Strafrecht overig

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van medeplichtigheid aan (het medeplegen van) oplichting en een poging…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 juli 2026

Zaakgegevens

Op 24 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24 juli 2026
Datum publicatie
24 juli 2026
Zaaknummer
21-001938-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:4867
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van medeplichtigheid aan (het medeplegen van) oplichting en een poging daartoe, alsmede ter zake van het handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie (bezit van knalpatronen) tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001938-25

Uitspraakdatum: 24 juli 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 9 april 2025 met parketnummer 18-038856-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 juli 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van medeplichtigheid aan oplichting en poging tot oplichting en het voorhanden hebben van knalpatronen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de in beslag genomen goederen (de telefoon, simkaart en usb-stick) verbeurd worden verklaard. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van medeplichtigheid aan oplichting en poging tot oplichting en het voorhanden hebben van knalpatronen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de in beslag genomen goederen (de telefoon, simkaart en usb-stick) verbeurdverklaard.

Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en omdat het tot een deels andere kwalificatie komt en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair
hij, op of omstreeks 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpas met bijbehorende pincode, kopieën/foto's van een paspoort en/of een telefoonnummer, door:

- telefonisch contact te zoeken met voornoemde [aangeefster 2] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank ), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en/of dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en/of

- vervolgens naar de woning van voornoemde [aangeefster 2] te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en/of

- vervolgens [aangeefster 2] te verzoeken om haar bankpas en/of pincode af te staan en/of een kopieën/foto's van haar paspoort en/of haar telefoonnummer ter beschikking te stellen;

1. subsidiair
[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders, op of omstreeks 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een bankpas met bijbehorende pincode, kopieën/foto's van een paspoort en/of een telefoonnummer, door:

- telefonisch contact te zoeken met voornoemde [aangeefster 2] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank ), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en/of dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en/of

- vervolgens naar de woning van voornoemde [aangeefster 2] te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en/of

- vervolgens [aangeefster 2] te verzoeken om haar bankpas en/of pincode af te staan en/of een kopieën/foto's van haar paspoort en/of haar telefoonnummer ter beschikking te stellen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het woonadres van voornoemde [aangeefster 2] ;

2. primair
hij, op of omstreeks 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten bankpassen en/of bijbehorende pincodes, door:

- telefonisch contact heeft gezocht met voornoemde [aangeefster 1] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank ), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en/of dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en/of dat haar bankpassen vervangen zouden moeten worden en/of

- vervolgens naar de woning van voornoemde [aangeefster 1] is gegaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en/of

- met het doel om [aangeefster 1] te verzoeken om haar bankpas en/of pincode af te staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. subsidiair
[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten bankpassen en/of bijbehorende pincodes, door

- telefonisch contact heeft gezocht met voornoemde [aangeefster 1] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank ), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en/of dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en/of dat haar bankpassen vervangen zouden moeten worden en/of

- vervolgens naar de woning van voornoemde [aangeefster 1] is gegaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en/of

- met het doel om [aangeefster 1] te verzoeken om haar bankpas en/of pincode af te staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het woonadres van voornoemde [aangeefster 1] ;

3.
hij op of omstreeks 7 februari 2023, te [plaats] munitie van categorie III, te weten knalpatronen van merk Umarex voorhanden heeft gehad (art. 26 lid 1 en art. 55 lid 1 WWM).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak moet volgen. Nergens blijkt uit dat verdachte in de aanloop of voorbereiding van de feiten enige vorm van betrokkenheid heeft gehad, dan wel dat er over de feiten gesproken is. Niet is gebleken dat verdachte op de hoogte was van wat er in [plaats] zou gebeuren. Verdachte wilde naar [plaats] en vond dat de medeverdachte kon meerijden en kon delen in de kosten. De verklaring van de medeverdachte is onvoldoende betrouwbaar en moet van het bewijs worden uitgesloten. Het dossier bevat onvoldoende bewijs om medeplichtigheid aan oplichting en poging tot oplichting bewezen te kunnen verklaren. Er is geen sprake van opzet, niet op de ondersteuning en niet op het gronddelict.

Oordeel van het hof

Het hof stelt vast dat niet in geschil is dat medeverdachte [medeverdachte] (hierna: medeverdachte) in samenwerking met één of meer mededaders op 7 februari 2023 aangeefster [aangeefster 2] heeft opgelicht en heeft geprobeerd aangeefster [aangeefster 1] op te lichten. Beide aangeefsters werden gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank, waarbij werd medegedeeld dat is geprobeerd geld van de rekeningen van aangeefsters af te schrijven. Vervolgens is de medeverdachte naar de woning van beide aangeefsters gegaan en heeft zich voorgedaan als medewerker van de bank. In het geval van aangeefster [aangeefster 2] heeft zij daadwerkelijk haar bankpas en pincode afgestaan. In het geval van aangeefster [aangeefster 1] kreeg haar man argwaan. Hij heeft de medeverdachte weggestuurd, waardoor het bij een poging tot oplichting is gebleven.

