Strafrecht overig
wrakingsverzoek ongegrond verklaard
ECLI:NL:GHARL:2026:231 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/wraking/ecli-nl-gharl-2026-231
Zaakgegevens
Op 13 januari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 januari 2026
- Datum publicatie
- 15 januari 2026
- Zaaknummer
- W200.361.091 e.v.
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:231
Samenvatting
wrakingsverzoek ongegrond verklaard
Uitspraak
Inhoudsopgave
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
wrakingskamer
zaaknummers gerechtshof 200.361.091/01, 200.361.093/01 en 200.361.099/01
beslissing van 13 januari 2026
op het verzoek van:
1 [naam 1],
wonende te Ooij,
2. [naam 2]
wonende te [woonplaats]
verzoekers in het wrakingsincident,
hierna: verzoekers,
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 17 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) juncto artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
mr. P.W.J. Sekeris,
raadsheer in dit hof.
1 Het verloop van de procedure
Bij de afdeling Mulderzaken van het hof zijn onder zaaknummers 200.349.595 (van Kerkhoff), 200.341.847 en 200.347.623 ([naam 2]) procedures aanhangig tegen verzoekers.
Op 30 oktober 2025 heeft in die zaken een mondelinge behandeling plaatsgevonden voor de strafkamer van dit hof, locatie Leeuwarden, bestaande uit de raadsheer mr. P.W.J. Sekeris. Aanwezig waren verder het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door mr. R.A. van der Velde als vertegenwoordiger van de advocaat-generaal. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam 1] in zijn zaak en als gemachtigde in de zaak van [naam 2] een verzoek tot wraking ingediend (hierna alle verzoeken tezamen aangeduid als: het wrakingsverzoek). Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling is door het hof aan verzoekers verstrekt.
De gewraakte raadsheer heeft niet in de wraking berust en heeft per e-mail een toelichting gegeven die op 19 november 2025 bij het hof is binnengekomen.
Het wrakingsverzoek is ter zitting van 17 december 2025 behandeld door de wrakingskamer. Namens verzoekers is de heer A.A. Kerkhoff bij deze behandeling verschenen. De gewraakte raadsheer is niet verschenen. [naam 1] heeft het verzoek mondeling – aan de hand van spreekaantekeningen – toegelicht.
Tijdens de zitting is door verzoekers een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer. Aan het verzoek leggen verzoekers ten grondslag dat iedere rechter gewraakt moet worden omdat rechters per definitie niet bevoegd zijn als rechters op te treden. Volgens verzoekers beschikken rechters niet over de vereiste kennis van Europese wetgeving/jurisprudentie en voldoen ze daarmee niet aan de EU-regelgeving. De wrakingskamer heeft de zitting geschorst en na beraad dit verzoek niet in behandeling genomen, omdat er sprake is van evident misbruik van recht. Het wrakingsinstrument is bedoeld om te beoordelen of de rechterlijke onpartijdigheid in het geding komt. Verzoekers dragen hiervoor niets aan. Zij gaan uit van de vooronderstelling dat de raadsheren van het hof per definitie niet bevoegd zijn, waardoor de wrakingsverzoeken er feitelijk op neer komen dat geen enkele raadsheer van dit hof in dit geschil kan beslissen. Het verzoek in deze zaak kan volgens de wrakingskamer dan ook niet anders worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. De wrakingskamer heeft dan ook het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer buiten behandeling gelaten.
Hierna zal het wrakingsverzoek tegen mr. Sekeris worden behandeld.
2 De beoordeling van het verzoek
De ontvankelijkheid van het verzoek
Het wrakingsverzoek is gedaan tijdens de behandeling van de zaken. Van omstandigheden die erop zouden kunnen wijzen dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend, is niet gebleken. Het wrakingsverzoek is dan ook tijdig ingediend.
De gronden van het wrakingsverzoek
Verzoekers hebben aangevoerd dat mr. J.W.P. Sekeris onvoldoende op de hoogte is van Europese wetgeving en/of jurisprudentie, althans dit onvoldoende of onjuist heeft toegepast, althans structureel negeert. Deze bezwaren zijn tijdens de zitting op 30 oktober 2025 met de gewraakte raadsheer besproken.
Het standpunt van verweerder
De verweerder heeft te kennen gegeven niet te berusten in de wraking. Hij voert als verweer dat het wrakingsinstrument niet is bedoeld om de inhoud van een rechterlijke uitspraak ter toetsing voor te leggen.
De gegrondheid van het verzoek
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een van de procesdeelnemers een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek tegen deze achtergrond beoordelen.
De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. Verzoekers voeren aan dat Nederlandse rechters niet bevoegd zijn om als rechter op te treden, omdat zij per definitie over onvoldoende kennis beschikken over Europese wetgeving/jurisprudentie. Voor deze grond, die losstaat van de voor wraking cruciale vraag of de betreffende rechter vooringenomen is, is het wrakingsinstrument niet bedoeld, zodat dit niet tot een gegrondverklaring kan leiden. Voor zover verzoekers hebben willen aanvoeren dat zij het niet eens zijn met een eerdere uitspraak van de gewraakte raadsheer, betreft dit niet een omstandigheid die erop wijst dat de rechterlijke onpartijdigheid van die rechter schade zou kunnen lijden (vgl. HR 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU8280).
Omdat verzoekers overigens geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de genoemde raadsheer schade zou kunnen lijden, zal het verzoek ongegrond worden verklaard.
Verzoekers gaan uit van de vooronderstelling dat raadsheren van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden per definitie niet bevoegd zijn, waardoor hun wrakingsverzoeken er feitelijk op neer komen dat geen enkele raadsheer van dit hof in dit geschil kan beslissen. Om misbruik van de mogelijkheid tot wraking te voorkomen, zal het hof op de voet van artikel 17 Wahv juncto 515 lid 4 Sv bepalen dat in deze zaken een volgend verzoek tot wraking die berust op dezelfde grondslag, namelijk dat een raadsheer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als partijdig moeten worden aangemerkt wegens onvoldoende kennis van Europees recht of Europese jurisprudentie, niet in behandeling zal worden genomen.
3
3. De beslissing
De wrakingskamer van het gerechtshof, beslissende op het verzoek tot wraking:
verklaart de verzoeken tot wraking van mr. P.W.J. Sekeris ongegrond;
bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking door een of beide verzoekers dat berust op de grond dat een raadsheer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als partijdig moet worden aangemerkt wegens onvoldoende kennis van Europees recht of Europese jurisprudentie, niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. H. de Hek, voorzitter, R.F.C. Spek en G.A. Versteeg, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 17 Wahv juncto artikel 515 lid 5 Sv).
Mrs. Spek en Versteeg zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Voorzitter Griffier
mr. H. de Hek mr. G.J. Rauw