Strafrecht overig

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist, het hof zal het…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2026

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Apeldoorn
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
21-004992-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:4055
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist, het hof zal het vonnis waarvan beroep dan ook bevestigen met uitzondering van het door de rechtbank bepaalde aantal dagen gijzeling. Gelet op de in januari 2026 gewijzigde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, dient de duur van de gijzelingsdagen in het voordeel van betrokkene te worden beperkt.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 27 november 2025

    ECLI:NL:RBMNE:2025:6413
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHARL:2026:4055

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004992-25

Uitspraakdatum: 18 juni 2026

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats, van 27 november 2025 met parketnummer 16-111772-23 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,

op dit moment verblijvende in [verblijfsplaats] .

Hoger beroep

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inhoudende de beslissing op de ontnemingsvordering.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 4 juni 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de betrokkene door zijn raadsman, mr. T.J.F. Wassenaar, is aangevoerd.

Beslissing

De rechtbank heeft het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 7.764,-. De rechtbank heeft de verplichting tot betaling aan de Staat vastgesteld op datzelfde bedrag.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist, het hof zal het vonnis waarvan beroep dan ook bevestigen met uitzondering van het door de rechtbank bepaalde aantal dagen gijzeling. Gelet op de in januari 2026 gewijzigde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, dient de duur van de gijzelingsdagen in het voordeel van betrokkene te worden beperkt. Het vonnis van de rechtbank zal op dat onderdeel dus worden vernietigd.

Duur gijzeling

Bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel bepaalt de rechter op grond van artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd. Hierbij wordt voor elke volle € 100,- van het opgelegde bedrag één dag gerekend. Voorgaande maakt dat het hof de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen bepaald.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis ten aanzien van de aantal dagen opgelegde gijzeling.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. D.J. Stahlie, voorzitter,

mr. Th.C.M. Willemse en mr. S. Bek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,

en op 18 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.