Strafrecht overig
Huiselijk geweld. Overwegingen over betrouwbaarheid aangeefster en bewijsminimum. Het hof komt tot een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 maart 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:1241 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-1241
Zaakgegevens
Op 2 maart 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 maart 2026
- Datum publicatie
- 3 maart 2026
- Zaaknummer
- 21-002257-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:1241
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huiselijk geweld. Overwegingen over betrouwbaarheid aangeefster en bewijsminimum. Het hof komt tot een taakstraf van 160 uren, waarvan 80 voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-002257-25
Uitspraakdatum:2 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 6 mei 2025 met parketnummer 16-022152-25 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres verdachte] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland .
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 16 februari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 160 uur, te vervangen door 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uur voorwaardelijk, te vervangen door 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 3 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.T.H.M. Mühren, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van hetgeen hem onder 3 ten laste is gelegd, en ten aanzien van feit 1 en 2 veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren, te vervangen door 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uren voorwaardelijk, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en met een proeftijd van 3 jaren.
In het proces-verbaal van de zitting van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland zijn de gebruikte bewijsmiddelen niet uitgewerkt. Hierdoor kan het hof het vonnis niet bevestigen. Het hof vernietigt daarom het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 15 januari 2021 tot en met 1 januari 2025 te [plaats] , [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer] , meermalen heeft mishandeld door:
- haar meermalen tegen het gezicht, de schouder, de hand en/of de arm te slaan,
- haar meermalen met een vuist op/tegen het hoofd te slaan,
- haar hoofd tweemaal tegen een muur aan te slaan,
- eenmaal tegen haar rug, althans het lichaam, te trappen en/of
- haar knietjes in haar zij te geven;
2.
hij op of omstreeks 18 januari 2025 te [plaats] zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door haar eenmaal met gebalde vuist en/of meermalen met vlakke hand tegen het hoofd te slaan.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Op de zitting van het hof is door de raadsman aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken. De verklaringen van aangeefster zijn niet betrouwbaar. Dat sprake was van een toxische relatie blijkt overduidelijk uit de berichten, maar aangeefster heeft daar zelf ook een aandeel in gehad. Uit de app-berichten blijkt dat zij jaloers en manipulatief gedrag vertoonde en verdachte uitschold. Meermaals was zij zelf de agressor. Zij heeft inmiddels zelf ook verklaard dat ze de gebeurtenissen erger heeft ervaren dan ze feitelijk waren en dat geen sprake was van structureel geweld. Ze verklaart dat de foto’s van haar blauwe plekken het gevolg waren van ongelukjes met de kinderen. Eigenlijk verklaart ze nu dat ze in haar aangifte niet naar waarheid heeft verklaard. Over verschillende incidenten verklaart aangeefster dat deze terug te lezen zijn in de appberichten. Dat is echter onjuist. De foto’s van verwondingen passen niet bij het beschreven geweld, maar meer bij de situatie die verdachte heeft geschetst: dat sprake is geweest van een stoeipartij. Verder kunnen de foto’s niet voor het bewijs worden gebruikt, omdat geen onderzoek is gedaan naar de metadata van de foto’s. Als het hof de verklaring van aangeefster wel betrouwbaar acht staat de verklaring op zichzelf en is niet aan het bewijsminimum voldaan. Ook moet verdachte van feit 2 worden vrijgesproken. De verklaring van verdachte en aangeefster staan tegenover elkaar en de verklaring van het zoontje van aangeefster en verdachte kan niet bijdragen aan het bewijs. Hij was nog maar 3 jaar oud en kon nog amper praten. Daarbij ligt bewuste of onbewuste beïnvloeding voor de hand bij zo’n jong kind, bijvoorbeeld doordat hij zijn moeder tegen de politie heeft horen praten. Ook is er geen letsel vastgesteld bij aangeefster en blijkt niets uit het buurtonderzoek. Al met al is er onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van aangeefster en moet verdachte worden vrijgesproken.
Het hof is van oordeel dat een vrijspraak van de tenlastegelegde feiten wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze hieronder zijn opgenomen. Deze bewijsmiddelen, bevattende onder meer redengevende feiten en omstandigheden, waardeert het hof zoals weergegeven in de bewijsoverweging.
