Strafrecht overig

Veroordeling voor 3 winkeldiefstallen in kort tijdsbestek en op professionele wijze. Sprake van recidive…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 19 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
21-001084-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:5374
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor 3 winkeldiefstallen in kort tijdsbestek en op professionele wijze. Sprake van recidive. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001084-25

Uitspraakdatum: 19 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 4 maart 2025 met parketnummer 08-276809-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] , ook wel genaamd [verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte bekend is onder twee namen (zoals hierboven weergegeven). Uit de SKDB-informatiestaat van [verdachte] van 31 juli 2026 en uit het proces-verbaal van aanhouding van 21 oktober 2023 met nummer PL0600-2023488464-9 op bladzijden 44 tot en met 46 van het procesdossier, blijkt dat hetzelfde Vreemdelingennummer, te weten 2909628242 , is gekoppeld aan dezelfde persoon, doch onder voornoemde beide namen. Verder ziet de persoon op de door de politie gemaakte foto op deze SKDB-informatiestaat er precies hetzelfde uit als de persoon op de foto van het Vreemdelingen ID-bewijs met de naam [verdachte] (getoond op deze SKDB-informatiestaat).

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman,

mr. M.I. L'Ghdas, is aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte veroordeeld voor de feiten 1, 2 primair en 3 primair tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats] (in/uit een winkel op/ aan [adres 1] ) een jas (Outerwear) (ter waarde van 159,95 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [kledingwinkel] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2. primair
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats] (in/uit een winkel op/ aan [adres 2] ) een trainingspak (Nike, Chelsea), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [kledingwinkel 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2. subsidiair
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats] , een trainingspak (Nike, Chelsea) (toebehorende aan [kledingwinkel 3] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof

3. primair
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats] (in/uit een winkel op/ aan [adres 3] ) een jas (Peak Performance Mount Down), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [kledingwinkel 2] Jeans, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3. subsidiair
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats] , een jas (Peak Performance Mount Down) (toebehorende aan [kledingwinkel 2] Jeans), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen van de feiten 2 en 3. Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het onder 1, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Daarbij is vooral het volgende van belang.

Door [persoon 1] van de winkel [kledingwinkel 2] is aangifte van winkeldiefstal gedaan. Hij verklaart dat deze winkel gelegen is aan de [straat 1] in [plaats] . Op 21 oktober 2023 rond 11:20 uur was er een man in de winkel geweest. De man droeg een sweatshirt en spijkerbroek en had een zwarte rugtas met witte opdruk bij zich. De man pakte twee jassen en liep daarmee naar het pashokje. De man kwam uit het pashokje met één van de jassen aan. De man zei dat hij er nog over na wilde denken en dat hij later terug kwam. De man deed de jas uit en gaf deze terug aan een winkelmedewerker. Vervolgens verliet de man de winkel.

[persoon 1] is vervolgens in het pashokje gaan kijken en zag daar een lege kledinghanger. Dat was vreemd. Na controle in het systeem bleek dat er een jas van het merk Peak Performance, kleur Olive, in de winkel ontbrak.

Door [persoon 2] van de winkel ‘ [kledingwinkel 3] ’ is aangifte van winkeldiefstal gedaan. Hij verklaart dat deze winkel gelegen is aan de [straat 2] in [plaats] . Op 21 oktober 2023 rond 11:45 uur was er een man in de winkel geweest. Deze man had een blauwe jas en een spijkerbroek aan en had een zwarte rugtas bij zich. De man ging met twee Chelsea-trainingspakken het pashokje in en kwam er met één trainingspak weer uit. De man vertrok. [persoon 2] is vervolgens in het pashokje gaan kijken en daar hing alleen een lege kledinghanger. Uit het systeem van de winkel bleek dat er één Chelsea-trainingspak ontbrak in de winkel.

Verdachte is op 21 oktober 2023 tussen 12:20 en 12:30 uur in de winkel [kledingwinkel] aan het [straat 3] in [plaats] . Hij draagt een blauwe jas, een donkere broek en heeft een zwarte rugtas met witte letters bij zich. Als hij door de poortjes bij de uitgang gaat, gaat het alarm af. Een medewerker van de winkel controleert vervolgens de rugtas van verdachte. In die rugtas ziet hij:

  • Een zwarte jas van het merk ‘Anti Men’ met een prijskaartje van [kledingwinkel] eraan. Het anti-diefstallabel van de jas is omwikkeld met aluminiumfolie. Aan de binnenkant van de jas zit nog een anti-diefstallabel verstopt (die heeft kennelijk het alarm doen afgaan).

