Strafrecht overig
Officier van justitie niet-ontvankelijk in hoger beroep, nu aan de eisen van betekening van de aanzegging…
ECLI:NL:GHAMS:2022:3052 · Gerechtshof Amsterdam · 13 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-3052
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2022
- Datum publicatie
- 28 oktober 2022
- Zaaknummer
- 23-002217-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3052
Samenvatting
Officier van justitie niet-ontvankelijk in hoger beroep, nu aan de eisen van betekening van de aanzegging niet is voldaan.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002217-21
datum uitspraak: 13 oktober 2022
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 96-308628-20 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1999,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 21 juli 2021 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding is aan een medewerker van het openbaar ministerie betekend op 5 juli 2021. De verdachte is vervolgens op 21 juli 2021 bij verstek veroordeeld.
Het openbaar ministerie heeft op 4 augustus 2021 hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Uit het dossier blijkt niet dat is voldaan aan de eisen van artikel 409 van het Wetboek van Strafvordering betreffende de betekening van het hoger beroep aan de verdachte. Derhalve is het hof van oordeel dat de officier van justitie tot het moment waarop wel aan die eisen is voldaan niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. N. van der Wijngaart en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van
mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 oktober 2022.
De voorzitter en de oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.