Bewijsmiddelen
In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2025018447, gesloten en getekend op 22 januari 2015 door [agent] , agent bij de Eenheid [locatie eenheid] .
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (als bijlage op pagina 44 van het proces-verbaal,) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [slachtoffer] : (afgelegd op 18 januari 2025)
Op 18 januari 2025 bevond ik mij in de woning aan de [adres verdachte] te [adres verdachte] .
Dit is mijn verblijfadres, in principe ben ik hier woonachtig met mijn gezin. Ik was hier samen met [verdachte] en mijn twee kinderen [naam] en [naam] . Ik heb een relatie met [verdachte] .
Eén keer was op 9 maart 2024. Hij is toen boos naar beneden gekomen en hij heeft toen alles wat van glas was in de keuken op de grond gesmeten en [verdachte] heeft mij toen ook geslagen. Hier waren de kinderen ook bij aanwezig. Ik hoorde hem toen zeggen: "Je wil mij gek maken." Deze situatie heeft echt indruk gemaakt op [naam] . In de dagen erna had [verdachte] een glas in zijn hand om gewoon uit te drinken, maar [naam] zei toen "papa, niet doen." omdat [naam] bang was dat [verdachte] weer zou gaan gooien.
Incident 18 januari
Ik hoorde dat [verdachte] met [naam] aan het praten was aan de keukentafel. Ik wilde meepraten, maar [verdachte] zei direct: "houd je mond dicht!" Hierop zei ik: "Dit hoef je toch niet zo te zeggen waar [naam] bij is". Ik hoorde dat [verdachte] iets zei in de trant van: "Houd je smoel dicht!" Ik weet uit ervaring dat als ik dan nog meer ga zeggen het uit de hand loopt. Hiermee bedoel ik dat [verdachte] dan fysiek wordt. Ik wist dat ik beter stil kon zijn. Ik zag dat [verdachte] nog bozer werd, omdat [naam] mij aan het verdedigen was. Ik hoorde dat [naam] zei: "Papa, niet doen". Ik had het idee dat bij [verdachte] een knopje omging, ik zag namelijk de blik in zijn ogen boos worden. Ik zag dat hij zijn lichaamstaal aanpaste op een bepaalde manier wat hij vaker doet als hij mij wilt gaan slaan. Ik zag dat [verdachte] over de tafel boog en mij een klap gaf met zijn platte hand tegen mijn gezicht. Ik voelde direct hierna een brandende pijn in mijn gezicht. Ik hoorde hierna een piep in mijn oor. Ik stond op om naar de keuken te gaan. Op het moment dat ik op stond om naar de keuken te lopen zag ik dat [verdachte] opstond en zei: "Ik ben hier de baas." Vervolgens voelde ik weer een klap in mijn gezicht, omdat het zo snel ging weet ik niet meer met welke hand [verdachte] mij precies sloeg. Ik voelde tintelingen en pijn in beide wangen na de klappen. Ik hoorde dat [naam] aan het schreeuwen was. Hij schreeuwde "Papa, papa, niet doen". Ik pakte [naam] op en ging met hem zitten op een stoel. Ik zag dat [verdachte] zijn vuist balde en mij op de bovenkant van mijn hoofd sloeg. Dit was op de grens van mijn haarlijn. Ik weet dat hij zijn vuist balde, omdat hij dit de laatste tijd op deze manier wel vaker doet. Ik heb [naam] in de stoel gezet en ben toen naar de wc gelopen. Ik heb op de wc mijn broer [broer slachtoffer] bericht via Snapchat. Ik stuurde hem dat hij de politie moest inschakelen en heb het bericht verwijderd, omdat ik niet wilde dat [verdachte] zag dat ik dit had gestuurd. Hierna ben ik van de wc afgekomen en ben ik teruggegaan naar [naam] . Ik hoorde dat [verdachte] tegen [naam] zei: "Sorry, papa." Op het moment dat ik terugkwam kwam [naam] meteen naar me toe gerend. Ik heb hem proberen af te leiden met het broodje. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij bleef schreeuwen. Hij schreeuwde: "Heb je me begrepen? Ik heb hier het laatste woord. Jij wil hier de man zijn." Deze uitspraken bleef hij schreeuwend herhalen. Ik nam [naam] op schoot en terwijl ik filmpje probeerde op te zetten op mijn mobiel stuurde ik [broer slachtoffer] een bericht waarin stond: "Laat maar". Ik las dat [broer slachtoffer] een bericht stuurde met "Weet je het zeker?" Hij vroeg mij of ik geslagen was en waar. Ik stuurde hem dat ik geslagen was in mijn gezicht. Kort hierna stond de politie voor de deur en werd [verdachte] aangehouden.
