Strafrecht overig

Verstek. Vrijspraak van medeplegen van oplichting. Veroordeling voor opzetheling van 2 iPhones tot een…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 19 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
21-004517-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:5375
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Vrijspraak van medeplegen van oplichting. Veroordeling voor opzetheling van 2 iPhones tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004517-25

Uitspraakdatum: 19 augustus 2026

VERSTEK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 28 oktober 2025 met parketnummer 08-065780-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde (medeplegen van oplichting) en veroordeeld ter zake het subsidiair tenlastegelegde (opzetheling) tot:

  • een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 3 jaren;

  • een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest.

In het proces-verbaal van de zitting van de politierechter zijn de gebruikte bewijsmiddelen niet uitgewerkt. Hierdoor kan het hof het vonnis niet bevestigen. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [Bedrijf] en/of [Bedrijf] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten dertig telefoons (Apple Iphone), door

- via een webshop een bestelling van 30 telefoons voor [Bedrijf] te plaatsen bij [Bedrijf] en/of

- met een auto van [plaats] naar [Bedrijf] in [plaats] te gaan om aldaar aanwezig te zijn op het moment dat de bestelling van de 30 telefoons bezorgd zou worden door [Bedrijf] en/of

- bij [Bedrijf] naar het toilet te gaan, althans bij dat bedrijf naar binnen te gaan en/of met medewerker(s) van [Bedrijf] in gesprek is gegaan en/of

- zich bij aflevering van die telefoons door een koerier van [Bedrijf] bij [Bedrijf] , ten opzichte van die koerier, voor te doen als een medewerker van [Bedrijf] en/of

- die koerier een track&trace code voor die telefoons te laten zien en/of

- bij die koerier voor ontvangst van die telefoons te tekenen en/of

- de door [Bedrijf] bestelde telefoons in ontvangst te nemen;

subsidiair
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland twee telefoons, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Bewijsoverweging met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde

Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Uit het dossier blijkt onder meer het volgende.

Verdachte is op 29 oktober 2024 samen met twee medeverdachten in een auto van [plaats] naar [plaats] gereden. In [plaats] hebben de twee medeverdachten bij het bedrijf [Bedrijf] twee dozen met daarin 30 nieuwe iPhones in handen gekregen. Dit is hen gelukt door de pakketbezorger van [Bedrijf] op te lichten en net te doen alsof zij gerechtigd waren om deze dozen met iPhones in ontvangst te nemen, terwijl deze in werkelijkheid bestemd waren voor het bedrijf [Bedrijf] .

Verdachte heeft ondertussen een half uur in de auto gewacht en is met de auto aan het manoeuvreren geweest voor het bedrijf [Bedrijf] . Toen de twee medeverdachten met de twee dozen met 30 iPhones bij de auto terug kwamen, zijn zij ingestapt en is verdachte direct met hen weggereden.

Ter hoogte van [locatie] is de auto met daarin verdachte als bestuurder en de twee medeverdachten als passagiers door de politie aan de kant gezet. De politie zag dat verdachte een heuptasje met daarin twee nieuwe iPhones uit het deurvak aan de bestuurderszijde haalde en onder zijn benen probeerde te verstoppen. De politie vroeg hem naar de twee iPhones en verdachte verklaarde dat hij die iPhones had gekregen en zei dat hij verder toch niet tot antwoorden verplicht was. De iPhones waren nog verpakt in de originele gesealde verpakking.

De politie trof verder in de auto de twee dozen met in totaal 27 iPhones aan. In het handschoenenvak voor de bijrijder lag ook nog een iPhone in de originele gesealde verpakking. Eén doos was geopend en daar waren drie iPhones uitgehaald.

Het hof leidt uit de hiervoor geschetste omstandigheden waaronder verdachte de twee splinternieuwe iPhones heeft gekregen en het gedrag van de verdachte toen de politie hen controleerde (verbergen van de iPhones en op verdere vragen niet willen antwoorden), af dat hij bij het verkrijgen van de iPhones wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 29 oktober 2024 in Nederland twee telefoons voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

opzetheling.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straffen houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Hij heeft hiermee opzettelijk geprofiteerd van de door zijn medeverdachten gepleegde oplichting. Het hof rekent verdachte dit aan.

Uit het strafblad van verdachte van 30 juni 2026 blijkt dat hij vóór 29 oktober 2024 al vaker onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden weer zo’n feit te plegen. Het hof weegt dit in het nadeel van de verdachte mee.

Het hof is van oordeel dat -alles in samenhang bezien- de door de politierechter opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden is.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A. Meester, mr. H.J. Deuring en mr. A.J. Rietveld, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 augustus 2026.