Strafrecht overig
Het hof verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
ECLI:NL:GHDHA:2019:2101 · Gerechtshof Den Haag · 10 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2019-2101
Zaakgegevens
Op 10 juli 2019 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 10 juli 2019
- Datum publicatie
- 9 augustus 2019
- Zaaknummer
- 22-000606-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2101
Samenvatting
Het hof verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-000606-19
Parketnummer: 09-817288-18
Datum uitspraak: 10 juli 2019
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep van de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortejaar] 1984,
[adres].
tegen de beslissing van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 20 november 2018, inhoudende de last tot (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van de bij vonnis van die politierechter van 15 mei 2018 in de zaak voorwaardelijk opgelegde straf (beide beslissingen zijn gewezen onder hetzelfde parketnummer: parketnummer 09-817288-18).
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 26 juni 2019 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof stelt vast dat de beslissing waarvan beroep is gegeven op grond van niet-naleving van de bijzondere voorwaarde (meldplicht reclassering) die bij genoemd vonnis van de politierechter van 15 mei 2018 dadelijk uitvoerbaar was verklaard.
Ingevolge artikel 14j, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht staat tegen een rechterlijke beslissing omtrent een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf, die geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten, geen rechtsmiddel open.
Dat het vonnis van 15 mei 2018 waarbij de (deels) voorwaardelijk opgelegde straf is opgelegd bij onherroepelijk arrest van dit hof d.d. 21 januari 2019 is vernietigd, maakt dat niet anders. Een dergelijke vernietiging doet immers niet ook de last tot tenuitvoerlegging vervallen.
Het voorgaande brengt mee dat de veroordeelde niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.
Het hof zal de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. T.B. Trotman,
mr. A.L. Frenkel en mr. J.J.H.M. van Gennip, in bijzijn van de griffier mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juli 2019.
Mr. A.L. Frenkel en mr. J.J.H.M. van Gennip zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.