  • Een Chelsea-trainingspak met daaraan een prijskaartje van de winkel ‘ [kledingwinkel 3] ’.

  • Een donkergroene jas met daaraan een prijskaartje van de winkel [kledingwinkel 2] .

  • Losse stukjes aluminiumfolie.

De camerabeelden van [kledingwinkel] van 21 oktober 2023 tussen 12:20 en 12:30 uur worden bekeken door de politie. Gezien wordt dat verdachte met meerdere kledingstukken in zijn handen een pashokje in gaat en het pashokje uit komt met één kledingstuk om zijn linkerarm gevouwen. Even later loopt verdachte de winkel uit.

Verdachte verklaart bij de politie dat hij op 21 oktober 2023 in [plaats] alleen in verschillende winkels is geweest, onder andere in [kledingwinkel] en de winkel [kledingwinkel 2] . Hij is de man die op de getoonde beveiligingsbeelden van de winkel [kledingwinkel 2] staat. Over de herkomst van de kleding in zijn rugtas verklaart hij wisselend.

Het hof stelt vast dat verdachte bij de diefstal in [kledingwinkel] op heterdaad is betrapt. De andere twee diefstallen zijn heel kort daaraan voorafgaand in de buurt van [kledingwinkel] gepleegd. Verdachte voldoet aan het signalement van de dader van die diefstallen en hij heeft de gestolen kledingstukken van de drie genoemde winkels in zijn rugtas. Daarbij heeft hij ook stukken aluminiumfolie los in de tas en aluminiumfolie omwikkeld om een anti-diefstallabel van één van de kledingstukken. Van aanwezigheid of betrokkenheid van één of meer andere personen is op geen enkele wijze gebleken.

Dit alles in samenhang bezien, stelt het of vast dat verdachte degene is geweest die zowel de winkeldiefstal bij [kledingwinkel] als bij [kledingwinkel 2] en [kledingwinkel 3] heeft gepleegd. Hij heeft deze serie van winkeldiefstallen gepleegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.
hij op 21 oktober 2023 te [plaats] uit een winkel aan [adres 1] een jas (Outerwear) ter waarde van 159,95 euro, die geheel [kledingwinkel] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.primair
hij op 21 oktober 2023 te [plaats] uit een winkel aan [adres 2] een trainingspak (Nike, Chelsea), dat geheel aan [kledingwinkel 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.primair
hij op 21 oktober 2023 te [plaats] uit een winkel aan [adres 3] een jas (Peak Performance Mount Down), die geheel aan [kledingwinkel 2] Jeans toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1, 2 primair en 3 primair bewezenverklaarde levert telkens op:

diefstal.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft in een tijdsbestek van minder dan een uur in drie verschillende winkels kleding gestolen. Hij heeft aluminiumfolie gebruikt om het antidiefstalsysteem van de winkel niet af te laten gaan. Dit duidt op een professionele werkwijze. Winkeldiefstal zorgt voor veel overlast en schade bij de getroffen winkels. Verdachte heeft zich telkens niets aangetrokken van de eigendomsrechten van anderen en de schade en overlast die hij heeft veroorzaakt.

Het is ook niet de eerste keer dat verdachte voor diefstal wordt veroordeeld. Uit zijn strafblad (van 30 juni 2026) blijkt dat hij meerdere onherroepelijke veroordelingen op zijn naam heeft voor diefstallen. Eerdere veroordelingen hebben hem niet weerhouden van nieuwe diefstallen. Dit telt strafverzwarend mee bij de bepaling van de straf.

Door de raadsman is bepleit om een lagere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd en ook lager dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

Het hof is van oordeel dat – gelet op het aantal diefstallen in kort tijdsbestek, de professionaliteit en de recidive van verdachte – geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd moet worden. De duur van deze gevangenisstraf bedraagt 5 maanden. Een kortere duur is niet passend, omdat verdachte al eerder korte gevangenisstraffen heeft gehad voor diefstal. Nu is het punt bereikt dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden passend is.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair en 3 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J. Rietveld, mr. H.J. Deuring en mr. A. Meester, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 augustus 2026.