De vraag die het hof dient te beantwoorden, is of verdachte aan voornoemde oplichting en poging tot oplichting medeplichtig is geweest. Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan (een poging tot) oplichting, zoals in deze zaak ten laste is gelegd, is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf. Het opzet van verdachte hoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop de oplichting is begaan. Voorwaardelijk opzet op de oplichting is voldoende.

Uit de verklaring van de medeverdachte volgt dat verdachte de medeverdachte naar [plaats] moest brengen en dat hij er verder niet veel mee te maken had. Voorts volgt uit zijn verklaring dat ze in opdracht van een (onbekend gebleven) ander naar [plaats] moesten, waarbij de medeverdachte zich moest voordoen als bankmedewerker en betaalpassen moest ophalen bij verschillende mensen.

Verdachte heeft verklaard dat hij met medeverdachte samen naar [plaats] is gereden. Zelf wilde hij zijn opa bezoeken, die begraven ligt op de islamitische begraafplaats in [plaats] . Verdachte en medeverdachte kenden elkaar niet heel goed, maar medeverdachte gaf aan dat hij in [plaats] moest zijn en toen spraken ze af de benzinekosten te delen en samen die kant op te rijden. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist wat de medeverdachte van plan was. Hij heeft hem naar [plaats] gebracht, waar medeverdachte uit de auto stapte en na een tijdje terugkwam. Volgens verdachte gedroeg de medeverdachte zich toen ‘vaag’. Daarna zijn ze doorgereden, ging de medeverdachte weer de auto uit en heeft verdachte lang moeten wachten. Hij stuurde de medeverdachte nog een bericht met de vraag of hij nog terugkwam.

Het hof overweegt als volgt.

Gelet op de verklaring van de medeverdachte en de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen van verdachte en de medeverdachte, zoals die uit het dossier naar voren komen, acht het hof het niet aannemelijk dat verdachte niet wist wat de medeverdachte ging doen en waarom hij hem naar [plaats] moest brengen. Verdachte heeft vanuit [plaats] een hele tijd in de auto gezeten met de medeverdachte, en hem vervolgens in [plaats] op meerdere plekken moeten afzetten, waarbij de medeverdachte zich bij terugkomst in de auto volgens verdachte vaag gedroeg. Uit de in het dossier opgenomen beelden van de camera van [straat] te [plaats] blijkt dat de door verdachte bestuurde auto om 10:37:03 komt aanrijden in [straat] en in die straat, vlak bij [straat] parkeert. Uit Google Maps is het hof gebleken dat [straat] , op de plek waar de auto parkeert, uitloopt op [straat] en dat het adres [straat] daar vlakbij is. Gezien vanuit de rijrichting van de auto aan de linkerkant. Uit de beelden (die af en toe een stukje in tijd overslaan) blijkt vervolgens dat op een gegeven moment (10:39:09) iemand komt aanrennen uit de richting van [straat] . Vanaf 10:42:00 tot 10:42:08 is te zien dat een persoon vlak langs de geparkeerde auto loopt. Vanaf 10:42:29 is te zien dat een persoon rennend naar rechts gaat. Op datzelfde moment rijdt de eerder geparkeerd staande auto naar links, [straat] op, om vervolgens met weer een bocht naar links [straat] in te rijden. De rennende persoon is op dat moment (10:42:39) helemaal rechts in beeld gestopt. De auto stopt bij hem op 10:42:52. De man stapt in en de auto rijdt vervolgens weg.

Het hof gaat ervan uit dat de rennende man de medeverdachte is en dat verdachte de bestuurder was van de genoemde auto. Dit sluit aan bij de verklaring van aangeefster dat zij achter de oplichter is aangelopen en dat die man liep in de richting van [straat] , meerdere malen achter zich keek en begon te rennen. Verderop, aan het einde van [straat] , zo verklaarde aangeefster, zag zij hem in een witte kleine auto stappen met een rechte achterzijde.

Uit de beschikbare bewijsmiddelen blijkt dat ruim een uur daarna de oplichting van feit 1 plaatsvond.