Historische incidenten
Ik werk bij een [locatie] in [plaats] . In de avond van 1 januari (het hof begrijpt: 2025) hebben we gegeten bij zijn zus. De man van zijn zus zat tegenover mij en daarvoor noemde hij mij een hoer. Hij stuurde mij op WhatsApp een bericht dat ik er thuis wel achter zou komen. Omstreeks 22:00 uur zijn we weggereden naar de hierboven benoemde [locatie] . Wij reden van [plaats] naar [plaats] . Wij gingen naar de [locatie] , omdat ik de werktelefoon had meegenomen en die moest terug naar de zaak. In de auto begon hij tegen mij te schreeuwen. [naam] reageerde hier ook op met: "Stop papa!" Ik zat op dat moment achterin met [naam] en [naam] zat voorin. [verdachte] maakte een slaande beweging met zijn vuist naar achteren richting mijn hoofd. Hij zette zich bewust af met zijn benen om verder naar achter te kunnen reiken. Ik voelde zijn vuist de bovenkant van mijn hoofd met veel kracht raken. Ik voelde een pijnscheut door mijn hoofd trekken. De hele weg lang schreeuwde [verdachte] . Hij schreeuwde dingen als dat ik een hoer was en dat hij mij een lesje zou leren. Bij aankomst bij de zaak wilde ik hem de werktelefoon geven zodat hij het naar binnen kon brengen en ik bij de kinderen kon blijven in de auto. Hij zei mij dat ik naar binnen mocht gaan om de telefoon zelf terug te leggen. Toen we naar binnenliepen voelde ik van achter een platte hand op mijn gezicht. De klap van zijn hand kwam hard aan. Ik voelde een pijnscheut door mijn gezicht trekken. Hierna stond [verdachte] recht tegenover mij en sloeg hij mij meerdere keren met vlakke hand in mijn gezicht. Ik weet niet meer hoe vaak hij mij sloeg. Ik voelde mij niet veel waard en dacht alleen maar aan kinderen in de auto. Ik ben meteen toen het naar de kinderen gegaan.
Ongeveer twee maanden geleden heeft [verdachte] mij ook mishandeld. [naam] had een nachtmerrie
gehad en kroop toen bij ons in bed. Hier werd [verdachte] van wakker. [naam] ging tegen mij aanliggen, en [verdachte] wilde dat [naam] tegen hem aan kwam liggen, maar [naam] wilde dit niet. Toen zei [naam] : "Mama, hou van jou". Ik hoorde [verdachte] vragen of [naam] ook van papa houdt en [naam] zijn antwoord was "nee". Als gevolg hiervan werd [verdachte] boos en ging schreeuwen. Ik hoorde hem schreeuwen dat ik mijn kinderen dat aanleer. [verdachte] schreeuwde dat we weg moesten gaan. Ik probeerde nog een kussen te pakken, maar voelde de vuist van [verdachte] op mijn hoofd. Ik voelde een pijnscheut op mijn hoofd.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever (als bijlage op pagina 85 van het proces-verbaal,) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [slachtoffer] : (afgelegd op 20 januari 2025)
Ik heb wat dingen opgeschreven, anders weet ik dat niet meer. Ik had over een incident verteld dat hij in de ochtend allemaal glazen op de grond had gegooid en ik wakker werd gemaakt. Ik had daar helemaal niet bij verteld dat hij mij een klappen in mijn gezicht had gegeven en knietjes in mijn zij. Daarna heeft hij dus de glazen kapot gegooid.
Op 3 mei 2024 heeft hij aan mijn hoofddoek getrokken en mijn hoofd twee keer tegen de muur aan geslagen. Dit was de muur meteen in de gang bij binnenkomst. Ik weet nog dat ik mij heel erg schaamde omdat de deur open stond en ik dacht misschien zien de buren ons. En hij heeft vervolgens mij een trap gegeven in mijn rug.
