Strafrecht overig
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep (de raadsman bepaaldelijk gevolmachtigd).
ECLI:NL:GHDHA:2014:3301 · Gerechtshof Den Haag · 10 juli 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2014-3301
Zaakgegevens
Op 10 juli 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 juli 2014
- Datum publicatie
- 14 oktober 2014
- Zaaknummer
- 22-001429-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2014:3301
Samenvatting
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep (de raadsman bepaaldelijk gevolmachtigd).
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-001429-13
Parketnummer: 10-742047-13
Datum uitspraak: 10 juli 2014
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortejaar] 1997,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 10 juli 2014 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte
niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid in het hoger beroep
Het hoger beroep is op 23 maart 2013 door mr. Y. Taghi, advocaat te Rotterdam, namens de verdachte ingesteld.
Ten tijde van het instellen van het hoger beroep had de verdachte de leeftijd van zestien jaren bereikt. Om die reden kon de raadsman geen bevoegdheid tot het aanwenden van dit rechtsmiddel aan artikel 503 van het Wetboek van Strafvordering ontlenen. Nu niet is gebleken dat de raadsman – op grond van het bepaalde in artikel 488, eerste en tweede lid, juncto artikel 450, eerste lid onder a, van het Wetboek van Strafvordering - door de verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd om namens haar hoger beroep tegen voormeld vonnis in te stellen, dient de verdachte – die niet ter terechtzitting van 10 juli 2014 is verschenen – in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk, mr. R.J. de Bruijn en mr. A.P. van der Linden, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juli 2014.
mr. A.P. van der Linden is buiten staat dit arrest te ondertekenen.