Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de…

Zaakgegevens

Op 14 april 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 april 2016
Datum publicatie
14 april 2016
Zaaknummer
22-005707-15.a
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2016:1037
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 14 april 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2016:1037

  2. Conclusie A-G · 21 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:418
  3. Hoge Raad · 30 juni 2026

    ECLI:NL:HR:2026:1113

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-005707-15

Parketnummer: 09-766011-14

Datum uitspraak: 31 maart 2016

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 april 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ,

adres: [woonadres] te [woonplaats] (België).

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 31 maart 2016 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte

niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin zijn door of namens hem ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking,

mr. E.C. van Veen en mr. J.W. Klein Wolterink, in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 maart 2016.