25 juli 2023 ik was 6 maanden zwanger en ik ben door [verdachte] op mijn hoofd geslagen met
zijn vuist. De ruzie ging erom omdat ik vroeg wat leuks te gaan doen als gezin samen. Dit doen we eigenlijk nooit. In plaats dat hij zijn tijd doorbrengt met anderen. Hij vond dat ik teveel zeurde en mijn mond moest houden. En mezelf nuttig moest maken in de keuken, ik ben toen deze discussie aangegaan wat voor hem de aanleiding was om mij met zijn vuist op mijn hoofd te slaan.
Slaan en schelden dat is eigenlijk altijd geweest. Slaan was voorheen 2x in de maand en laatste tijd is dat wekelijks. Voorheen 2x in de maand heftig tot bloedens toe. En laatste tijd wekelijks stoten en klappen en kleineren is laatste tijd ook erger geworden. Hij heeft wel eens uitgesproken dat we nu kinderen hebben en het geen optie is om weg te gaan. En ik weet dat hij het zegt dat het bij hun taboe is om dan te scheiden en helemaal als vrouw met kinderen. Dan schaad je ook zijn eer en dat kan gewoon niet. Dus hij heeft altijd in zijn hoofd gehouden zij gaat toch niet weg en hij is daar helemaal is los gegaan de laatste tijd.
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (als bijlage op pagina 15 van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van [verbalisant]:
Op zaterdag 18 januari 2025 om 12:00 uur bevonden wij [verbalisant] en collega [verbalisant] , beide in uniform gekleed en met incidentenafhandeling belast, ons te [plaats] . Op diezelfde dag om 12:30 uur hoorde ik via de portofoon een melding van de centralist van het Operationeel Centrum betreffende een conflict in een woning tussen een man en een vrouw. De man bleek later te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984, te [geboorteplaats] , hierna [verdachte] genoemd. De vrouw bleek later te zijn: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , te [plaats] , hierna [slachtoffer] genoemd. Melder was de broer van [slachtoffer] . Melder bleek later te zijn: [broer slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , te [plaats] .
[broer slachtoffer] gaf aan dat er slaande ruzie zou zijn in de woning bij [slachtoffer] en dat hij zich erge zorgen maakte over [slachtoffer] haar veiligheid. Aanrijdend naar de [adres verdachte] reden wij langs een voertuig waar [broer slachtoffer] uitstapte. Ik zag dat [broer slachtoffer] naar ons wenkte. Ik deed mijn raam omlaag. Ik zag [broer slachtoffer] naar de passagierszijde liep. Ik hoorde [broer slachtoffer] het volgende verklaren wat ik kort en zakelijk weergeef: "Ik heb gebeld. Ik maak mij echt zorgen. Mijn zus [slachtoffer] woont hier om de hoek. Het gaat daar helemaal niet goed. [slachtoffer] wilt weg bij [verdachte] maar ze is bang. [verdachte] bedreigd haar. Willen jullie alsjeblieft zorgen dat zij daar weggaat. Ik kan daar niet heen als [verdachte] mij ziet gaat het niet goed."