Naar het oordeel van het hof volgt uit de geschetste gang van zaken zonder redelijke twijfel dat verdachte wist dat er (een poging tot) een oplichting gaande was. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de medeverdachte, waaruit volgt dat verdachte wist waarom ze naar [plaats] gingen en dat verdachte de medeverdachte moest brengen. Deze verklaring wordt ondersteund met de uit het dossier volgende gebeurtenissen.

Op grond van de genoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat verdachte zowel opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn (door middel van het beschikbaar stellen van zijn auto en het brengen van de medeverdachte naar [plaats] ) als (voorwaardelijk) opzet op de (poging tot) oplichting. In de gegeven omstandigheden – het rijden door een woonwijk en het afzetten van medeverdachte op verschillende adressen, het hem opwachten en weer oppikken nadat hij wegrennend over straat ging - heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de medeverdachte de oplichting en de poging daartoe zou plegen zoals hij heeft gedaan, en is verdachte dus medeplichtig aan de gepleegde oplichting en de poging daartoe. Het hof acht de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs van het onder 3 tenlastegelegde

Gelet op de inhoud van het dossier en de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij wist dat hij knalpatronen had (maar dat hij niet precies wist waar deze lagen) acht het hof het onder 3 tenlastegelegde bezit van knalpatronen wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiair
[medeverdachte] en één of meer onbekend gebleven mededaders, op 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] , met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpas met bijbehorende pincode, foto's van een paspoort en een telefoonnummer, door:

- telefonisch contact te zoeken met voornoemde [aangeefster 2] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank ), met de mededeling dat is gepoogd om geld af te schrijven en

- vervolgens naar de woning van voornoemde [aangeefster 2] te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en

- vervolgens [aangeefster 2] te verzoeken om haar bankpas en pincode af te staan en foto's van haar paspoort en haar telefoonnummer ter beschikking te stellen,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door een auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het woonadres van voornoemde [aangeefster 2] .

2. subsidiair
[medeverdachte] en één of meer onbekend gebleven mededaders op 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] , ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten bankpassen, door

- telefonisch contact te zoeken met voornoemde [aangeefster 1] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank ), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en dat haar bankpassen vervangen zouden moeten worden en

- vervolgens naar de woning van voornoemde [aangeefster 1] is gegaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank

- met het doel om [aangeefster 1] te verzoeken om haar bankpas af te staan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 7 februari 2023 te [plaats] , [gemeente] althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het woonadres van voornoemde [aangeefster 1] .

3.

hij op 7 februari 2023 te [plaats] munitie van categorie III, te weten knalpatronen van merk Umarex, voorhanden heeft gehad.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

medeplichtigheid aan medeplegen van oplichting.

Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

medeplichtigheid aan medeplegen van poging tot oplichting.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte is medeplichtig geweest aan (het medeplegen van) oplichting en een poging daartoe, door de medeverdachte naar [plaats] te brengen, waar de medeverdachte zich voordeed als bankmedewerker en de slachtoffers probeerde te overtuigen hun bankpas en pincode afgegeven. Ten aanzien van één van de slachtoffers is dat ook gelukt. Door de handelingen van verdachte heeft hij bijgedragen aan de aantasting van het gevoel van veiligheid en het vertrouwen in de medemens van de slachtoffers. Daarnaast is de manier van oplichting zoals in de onderhavige zaak is gepleegd, een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben.

Uit het strafblad van verdachte van 8 juni 2026 volgt dat hij eerder onherroepelijk met politie en justitie in aanraking is geweest, onder meer vanwege overtreding van de Wet Wapens en Munitie. Het hof weegt dit ten nadele van verdachte mee.

Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte onder meer verklaard dat het met zijn gezondheid redelijk gaat. Zo lang hij een normaal ritme aanhoudt in zijn dagelijks leven, gaat het goed. Hij heeft verklaard dat hij na de zomer de opleiding Persoonlijk begeleider wil doen (mbo-niveau 4) en dat hij eindelijk iets heeft gevonden wat bij hem past. Verdachte woont nog bij zijn moeder.

Gelet op het voorgaande acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen met aftrek van voorarrest passend en noodzakelijk.

Beslag

Ten aanzien van de telefoon, simkaart en USB-stick is het hof van oordeel dat deze voorwerpen moeten worden teruggegeven aan verdachte, nu niet is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van deze goederen zijn begaan en het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 45, 47, 48, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de telefoon van het merk Apple ( [pl nummer] ), de simkaart van het merk Lebara ( [pl nummer] ) en de USB-stick van leertheorie.nl ( [pl nummer] ).

Dit arrest is gewezen door mr. O. Anjewierden, mr. G.A. Versteeg en mr. E.W. van Weringh, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 juli 2026.

Het hof volgt de tijdstippen die op de camerabeelden zijn vermeld.