Strafrecht overig
Bevestiging met dien verstande dat het hof het tweede bewijsmiddel schrapt en dat het artikel 63 Sr toevoegt…
Gerechtshof Amsterdam, 5 oktober 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:3022 · Gerechtshof Amsterdam · 5 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-3022
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2026
- Datum publicatie
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- 23-000905-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:3022
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bevestiging met dien verstande dat het hof het tweede bewijsmiddel schrapt en dat het artikel 63 Sr toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:3616Gerechtshof Amsterdam · 5 oktober 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:3022
Overig
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000905-25
datum uitspraak: 5 oktober 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-204057-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
21 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
De verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf maanden, met aftrek van het voorarrest.
Vonnis waarvan beroep
Hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht, heeft het hof niet tot andere inzichten dan de rechtbank gebracht. Het hof verenigt zich daarom met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof het tweede bewijsmiddel (pp. 156-172) schrapt en dat het artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en mr. J. Boksem, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 oktober 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat het arrest mede te ondertekenen.