Ik, [verbalisant] liep naar de woonkamer toe. Ik zag [slachtoffer] links in de keuken aan tafel zitten. Ik zag dat [slachtoffer] een kindje op schoot had. Dit bleek later te zijn: [naam] , geboren op [geboortedatum] , te [geboorteplaats] . Ik vroeg aan [slachtoffer] of alles goed met haar ging. Ik zag dat [slachtoffer] haar met haar hoofd van links naar rechts schudde. Ik vroeg aan [slachtoffer] of zij hier veilig was. Ik zag dat [slachtoffer] naar de deur keek. Ik zag dat [slachtoffer] angstig keek. Dit zag ik doordat zij natte ogen kreeg, haar wenkbrauwen optrok en op haar lip beet. Ik zei tegen [slachtoffer] dat zij met mij kon praten en dat [verdachte] niet mee kon luisteren. Ik hoorde dat [slachtoffer] zei: "Dus ik kan nu praten en dan kan ik tegen hem zeggen dat ik niks gezegd heb?" Ik, [verbalisant] zei dat dit kon en dat zij tegen mij in vertrouwen kon praten. Ik hoorde [slachtoffer] het volgende verklaren wat ik kort en zakelijk weergeef: "Ik ben niet veilig, dit gaat al jaren zo. Hij heeft mij net geslagen echt heel hard. Ik ben zo bang. Ik wil weg en ik wil een veilige plek voor mij en de kinderen. Ik wilde al eerder bij hem weg maar ik ben weer terug gegaan omdat hij mij zo erg bedreigd. Ik weet gewoon niet wat ik moet doen." Ik, [verbalisant] vroeg aan [slachtoffer] of zij nu veilig zou zijn als zij alleen met [verdachte] in de woning zou zijn. Ik zag dat [slachtoffer] weer met haar hoofd van links naar rechts schudde. Ik vroeg aan [slachtoffer] of zij wilde dat ik bij haar bleef. Ik hoorde dat [slachtoffer] zei: "Ja alsjeblieft, ik wil niet met hem alleen zijn hij maakt mij kapot."
Ik zat op de bank met [naam] . Ik hoorde dat [naam] het volgende verklaarde wat ik kort en zakelijk weergeef: "Papa, papa ging mama slaan. Papa sloeg hard op haar gezicht. Ik moest huilen. Papa pussy ik pussy, niet leuk." Ik, [verbalisant] kreeg hieruit de bevestiging dat er zich zojuist iets had voorgevallen in het bijzijn van een kind.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige (als bijlage op pagina 51 van het proces-verbaal,) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [broer slachtoffer] : (afgelegd op 19 januari 2025)
Na het huwelijk veranderde [slachtoffer] echt heel erg. Voor het huwelijk was [slachtoffer] heel vaak bij onze familie op visite en sprak vaak af met vriendinnen van haar, ze was heel erg sociaal. Na het huwelijk werd dit steeds minder tot het punt waarbij zij zo goed als nooit naar ons toe kwam. Eerst vertelde ze altijd smoesjes dat ze niet kon komen. In het begin van het huwelijk, ik denk rond 2020 of 2021 vertelde ze mij dat ze niet mocht komen van [verdachte] . [slachtoffer] vertelde mij dat zij niet mocht komen omdat ze het niet verdiende volgens [verdachte] of omdat hij gewoon simpel weg niet wilde dat zij uit huis ging. Ik heb, omdat ik mij hier zorgen over maakte, wel door gevraagd. In gesprekken met [slachtoffer] kwam ik er steeds achter dat er niks was gebeurd waaruit het ook maar enigszins verklaarbaar zou zijn dat [verdachte] het niet wilde. Dat [slachtoffer] niet naar familie aangelegenheden kwam heeft daadwerkelijk geduurd tot de dag van vandaag en 9 van de 10 keer dat ze niet kwam vroeg ik haar waarom niet en kreeg ik antwoorden van haar als "ik mag niet" of "ik verdien het niet volgens [verdachte] ". De keren dat [slachtoffer] wel naar ons toe komt is dat zonder [verdachte] . Als [slachtoffer] dan bij ons is valt, in elk geval mij, op hoe anders zij is in omgang. Ze is heel erg schrikkerig, daarmee bedoel ik dat als er een onverwacht geluid is, is te zien dat [slachtoffer] daar op een hele intense manier van schrikt, bijna alsof zij bang is. De keren dat ik [slachtoffer] zie schrik ik steeds van hoe zij eruit ziet. Haar fysieke gelaat veranderd al sinds zij getrouwd is met [verdachte] . Ze is heel erg afgevallen, haar huidskleur is heel erg bleek en het valt mij op dat ze zichzelf veel minder goed verzorgd. Het lijkt alsof ze haar levenslust langzaam verliest sinds het huwelijk. Als ik met haar ben dan valt het mij op dat het haar niet meer interesseert of lijkt te interesseren wat andere mensen van haar denken, hoe ze erbij loopt bijvoorbeeld. Ze lijkt ook heel gehaast als we ergens wandelen of iets in die richting, alsof ze altijd het gevoel heeft dat ze zo snel mogelijk weer naar huis moet gaan.
