak tot het horen van de getuige niet gebleken;
-
de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2021.
mr. V.M.A. Sinnige is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]