Strafrecht overig
Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van de strafmotivering en met dien verstande dat de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 september 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:7800 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-7800
Zaakgegevens
Op 20 september 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 20 september 2023
- Datum publicatie
- 19 september 2023
- Zaaknummer
- 21-000316-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:7800
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van de strafmotivering en met dien verstande dat de bijkomende straf van ontzetting van verdachte uit het recht om het beroep van personenvervoerder uit te oefenen naast het vervoer voor minderjarigen ook wordt opgelegd voor het vervoer van verstandelijk beperkte volwassenen.
Procesgang
Rechtbank Overijssel · 19 januari 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:193Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 september 2023deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2023:7800
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000316-23
Uitspraak d.d.: 20 september 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 19 januari 2023 met parketnummer 08-158648-22 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.M.M. Pater, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 19 januari 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast heeft de rechtbank een bijkomende straf van ontzetting van verdachte uit het recht om het beroep van personenvervoerder van minderjarigen uit te oefenen voor de duur van vijf jaren opgelegd.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist en zal het vonnis daarom bevestigen, met een aanvulling voor wat betreft de strafmotivering en met betrekking tot de bijkomende straf.
Het hof voegt aan de overwegingen ten aanzien van de straf het volgende toe.
Namens verdachte is ter zitting gewezen op de omstandigheid dat de procedure voor verdachte grote gevolgen heeft gehad. Hij is zijn baan als taxichauffeur kwijtgeraakt en de publiciteit van de zaak heeft voor hem een behoorlijke impact gehad. Voorts is benoemd dat de echtgenote van verdachte alvleesklierkanker heeft. Ondanks deze omstandigheden is het hof gelet op de ernst van het feit, het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met een kwetsbare minderjarige, met de rechtbank van oordeel dat de opgelegde straf passend en geboden is. Daarbij heeft het hof eveneens laten meewegen dat verdachte er ter zitting geen blijk van heeft gegeven het verwerpelijke van zijn handelingen in te zien.
Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de bijkomende straf van ontzetting van verdachte uit het recht om het beroep van personenvervoerder uit te oefenen niet alleen ten aanzien van minderjarigenvervoer moet gelden, maar ook moet worden opgelegd voor het vervoer van verstandelijk beperkte volwassenen.
Het hof ziet aanleiding zich hierbij aan te sluiten. Het hof zal het vonnis waarvan beroep daarom bevestigen, met dien verstande dat de bijkomende straf van ontzetting van verdachte uit het recht om het beroep van personenvervoerder uit te oefenen ook wordt opgelegd voor het vervoer van verstandelijk beperkte volwassenen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van de strafmotivering zoals hiervoor overwogen en met dien verstande dat de bijkomende straf als volgt wordt gewijzigd:
- bepaalt dat verdachte wordt ontzet van het recht tot uitoefening van het beroep van personenvervoerder van minderjarigen en verstandelijk beperkte volwassenen voor de duur van 5 (vijf) jaren.
Aldus gewezen door
mr. M.J.C. Dijkstra, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. K.J.C. Geeve, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Stax, griffier,
en op 20 september 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. M.J.C. Dijkstra is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.