Ik zal een paar incidenten vertellen. [slachtoffer] heeft deze dingen aan mij verteld en zij heeft mij een aantal dingen laten zien ook op foto's en een keer een filmpje. Begin dit jaar vertelde [slachtoffer] mij dat ze in maart van 2024 ruzie had gehad met [verdachte] . De ruzie ging volgens [slachtoffer] heel snel. Ze probeert 's morgens altijd heel stil te doen om te zorgen dat [verdachte] niet wakker wordt. Deze keer in maart was dit niet gelukt. [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] boos en schreeuwend naar beneden kwam en in de keuken alles wat ongeveer van glas was kapot gooide op de grond. Ze stuurde me hier ook een filmpje van toen ze dit vertelde begin dit jaar. Ik kan zien dat dat filmpje opgenomen is op 9 maart 2024. Ik weet nog dat [slachtoffer] mij vertelde dat [naam] , haar oudste zoon, zo bang was voor [verdachte] dat [naam] iets zei van " Stop papa". Ze vertelde me ook dat in de dagen daarna [naam] iedere keer bang was als [verdachte] een glas pakte. Ik weet ook van 2 ruzies van begin dit jaar al. Een van deze ruzies ging over dat
[slachtoffer] iets moest printen maar dat het blijkbaar te langzaam ging volgens [verdachte] . [slachtoffer] vertelde mij dat [verdachte] haar toen geslagen had. Die andere keer was nadat [slachtoffer] en [verdachte] met de kinderen hadden gegeten bij de zus van [verdachte] . [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] boos was omdat [slachtoffer] aan de eettafel tegenover [verdachte] zijn zwager zat tijdens het eten. Terwijl zij aan de eettafel zaten kreeg [slachtoffer] al appjes van [verdachte] dat zij een kanker hoer was en wat zij wel niet dacht en dat soort dingen. [slachtoffer] vertelde dat zij daarna naar de [locatie] toe moesten, ik weet niet goed waarom ze daar heen moesten. Ik bedoel met de [locatie] de [locatie] in [plaats] , diegene die [slachtoffer] heeft opgericht en overgenomen is door [verdachte] . [slachtoffer] vertelde me dat zij geslagen was in de auto onderweg naar de [locatie] . Dat toen zij bij de [locatie] waren zij weer geslagen was, volgens mij hangen hier ook camera's van de [locatie] . Nadat ze hier ruzie hadden gehad wilde ze naar huis maar mocht [slachtoffer] de auto niet in van [verdachte] totdat zij haar telefoon gaf. volgens mij was [slachtoffer] toen onderweg naar huis ook weer geslagen en had [verdachte] haar telefoon afgepakt en bij zich gehouden tot ze thuis waren.
Ongeveer een week of andere halve week geleden was [verdachte] een paar dagen naar familie
in [land] . Toen hij weg was ben ik met [slachtoffer] gaan wandelen om te praten over hoe
het gaat. wij hadden het over hoe het nou echt ging en wat er was gebeurt en zo. [slachtoffer] liet mij foto's zien van een tijd terug dat zij echt letsel had in, onder andere haar gezicht, naar aanleiding van ruzies met [verdachte] . Ik vond het echt indrukwekkend om dit zo te zien. Ik wist wel dat zij geslagen was maar dit was de eerste keer dat zij mij dit liet zien. Ik weet ook nog goed dat toen wij terug bij haar thuis waren van de wandeling dat zij gebeld werd door [verdachte] . Ik was nog steeds bij [slachtoffer] en kon horen, terwijl zij de telefoon aan haar oor had, dat [verdachte] tegen haar aan het schreeuwen was. Ik herkende [verdachte] zijn stem over de telefoon zo hard schreeuwde hij tegen haar. Ik hoorde dat [slachtoffer] tegen [verdachte] zij dat zij heel even moest plassen en dat zij vroeg of het oké was als zij hem zo zou terug bellen. Ik hoorde dat [verdachte] schreeuwend tegen [slachtoffer] en zei dat zij maar even moest wachten met naar de wc gaan, omdat hij haar had gebeld en hij nu wilde praten met haar. Hij wilde per se nu praten. Ik moet zeggen dat ik het zo indrukwekkend vond dat ik niet meer precies weet waar de ruzie over ging of wat hierna precies gezegd werd. Ik was zo verbaasd van het feit dat [slachtoffer] niet eens even naar de wc mocht van [verdachte] .
