Strafrecht overig
Verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Overeengekomen schikking.
ECLI:NL:GHAMS:2026:1635 · Gerechtshof Amsterdam · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1635
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- 23-000573-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1635
Samenvatting
Verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Overeengekomen schikking.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 24 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:749Gerechtshof Amsterdam · 18 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:1635
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000573-21
datum uitspraak: 4 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-171398-20 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 juni 2026.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Ontvankelijkheid van de verdachte en de officier van justitie in het hoger beroep
Het hof heeft kennisgenomen van een tussen de verdachte en de officier van justitie gesloten schikking ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 22 januari 2025.
De advocaat-generaal heeft bevestigd dat de verdachte de overeengekomen schikking is nagekomen door betaling van € 1.300.000,-. Onderdeel van de schikking is dat beide partijen het door hen ingestelde hoger beroep in de onderhavige strafzaak zullen intrekken.
De verdachte en zijn raadsvrouw hebben de schikking ter terechtzitting bevestigd. Achtergrond van de overeengekomen schikking is volgens de raadsvrouw dat de verdachte afstand heeft genomen van zijn criminele verleden, een nieuwe start wil maken zonder hernieuwde detentie en de zaak als afgedaan wil kunnen beschouwen. De verdachte wenst op grond van de schikking niet-ontvankelijk te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat zowel de verdachte als de officier van justitie niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in het hoger beroep, gelet op hetgeen ten aanzien van de strafzaak is overeengekomen in de schikking met betrekking tot een ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte.
Gehoord de verdediging en de advocaat-generaal en nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zullen de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, overeenkomstig het bepaalde in artikel 416 Sv.
BESLISSING
Het hof verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juni 2026.