Strafrecht overig
Hoger beroep te laat ingesteld
ECLI:NL:GHAMS:2023:3773 · Gerechtshof Amsterdam · 4 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2023-3773
Zaakgegevens
Op 4 juli 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 juli 2023
- Datum publicatie
- 19 december 2024
- Zaaknummer
- 23-003267-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3773
Samenvatting
Hoger beroep te laat ingesteld
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 4 juli 2023deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2023:3773
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 oktober 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1018
Uitspraak
Inhoudsopgave
arrest
[afbeelding niet beschikbaar]GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht parketnummer: 23-003267-22
datum uitspraak: 4 juli 2023 TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13- 659113-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
adres: [adres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juli 2023.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat
de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep, en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg heeft op I mei 2019 in aanwezigheid van de verdachte en diens raadsvrouw plaatsgevonden, waarna op 15 mei 2019 vonnis is gewezen.
Bij die stand van zaken had de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering binnen veertien dagen na 15 mei 2019 in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft op 26 oktober 2022, en dus te laat, hoger beroep ingesteld. Niet blijkt van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden op grond waarvan de overschrijding van de termijn verschoonbaar kan worden geacht. Dat de verdachte na het verstrijken van de beroepstermijn wilde terugkomen op zijn eerder in overleg met zijn raadsvrouw genomen beslissing om geen hoger beroep in te stellen, kan niet als een dergelijke omstandigheid worden aangemerkt.
Gelet op het bovenstaande dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Parketnummer: 23-003267-22 2
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. R.D. van Heffen en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van J.N. Balentina, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 juli 2023.