5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met bijlagen (als bijlage op pagina 104 van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van verbalisant [agent]:
In deze bijlage zijn te zien;
- schermafbeeldingen van WhatsApp gesprekken tussen aangever en verdachte.
Bijlagen
In de printscreens van de WhatsApp berichten tussen aangeefster en verdachte leest het hof het volgende:
Verdachte stuurt aangeefster op 9 maart 2021 om 19.23:
En ik zal je nooit meer slaan.
Op 15 februari 2021 om 20:50 stuurt aangeefster het volgende bericht:
[verdachte] dit is niet een uitglijder
Waarop verdachte om 20.51 stuurt:
Aub ik heb alles voor je over heb genade
Waarop aangeefster om 20:51 stuurt:
Jij hebt geen genade toen je mij aan het slaan was
Ben je vergeten hoe dat ging?
Doorgaan doorgaan
Verdachte stuurt om 20.51:
Je zal nooitmeer huilen
Nooit
Waarop aangeefster om 20:51 stuurt:
Ik probeerde je van me af te duwen
Je ging maar door
Waarop verdachte om 20:51 stuurt:
Ik ga bidden
Aangeefster stuurt om 20:52:
En me aan me haren trekken
Hoezo had jij geen genade toen?
Hoezo sleep jij nu de slachtoffer?
Ben je zielig aan het doen? Waarvoor?
Waarop verdachte stuurt:
Ik smeek je lief ik was verblind door worden
Woeden
Waarop aangeefster om 20.53 stuurt:
Dacht je mij elke keer weer te slaan te slaan [slachtoffer] heeft toch geen broers die haar helpen
Waarop verdachte om 20:53 stuurt:
Het zal nooit meer gebeuren aub
Verdachte stuurt om 21:27:
[slachtoffer] ik duwde mijn handen in je gezicht
Aangeefster stuurt om 21:27:
Wollah ik kan je vertellen dat je door de woede niet eens weet wat je hebt gedaan.
Hoe kan mijn oor donker paars en dik zijn?
Hoe kan je me oog dik en paars zijn?
Door duwen?
Verdachte stuurt om 21:26:
Je hebt een hele gevoelige huid ik was aan het duwen in je gezicht
Verdachte stuurt om 21:38
Waarom luister je niet [slachtoffer] ik zal je nooitmeer aanraken
Verdachte stuurt om 21:43
Ik raak je met geen vinger meer aan
Bewijsoverwegingen
Het hof stelt het volgende voorop. Volgens de wet kan de rechter het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend aannemen op de verklaring van één getuige. Deze regel heeft echter betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Een onderdeel van de tenlastelegging kan dus wel bewezen worden verklaard op basis van de verklaring van één getuige. De wet sluit dus niet uit dat een bewezenverklaring in beslissende mate rust op de verklaring van één getuige. Ofwel: de beslissing tot bewezenverklaring van de feiten moet naast de verklaringen van aangeefster ook op een of meer andere bewijsmiddelen zijn gebaseerd, maar dat geldt niet voor alle onderdelen van de bewezenverklaring.
