Strafrecht overig
Vrijspraak voor het rijden met ongeldig rijbewijs. Onvoldoende bewijs voor wetenschap bij verdachte dat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 augustus 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:7030 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2022-7030
Zaakgegevens
Op 9 augustus 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2022
- Datum publicatie
- 10 augustus 2022
- Zaaknummer
- 21-005405-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:7030
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak voor het rijden met ongeldig rijbewijs.
Onvoldoende bewijs voor wetenschap bij verdachte dat rijbewijs ongeldig was verklaard.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005405-21
Uitspraak d.d.: 9 augustus 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 13 februari 2020 met parketnummer 96-286154-19 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ingeschreven te [adres] .
uit anderen hoofde alhier verblijvende.
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 juli 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken waarvan 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. T. van der Goot, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter voornoemd heeft verdachte ter zake van het rijden met een ongeldig rijbewijs, gepleegd op 9 oktober 2019 te Tytsjerk, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken waarvan 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 9 oktober 2019 te Tytsjerk, gemeente Tytsjerksteradiel, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, N355 Rijkstraatweg, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Vrijspraak
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van het hof is komen vast te staan dat verdachte op 9 oktober 2019 te Tytsjerk op de N355 Rijksstraatweg, een personenauto heeft bestuurd terwijl het op zijn naam gestelde rijbewijs ongeldig was verklaard.
De verklaring van verdachte dat hij niet wist en ook redelijkerwijs niet kon weten dat zijn rijbewijs eerder ongeldig was verklaard en op genoemde dag nog steeds ongeldig was, acht het hof gezien de voorgeschiedenis ten aanzien van het bezit van het rijbewijs en hetgeen verdachte daaromtrent ter zitting heeft verklaard op zijn minst twijfelachtig.
Echter, gelet op de strikte jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de eisen die aan het bewijs in deze zaken wordt gesteld, kan uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen en de overige inhoud van het procesdossier niet de wetenschap of het vermoeden worden afgeleid van de ongeldigverklaring van het rijbewijs in de zin van art. 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van het tenlastegelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. H.J. Deuring en mr. M.C. Fuhler, raadsheren,
in tegenwoordigheid van G.G. Eisma, griffier,
en op 9 augustus 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.