Strafrecht overig
Bevestiging van het vonnis ter zake van openlijke geweldpleging tegen personen taakstraf voor de duur van 150…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 oktober 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:9583 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2021-9583
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2021
- Datum publicatie
- 13 oktober 2021
- Zaaknummer
- 21-001871-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:9583
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bevestiging van het vonnis ter zake van openlijke geweldpleging tegen personen taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis.
Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte door verbalisant.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001871-20
Uitspraak d.d.: 5 oktober 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 27 mei 2020 met parketnummer 18-098409-19 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren te vervangen door 50 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. J. Andonovski, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 27 mei 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van openlijke geweldpleging tegen personen, gepleegd op 6 mei 2018 te [plaats1] aan het [adres] , veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis.
Het hof is van oordeel dat de politierechter op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis bevestigen met aanvulling van de gronden. Het hof overweegt daartoe nog als volgt:
Door de raadsvrouw is ter terechtzitting bij het hof aangevoerd dat er gerede twijfel bestaat of verdachte met een blikje heeft gegooid. Verbalisant [verbalisant1] is de enige die belastend over verdachte heeft verklaard. Vanwege de hectiek is het mogelijk dat verbalisant [verbalisant1] niet goed heeft gezien wie het blikje gooide, aldus de raadsvrouw.
Het hof overweeg hierover als volgt.
Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte door verbalisant [verbalisant1] . [verbalisant1] heeft vanuit zijn functie als spotter regelmatig contact met de supportersgroep waarvan verdachte onderdeel uitmaakt en (her)kent verdachte ambtshalve (bij naam). Ook verdachte heeft verklaard dat hij verbalisant [verbalisant1] kent. Dat verbalisant [verbalisant1] in de hectiek niet goed zou hebben gezien wie het blikje heeft gegooid en, zo begrijpt het hof, zich zou hebben vergist, acht het hof dan ook niet aannemelijk.
Het vonnis dient daarom met voormelde aanvulling van de gronden te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,
mr. A.H. toe Laer en mr. H. Pluimers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van G.G. Eisma, griffier,
en op 5 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.