Het hof overweegt dat de verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de WhatsApp berichten tussen verdachte en aangeefster. Deze WhatsApp berichten zien weliswaar niet op een van de specifiek ten laste gelegde handelingen, maar uit de berichten blijkt wel dat verdachte fysiek gewelddadig was naar aangeefster binnen hun relatie. Verdachte zegt immers op verschillende momenten: ‘ik zal je nooit meer slaan’, ‘ik was verblind door woede’, ‘ik zal je nooit meer aanraken’, ‘ik raak je met geen vinger meer aan’, ‘het zal nooit meer gebeuren’ en, als aangeefster vraagt hoe het kan dat ze letsel heeft ‘Je hebt een hele gevoelige huid ik was aan het duwen in je gezicht.’ Ook verklaart de broer van aangeefster dat zij sinds het huwelijk met verdachte erg is veranderd, bang en schrikkerig is, is afgevallen en hem heeft verteld over een aantal tenlastegelegde voorvallen. Ten aanzien van feit 2 vindt haar verklaring ook steun in de verklaring van haar zoontje [naam] . Hoewel [naam] nog erg jong was, ziet het hof geen aanwijzingen om aan te nemen dat hij bewust dan wel onbewust is beïnvloed. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat [naam] door de verbalisanten niet is bevraagd, maar uit zichzelf begint te vertellen dat verdachte aangeefster sloeg. Het hof is van oordeel dat bij beide feiten aan het bewijsminimum is voldaan en dat de verklaringen van aangeefster die zij bij de politie heeft afgelegd betrouwbaar zijn. Zij verklaart immers gedetailleerd en specifiek en haar verklaringen vinden op onderdelen steun in de al genoemde andere bewijsmiddelen. Dat zij in een later stadium een brief heeft geschreven waarin ze zegt inmiddels anders tegen de voorvallen aan te kijken maakt dat naar oordeel van het hof niet anders. Dat aangeefster zelf ook een rol had in dynamiek binnen de relatie tussen haar en verdachte wil ook niet zeggen dat de tenlastegelegde handelingen dan niet zijn voorgevallen, net als het gegeven dat de verbalisanten op 18 januari 2025 geen letsel bij haar hebben gezien, dat appjes tussen verdachte en aangeefster over specifieke data niet in het dossier zitten of dat er niets uit het buurtonderzoek is gekomen. Het hof gaat uit van wat er wél in het dossier zit en stelt aan de hand daarvan vast dat beide feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. Het hof verwerpt de verweren van de verdediging en komt tot een bewezenverklaring.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in de periode van 15 januari 2021 tot en met 1 januari 2025 te [plaats] , [plaats] en/of [plaats] , zijn levensgezel, [slachtoffer] meermalen heeft mishandeld door:
- haar meermalen tegen het gezicht te slaan,
- haar meermalen met een vuist op/tegen het hoofd te slaan,
- haar hoofd tweemaal tegen een muur aan te slaan,
- eenmaal tegen haar rug te trappen en/of
- haar knietjes in haar zij te geven.
2.
hij op 18 januari 2025 te [plaats] zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door haar eenmaal met gebalde vuist en meermalen met vlakke hand tegen het hoofd te slaan.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren, te vervangen door 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uren voorwaardelijk, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en met een proeftijd van 3 jaren. Op de zitting van het hof heeft de advocaat-generaal gevorderd verdachte diezelfde straf op te leggen. De raadsman heeft verzocht om, gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en ook gelet op de herstelde relatie, te volstaan met een rechterlijk pardon in de zin van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dan wel een geldboete op te leggen.
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan structurele mishandeling van zijn partner gedurende lange tijd. Verdachte heeft daarmee ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De mishandelingen vond plaats op meerdere momenten en plekken, en ook in de woning van het slachtoffer. Hun zoontje van drie jaar was daar soms ook bij aanwezig en ook was het slachtoffer tijdens een van de mishandelingen zwanger. Partnermishandeling heeft doorgaans een grote impact en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de huiselijke omgeving, een omgeving waar men zich juist veilig moet kunnen voelen.
Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 20 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Omdat dat – behoudens een boete voor een verkeersovertreding - gaat over veroordelingen van langer geleden weegt het hof dat niet in strafverzwarende zin mee. Bij de strafoplegging heeft het hof verder rekening gehouden met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
Alles overwegend komt het hof, net als de rechtbank, tot oplegging van een taakstraf van 160 uren, te vervangen door 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uren voorwaardelijk, te vervangen door 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 3 jaren. Verdachte is inmiddels weer samen met het slachtoffer. Het hof vindt dat een lange proeftijd en een voorwaardelijk strafdeel noodzakelijk is om verdachte ervan te weerhouden weer tot zulke feiten over te gaan. Gelet op de ernst van het feit ziet het hof in wat de raadsman heeft aangevoerd geen reden toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Ook een geldboete doet onvoldoende recht aan de ernst van de feiten.
Wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. O. Anjewierden, mr. T.H. Bosma en mr. G.A. Versteeg, in aanwezigheid van de griffier mr. D. de Jong en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 maart 2026.