Strafrecht overig
Gerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Strafrecht overig
ECLI:NL:GHARN:2003:AF2988 · Gerechtshof Arnhem · 7 januari 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharn-2003-af2988
Zaakgegevens
Op 7 januari 2003 heeft het Gerechtshof Arnhem in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof ArnhemGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 21-001487-02
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARN:2003:AF2988
Uitspraak
Gerechtshof te Arnhem
Parketnummer: 21-001487-02
Aantekening mondeling arrest
Uitspraak van mr Van den Heuvel, lid van de enkelvoudige strafkamer, van 7 januari 2003 in de zaak tegen de verdachte
naam: [achternaam]
voornamen: [voornamen]
geboren: op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te: [adres]
VERSTEK
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep.
BEVOEGDHEID
Het hof verklaart de kantonrechter onbevoegd van de zaak kennis te nemen nu verdachte ten tijde van het plegen van het feit militair was.
BESLISSING
Het hof verklaart de kantonrechter onbevoegd van de zaak kennis te nemen.
mr Van den Heuvel
Ter terechtzitting zijn de volgende overwegingen uitgesproken:
Verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van de hem telastegelegde overtreding. Omdat dus niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 411, tweede lid onder a Sv. kan de zaak in hoger beroep niet door de enkelvoudige kamer worden behandeld, zodat verwijzing naar de meervoudige kamer moet volgen.
Inmiddels is echter komen vast te staan dat verdachte ten tijde van de beweerdelijk gepleegde overtreding militair was in de zin van de Wet militaire strafrechtspraak, zodat ingevolge de artikelen 3 juncto 2 van die Wet de militaire kantonrechter bij uitsluiting bevoegd was om van dit feit kennis te nemen.
Omdat de meervoudige kamer na verwijzing tot geen ander oordeel zal kunnen komen dan onbevoegdverklaring van de kantonrechter te Zwolle, zal verwijzing om doelmatigheidsredenen achterwege blijven en zal de enkelvoudige kamer van het hof bedoelde onbevoegdverklaring uitspreken.